Wat is jouw top drie?

Brigitte Bardot

Brigitte Bardot

Nee, het gaat niet over vrouwen of muziek, maar het gaat over auto’s. Over vrouwen ben ik zo klaar : een jonge Brigitte Bardot met dat blonde haar en dat pruilmondje zou op nummer 1 staan. Auto’s zijn echter een heel ander verhaal. Omdat ik een leeftijd van 50+ heb, een redelijk grote auto sloperij heb volgereden en vroeger net zo snel van ondergoed als van auto wisselde, is dit een probleem. En toch kan ik met jullie mijn top drie delen en sterker nog, vertellen waarom. Het enige wat niet lukt is de volgorde wie 1, 2 of drie is, dat ligt aan de omstandigheden, dus let’s go:

De Alfa Giulia Nuova Super 1300.

Ik had een afgetrapte 75’er van dit icoon, met het mooiste standaard dashboard ooit, Veglia tellers met kobaltblauwe wijzerplaten, twee stuks (temperatuur en oliedruk)in het midden gemonteerd, een houten dashboard en houten stuur; dit alles standaard.  Gekocht voor wat nu €220 zou zijn…..

Bellissima!

Bellissima!

Dat de Giulia de meest afschuwelijke kleur paars was met bruine kunstlederen bekleding (plastic) nam ik op de koop toe.

Kleurtje hè! Ik bleek de enige officieël geïmporteerde 1300 in Prugno (paars) the hebben.

Kleurtje hè! Ik bleek de enige officieël geïmporteerde 1300 in Prugno (paars) the hebben.

De knopjes voor de ruitenwissers, kachelventilator en dashboard verlichting zaten tussen de voorstoelen -waar ze ook horen- en rijden deed de 1300 dubbelnokker na een koprevisie als de beste. Het sonore uitlaat gegrom en 160 rijden met vier man aan boord met bagage, nog nooit een 1300 gereden met zulke prestaties. En dan de vijfbak, je reed in een auto met een vijfbak…

Het mooiste verhaal was dat de Alfa een echt ochtendhumeur had, ’s ochtends starten was er nooit bij dus moest mijn toenmalig lief met haar even aantrekkelijke buurmeisje samen in hun nachtponnetjes de Giulia menig vochtige ochtend aanduwen, dansend als twee nimfen achter de kont van de Alfa die dan luid protesterend tot leven kwam. Later toen de Inno hem had opgevolgd, kwam er een ouwe zeerob naar me toe die me vroeg waar die Paarse auto was gebleven, die twee jonge meiden ‘s morgens vroeg maakten zijn hele dag goed, vertelde hij me!

De Alfa is aan zijn einde gekomen op een zaterdagmorgen toen een Mercedes 280S zich in de achterkant boorde… Ik heb nu nog een hekel aan Benzen !

Innocenti 1300 Cooper Export ook 1975

Volgens kenners de mooiste onder de Mini Coopers, de in licentie gebouwde Innocenti met Italiaans temperament!

Volgens kenners de mooiste onder de Mini Coopers, de in licentie gebouwde Innocenti met Italiaans temperament!

De opvolger van de Alfa. Op zaterdag stond er een Cooper in de krant bij een autohandelaar aan de Aalbrechtskade in Rotterdam, ook wel de Aalgladkade genoemd naar het aantal autohandelaren met een ‘twijfelachtige’ reputatie. Samen met vriend en sleutelmaat Andreas ernaartoe en het was een echte ! Rood met een zwart dak, Carello halogeen verlichting, weer een dashboard met Veglia tellers en Mille-Miglia velgen.

Een hele batterij aan informatie en rechts, voor de passagier zit  de benzinemeter!

Een hele batterij aan informatie en rechts, voor de passagier zit de benzinemeter!

Uiteraard zat er werk aan maar voor nu € 600 een Inno Cooper, ook toen al was het weinig geld! De motor gaf snel de geest (na twee dagen) maar who cares? Op de sloperijen lagen stapels Austin Gliders, Allegro’s en Mini’s met vaak nog goede motoren. Voor € 100 kocht je een sloop motor en sleutelen was eerder regel dan uitzondering.

Innocenti in Italië bouwde de mooiste Coopertjes, het dashboard, de stoeltjes, Halogeenverlichting en Brembo schijven met bekrachtiging voor yes, Brembo remmen zoals op een Ferrari !

Stond een Innocenti goed, deze ATS velgen.

