Fuchs velgen – niet alleen voor Porsches! [gerectificeerd]

Wie kent ze niet, de Fuchs velgen die vele Porsches sinds 1966 sieren? De velgen met het vijf-bladerige ontwerp zijn zó legendarisch dat je na het