Stond een Innocenti goed, deze ATS velgen.

Het ding ging dan ook als vergif, zat door een grotere spoorbreedte, aan de weg vast en iedere bocht was een mooi avontuur. Mannen met snellere wagens moesten afhaken tegen de Inno op een bochtige weg, het kreng trok net zo snel als de 6 cilinder Camaro van een vriend… die de Camaro spontaan inruilde op een 911 Porsche !

Op de sloop nog tegen een setje ATS velgen aangelopen door € 50 de Inno was geweldig! Toch had ze dringend hulp nodig en ik liet haar professioneel restaureren en overspuiten in origineel rood met zwart.

Helaas, een Jaguar XJ6 3.4L met elektrisch schuifdak en overdrive in chocolade bruin en ex directie wagen van van Melle (de snoepjesfabrikant) kwam op mijn weg en een jongen die Mini fanaat was en aan mijn hoofd zeurde werd uiteindelijk de nieuwe eigenaar van de 93-AU-29;  hij heeft haar nog steeds in zijn bezit !

De Renault 4

Renault 4

Renault 4

De voorganger van beiden, de lage aanschafprijs, de lekkere wegligging en het gevoel dat je over een golvend tapijt rijdt. Dan vond ik de viertjes altijd gezellig van binnen, de stoeltjes of voorbank zaten lekker. De R4 was robuust, de carrosserie was dan wel van echt blik, maar onderhuids snorde een 850 cc motortje en de wegligging was goed. Alleen de remmen, trommels rondom waren niet zo prettig, zeker niet als je bij nat weer ineens moest remmen (trommels zijn gevoelig voor vocht en je moet ze eerst droogremmen) Het dashboard bestond uit 1 teller en was van bruin plastic gemaakt.

Die staande binnenspiegel vonden we altijd tres DS!

Die staande binnenspiegel vonden we altijd tres DS!

Verder zat er een half doorzichtig bruinig stuur in, maar toch, charme had de R4 zeer zeker en hij was altijd handig om spullen te halen of te brengen. Ik denk niet dat ik ooit een auto heb gereden die meer no nonsense was dan de R4, het was vorm volgt functie in optima forma! Ik heb er twee gehad een 69´er en een 70´er, de ene is als donor voor de andere gebruikt die ik kocht met een kapotte motor.

Col de Puymorens

Col de Puymorens

Waarvoor ik wat zou willen gebruiken lijkt me duidelijk, de Col de Puymorens in de Pyreneeën bedwingen met een Inno,  de snelle autostrada tussen Milaan en Genua de met een Giulia, en het Franse platteland doorkruisen met de Renault 4. Dat zijn mijn droomritten met mijn favoriete klassiekers; wat zijn de jouwe?

Renault 4 tekening

Renault 4 tekening

Event/rondrit: Beernemse Rozenfeestenrit

Wat doet een auteur van KR.nl op een autoloze zondag? Hetzelfde als altijd natuurlijk, eikeltjes fotograferen in het bos! Maar soms ligt er iets interessants onder die eikels…

Van 15:30 tot 18:00 passeerde de rondrit georganiseerd door de West-Vlaamse Oldtimerclub door onze gemeente! Nu was het ook kermis, dus de aandacht was verspreid, maar voor mij was het alvast duidelijk waarheen te gaan! :)
Er stonden dingetjes van de jaren ’20 tot zelfs Fords Cortina! Foto’s en een video zijn het resultaat, veel kijkplezier!

Iconen: Renault 4

La quatre elle: 4 spatborden 1962 – 1993

Quatre ailes: 4 spatborden!

Quatre ailes: 4 spatborden!

Als in 1948 iedereen het lachen is vergaan over de nieuwste Citroën, de 2CV, omdat blijkt dat deze ‘paraplu op wielen’ wel degelijk succesvol is, is het vooral Renault dat dit succes -van hun aartsrivaal- knarsetandend aanziet.

Citroën 2 Chevaux

Citroën 2 Chevaux

Renault -na de tweede wereldoorlog genationaliseerd wegens vermeende collaboratie van Louis Renault met de Duitsers- doet weliswaar volop mee aan de wederopbouw van Frankrijk en hun wagens mogen dan ook wel succesvol zijn; het is vooral het concept van de Citroën 2CV wat hen intrigeert.

Geheel à la Citroën en tegen de stroom in, heeft de 2CV voorwielaandrijving en motor en aandrijving voorin. En dat terwijl iedereen het Ledwinka/Porsche concept pleegt te volgen, namelijk de motor en aandrijving achterin. Alhoewel Renault succesvol is met de beroemde 4CV,  zitten ze te popelen om antwoord te kunnen geven op die paraplu van hun aartsrivaal, Peugeot is niet belangrijk, zij bouwen alleen middenklassers voor de burgerij en taxi bedrijven, de 203.

Het is Renault directeur Pierre Dreyfus die in 1956 toestemming geeft om een antwoord te gaan bedenken op de 2CV. Men heeft dan wel de tijd gehad om de 2CV goed te bestuderen en de zwakheden van Citroën’s kleine te analyseren om zelf iets beters neer te kunnen zetten. In 1961 is het zo ver: Renault, dat zich altijd van een uitstekende PR machine weet te bedienen, introduceert de nieuweling in de Camargue, een ruige streek in Zuid-Frankrijk waar wilde paarden leven en ook echte cowboys actief zijn, nou ja, voor zover Fransen cowboys kunnen zijn natuurlijk!

Renault 4

Renault 4

Renault had het beter en serieuzer aangepakt dan Citroën, een watergekoelde 4-cilinder van eerst 750cc, maar al gauw vergroot tot 850 cc, waardoor de R4 verwarming had, een vijfde deur, vreemd genoeg eerder door Citroën  gebruikt  voor de Traction Avant .

Het ligt voor je neus en je ziet het niet: de vijfde deur

Het ligt voor je neus en je ziet het niet: de vijfde deur

Men was wel terug gegaan naar een constructie waarbij een chassis werd gebruikt waar de carrosserie op werd geschroefd, terwijl  juist andere Renaults over zelfdragende carrosserieën beschikten. Onafhankelijke wielophanging met torsiestaven, een ongelijke wielbasis (rechts groter dan links), een gesloten koelsysteem en geen doorsmeerpunten meer, het was allemaal nieuw en nog niet eerder vertoond.

Ongelijke wielbasis links en rechts

Ongelijke wielbasis links en rechts

En als klap op de vuurpijl de allereerste echte hatchback. Hij slaat gelijk aan bij het publiek, of je nu in de stad woont, of op het platteland, door zijn uitstekende vering rijdt de R4 niet alleen comfortabel, hij is ook nog eens goed op slechte wegen en door zijn grote bodemvrijheid kan íe als een simpel soort 4 x 4 worden gebruikt.

Of lopen, of een R4!

Of lopen, of een R4!

Dan is de R4 ruim, zeer ruim, je kunt de achterbank opklappen of verwijderen en voilà, je hebt een redelijk volwassen stationcar,  waar je vier volwassenen comfortabel mee kunt vervoeren ( we schrijven wel de zestiger jaren hè). Voeg daar een topsnelheid van 110 km per uur aan toe, een redelijk benzineverbruik en een kachel, iets wat node gemist wordt in zijn rivaal!

In 1963 wordt de bestel-4  (fourgonette) geïntroduceerd, deze zal in ons straatbeeld blijven tot de negentiger jaren.

Couriers avant la lettre!

Couriers avant la lettre!

Couriers avant la lettre!

Zoek de verschillen: 1961 – 1993!

Wat bewijst dat het concept R4 grandioos is, is dat de wagen tijdens zijn lange leven nauwelijks of niet verandert,  tot 3 keer toe wordt de grille aangepast, het dashboard en de motoren evolueren mee met de tijd, waarbij de motoren steeds iets sterker worden.

Zoek de verschillen: 1961 – 1993!

Renault 4

Met ruim 8,5 miljoen geproduceerde exemplaren, blijft het Frankrijk’s meest succesvolle auto ooit. Al stopt de levering van verse R4tjes in 1986 voor de lage landen, de productielijnen in o.a. Joegoslavië lopen door tot in 1993. De R4 is gebouwd in tal van landen, in Colombia was zijn bijnaam “Amigo Fiel” (trouwe vriend) en in  Argentinië Renoleta. Verder werd ‘ie gebouwd in Ierland, Nieuw Zeeland, Mexico, Spanje, België; noem maar op!

Renault 4

Renault 4

Wat de R4 een icoon maakt?
Het is de eerste auto die een volledig nieuwe klasse vertegenwoordigt: de hatchback. Na de komst van Renault 4 brak het hatchback tijdperk aan wat doordringt tot de grotere middenklassers, er is  geen enkele fabrikant dit model kon negeren. Het is de eerste “volwassen”  kleine middenklasser die meer gemeen heeft met grotere wagens dan met de wagens in zijn eigen klasse. Dan  de technische innovaties : een gesloten koelsysteem en geen doorsmeerpunten; iets dat door alle constructeurs vroeger of later wordt overgenomen. Dat de R4 de laatste paar jaar pas als klassieker in de spotlights staat is misschien wel te verklaren door het feit dat Renault hem altijd als een no-nonsense werkezeltje heeft neergezet, Renault heeft de R4 altijd op zijn praktische gebruiksmogelijkheden verkocht, niet op zijn karakter.

Geruchten: Keert Lotus terug in de Formule 1?

Sinds enige dagen gonst het van de geruchten omtrent Lotus’ vermeende terugkeer in de Formule 1. Waar komen die geruchten vandaan? Een van de voedingsbronnen is de komst van voormalig Ferrari topman Dany Bahar. Deze wordt per 1 oktober de nieuwe CEO van Lotus. Bahar vervangt daarmee Mike Kimberley, die in juli in verband met rugklachten afscheid van Lotus nam. Bahar’s functie bij Ferrari omhelsde de wereldwijde verkoop van personenauto’s, de marketing van de Ferrari personenauto’s en F1 en de Ferrari licenties en merchandising.

Volgens sommigen is het onwaarschijnlijk is dat Bahar naar Lotus vertrekt om het ‘rustiger aan te gaan doen’. Dat, gekoppeld aan z’n bemoeienis met de Ferrari F1 marketing, duidt er ‘dus’ op dat hij naar Lotus vertrekt om daar de Formule 1 tak nieuw leven in te blazen. Dat gerucht wordt nog eens versterkt door berichten over de vermeende aanschaf van het BMW Sauber F1 team door Lotus. Die aankoop zou grotendeels gefinancierd worden door de Maleisische overheid.

Een andere optie is de officiële fabriekssteun van het Litespeed team. Litespeed is een -door twee voormalig Lotus technici- opgezet F3 team dat net als Lotus in Norfolk gevestigd is. Litespeed heeft van Lotus officiële toestemming gekregen om de merknaam in 2010 te gebruiken, hetgeen de gemoederen op diverse fora flink bezig houdt. Want ook deze stap zou kunnen duiden op een terugkeer van Lotus in de Formule 1.

Hoe het ook zij, het blijft vreemd dat een legendarisch merk als Lotus niet op eigen kracht terugkeert. Want hoe geloofwaardig is een BMW Sauber of Litespeed met Lotus logo? En wat zijn de gevolgen voor Lotus wanneer de successen uitblijven? Boze tongen beweren dat Bernie of Max achter de schermen flink aan de touwtjes trekken om bij een vertrek van Ferrari, McLaren en Renault het startveld toch gevuld te krijgen met grote namen als Lotus, Brabham, Aston Martin en Williams.

Even terug naar Bahar. Deze deed de volgende uitspraak die natuurlijk weer koren op de molen van de geruchtenmakers was: “I am looking forward to taking on the challenges as CEO of this legendary and iconic company with a peerless motorsport history. Lotus has a worldwide reputation for innovative engineering and superb sportscars that lead the world in efficiency, design and dynamics. With the recent launch of the award-winning Evora, there is proof that Lotus is better placed than many to capitalise on the rapidly changing automotive market. I can’t wait to get my plans underway in October,”

Tot oktober blijft het dus lekker gissen!

Bron: Pistonheads
Foto: Albert Mensinga

Klassiekerrally vakantietip: Matra museum

Vakantietijd! Maar wat te doen wanneer je ergens midden in Frankrijk rondrijdt? Klassiekerrally.nl lezer Pieter Ameye heeft wel een suggestie: het Espace Automobiles Matra. In dit kleine museum is een overzicht te zien van de auto’s die het kleine merk van het begin in 1964 tot 2003 voortbracht. En daar zitten juweeltjes bij!

Geniet van de foto’s, en wanneer u wilt weten waar het museum is, kijk dan onder de foto’s op de kaart.

Update: Nu ook met een fijn artikel van PieterA!
‘Mécanique Aviation et Traction’ of kortweg Matra zoals de meesten het nu kennen was een Franse producent van sport- en racewagens. Al was dit niet meteen het geval. De historie van Matra kent een complex verloop dat de moeite waard is om even te doorlopen. De stempel – van het ondertussen ter ziele gegane – sportwagenbedrijf is niet onbelangrijk en kent een verhaal welk thuishoort in de betere autogerelateerde geschiedenisboeken.

Oorspronkelijk werden er in Vélizy-Villacoublay helemaal geen auto’s gebouwd. Het bedrijf was onderdeel van de overkoepelende groep ‘Groupe Legardère’. Zoals het acroniem al doet vermoeden deed het bedrijf zaken in de lucht- maar ook ruimtevaartindustrie. (vandaar ook de raket in het logo) Onder meer met de productie van ultra geheime telegeleide (lucht)afweersystemen voor het Franse leger. Maar er werden ook geavanceerde filmcamera’s, telecommunicatiesystemen, fietsen en bromfietsen gebouwd. Stichter van het merk was de Fransman Marcel Chassagny. Notoir golffanaat, maar vooral een industrieel die van vele markten thuis was en slechts één doel voor ogen had. De beste zijn, in wat voor industriële tak dan ook. Chassagny leverde hierdoor aan heel wat andere bedrijven, onder meer aan DB Cars in Champigny-sur-Marne.

Dit klein bedrijfje, opgestart in 1936 door Charles Deutsch en René Bonnet, maakte voornamelijk sportwagens die voorzien waren van Citroëntechniek, later met techniek van Panhard. In 1961 gingen beide heren door een intern dispuut verder hun eigen weg in de autoindustrie. Charles Deutsch, ingenieur in de aërodynamica, startte zijn eigen bedrijfje SERA-CD (Société d’Etudes et de Réalisation Automobiles – Charles Deutsch) op. Later zou Deutsch nog van 1975 tot ’78 voorzitter zijn van FISITA. (Fédération Internationale des Sociétés d’Ingénieurs des Techniques de l’Automobile)

René Bonnet herdoopte DB Cars tot ‘Automobiles René Bonnet’ en verplaatste de productie naar Romorantin, een klein dorpje in het Franse departement Loir-et-Cher. Tevens de plek waar het huidige museum van Matra zich bevindt, maar later daarover meer. Het was daar dat Bonnet in 1962 zijn eerste noemenswaardige sportwagen bouwde, de René Bonnet Djet. (De letter ‘D’ was hierbij aan toegevoegd zodat ook de Fransen het woord correct zouden uitspreken) De Djet werd voorzien van Renault-techniek en er werden uiteindelijk 197 exemplaren van gebouwd onder deze naam.

Teleurstellende betrouwbaarheid
De René Bonnet Djet.werd gebouwd op een chassis van buizen en voorzien van carrosserie uit glasvezelversterkt polyester. Zoals het de echte sportwagen betaamd kwam de 1108 cc grote motor centraal achterin te liggen. Motor en voorophanging waren afkomstig van de Renault 8, de versnellingsbak van de Renault Estafette (met gewijzigde overbrengingsverhoudingen). Maar Bonnet ging verder, zo voorzag hij zijn geesteskind van schijfremmen en onafhankelijke wielophanging rondom. De eerste Djet was met zijn 65 pk goed voor 165 km/h, de MK II had 80 pk en ging daarmee tot 190 km/h. Deze erg nette prestaties had de auto te danken aan zijn uiterst lage gewicht van 600 kg.

Later bouwde Bonnet nog de MK III en IV van zijn Djet. Speciaal voor circuit gebruik met een 100 pk sterke 998 cc motor met dubbele bovenliggende nokkenas. Hoewel de Djet alles in huis had om een bescheiden commercieel succes te worden kwam René Bonnet hierdoor wel in de financiële problemen. De verkopen bleven uit door de weinig praktische kant van het ontwerp en de teleurstellende mechanische betrouwbaarheid ten opzichte van de eveneens van Renault voorziene mechaniek van de Alpines.

Bonnet moest zijn droom op 1 oktober 1964 laten varen en liet alles over aan zijn grootste schuldeiser Matra. Hierdoor kwam Marcel Chassagny aan het hoofd van de autotak in Romorantin te staan. René Bonnet zelf trok zich terug. De naam van de auto veranderde naar Matra Bonnet Djet en Jean-Luc Lagardère kwam aan het hoofd van de productiefaciliteiten te staan. Vanaf toen ging het snel, Philippe Guèdon, afkomstig van bij Simca werd aangetrokken en kreeg de opdracht het originele ontwerp te verbeteren. Om de auto comfortabeler en stabieler te maken groeide de auto daarom in alle dimensies. Er werden van ’65 tot ’67 drie types gebouwd, de Djet V en V S hadden nog steeds de 1108 cc grote Renaultmotor maar de Djet Six kreeg de 1255 cc motor van 105 pk. Verder konden de klanten nu opteren voor een ‘De Luxe’ pakket en er werden ook targas op aanvraag gebouwd.

Maar ook deze nieuwe Djets (later gewoon Jet genoemd) werden niet het verhoopte succes. Uiteindelijk wist Matra er 1495 van te slijten. De helft van het vooropgestelde getal dan met er hoopte van te verkopen. De Jet werd uiteindelijk opgevolgd door de MS 530.

De 530A (vernoemd naar Matras R530 raket) brak met de filosofie van zijn voorganger. De weinig betrouwbare Renault-techniek werd vervangen door onderdelen uit de Fordmagazijnen en ook qua concept sloeg Matra een andere weg in. De auto werd luxueuzer, zeg maar meer Frans van opzet. Matra directeur Lagardère gaf de opdracht aan zijn ingenieurs om er een ‘voiture des copains’ van te maken. Nog steeds lag de motor centraal geplaatst, maar door de V4 lay-out was er nu plaats voor een kleine achterbank. De 2+2 kreeg ook enkele typische kenmerken zoals de klaplampen en het uitneembare targadak dat nu standaard was. Omdat Matra zijn dealernetwerk gevoelig wou uitbreiden ging het in 1970 een akkoord met Simca (Chrysler Europe) aan. Maar de 530 werd opnieuw geen slaand succes. De prestaties vielen tegen, net zoals de afwerking en de kopers bleven bijgevolg weg. Van de 530A, LX en SX zijn er uiteindelijk 9609 exemplaren gebouwd.

De volgende peiler in het hoofdstuk van Matra werd het tweeluik Bagheera/Murena. Matras hoofdingenieur Guèdon kreeg de opdracht om met een revolutionair concept de nieuwe Matra beter te wapenen tegenover concurrenten. Na ongetwijfeld heel wat denkwerk kwam Guèdon op de proppen met een unieke driezitsconfiguratie. Het ontwerp van Antoine Volanis kreeg in plaats van het klassieke 2+2 concept met een vierde en tamelijk nutteloze zitplaats op de achterbank, een enkele zitrij met drie volwaardige zitplaatsen. Het design had wat weg van de Lamborghini Urraco en al snel was ‘the poor man’s Urraco’ geboren. Even werd met het idee gespeeld om de bestuurderspositie naar het midden te brengen, net zoals later bij de McLaren F1, maar daar had Matra de financiële middelen niet voor. Het blok, 1300 cc groot, lag 15° gekanteld voor de achteras en wist 84 pk bij 6200 toeren te produceren. Door het weglaten van de achterbank bleven de dimensies klein en kon een agiel weggedrag verwezenlijkt worden met een quasi perfecte gewichtsverdeling. (42/58) Ook qua materiaalgebruik was de Bagheera bij de pinken. Het chassis was dan wel van staal, de carrosserie was polyester en de achteras aluminium. Verder had de Bagheera een vierbak en schijfremmen rondom net zoals torsiestaven. Ook de bagageruimte was behoorlijk dankzij het weglaten van de achterbank.

De Bagheera (vernoemd naar de zwarte panter uit Junglebook) kreeg oorspronkelijk heel wat goede kritieken van het journaille maar die smolten al snel als sneeuw voor de zon. De bouwkwaliteit was nog steeds vrij belabberd te noemen, maar erger was de roestgevoeligheid van het stalen chassis. Hierdoor blijven er tot op heden zo goed al geen Bagheeras over die niet ten prooi gevallen zijn aan het roestmonster. Gelukkig wisten de unieke eigenschappen toch nog 47.976 kopers te overtuigen. Een succes voor Matra dat tot voorheen nooit meer dan 10.000 exemplaren had weten te verkopen van een model. In het laatste productiejaar wisselde de naam van de Bagheera samen met het typenummer nog van Simca-Matra naar Talbot-Matra doordat PSA Chrysler Europa had overgenomen.

In het geheim droomde hoofdingenieur Guèdon ervan om een extreem krachtige Bagheera te bouwen. Hiervoor had hij à la VW met zijn W-motoren twee 1300 cc viercilinderblokken tegen elkaar geschroefd om een 2,6 liter grote U8 te creëren, goed voor 168 pk. De complexe maar compacte lay-out vergde een speciale aanpak en de motor was in tegenstelling tot de dwarsgeplaatste motor van de Bagheera lengtegewijs geplaatst. Doordat de beide vier-in-lijns met hun rug naar elkaar stonden en de twee (!) krukassen dus in tegengestelde richting draaiden werd de krukas van de ene motor voorzien van een speciale achteruitversnelling. Samen met een ‘morse-chain’ mechanisme moest dit voor de gecombineerde aandrijving op het achterste differentieel zorgen. Jammer genoeg zijn er nooit concrete productieplannen geweest voor dit unieke ontwerp. Enerzijds de oliecrisis en anderzijds de slechte financiële situatie van Chrysler hebben er anders over beslist. Het enige overgebleven exemplaar bevindt zich nu in het Matramuseum.

De opvolger van de Bagheera werd de Murena. Welk grotendeels een evolutie van de Bagheera was. Omdat de roestproblemen met het onbehandelde stalen chassis zo groot waren werd het chassis ditmaal gegalvaniseerd. De achteras van aluminium werd wel door een stalen exemplaar vervangen. De vierbak werd een vijfbak en de ophanging en stuurinrichting kwamen ditmaal uit de rekken van Simca. De Murena was voorzien met 2 liter Renault motor maar Renault hielt dit uiteindelijk tegen doordat de concurrentie te groot zou worden met hun eigen Fuego. Hierdoor kwamen er motoren van Simca en later Talbot in de Murena te liggen. Hoewel de Murena nu alles in huis had om de verkoopcijfers van de Bagheera te kloppen bleef het aantal gebouwd exemplaren op 10.680 steken. De hoge prijs, matige prestaties en ondertussen slechte naam deed het publiek wegblijven. Het was tevens de periode van hot hatches zoals de Golf GTI, auto’s die voor veel minder geld minstens even snel waren.

De ingenieurs bij Matra hebben later nog heel wat snelle prototypes ontwikkeld maar geen van allen is er uiteindelijk gekomen. De Murena 4S moest de klap op de Murenavuurpijl worden met zijn vier kleppen per cilinder en 180 pk maar PSA hielt het project tegen. De twee prototypes bevinden zich nu in collecties. Slechter is het afgelopen met het eenmalige prototype V12. Deze was voor de gein voorzien van Matras V12 uit de F1, maar de auto werd jammer genoeg vernietigd.

Heel wat Murenas zijn achteraf sterk opgevoerd omdat de lay-out nu eenmaal garant staat voor de juiste sensaties. Turbo’s en andere kits gingen vlot over de toonbank. De meest noemenswaardige optie was die van de specialist Carjoy. Die had een kit ontwikkeld om de schitterende 184 pk sterke 3 liter V6 uit de Alfa 164 tussen de assen van de Murena te schuiven. Het resultaat kan enkel prachtig zijn.

De productie van de Murena hield er in 1983 reeds na drie jaar mee op en moest plaats maken voor de Renault Espace die net zoals de Murena bestond uit een combinatie van gegalvaniseerd stalen chassis met een carrosserie van koolstofvezel. Matra was verantwoordelijk voor de bouw van de types I, II en III van de Espace. Later heeft Matra nog de futuristische maar weinig succesvolle Avantime gebouwd. Toen er in 2003 een kruis over de Avantime gemaakt werd was dit eveneens de doodsteek voor de productiefaciliteit in Romorantin.

Met de grond gelijk
Op dit moment is er in Romorantin enkel nog het Musée Espace Automobiles Matra dat symbool staat voor de roemruchte producent van interessante vierwielers. De originele fabrieksgebouwen die dateren uit 1900 en waar alles Matras gebouwd werden zijn in 2008 met de grond gelijk gemaakt voor woningbouw. Enkel de fabriekspoort is gebleven. Matras test- en ontwerpafdeling werd verkocht aan Pininfarina en is ondertussen eigendom van Segula Technologies. Onder de naam Matra worden op dit moment allerhande elektrische voertuigen gebouwd en ontworpen.

Het museum is trouwens een echte aanrader voor ieder die zich serieus in auto’s interesseert. Naast de gewone modellen van Matra vind je er heel wat prototypes, F1- en andere raceauto’s terug.

[mappress]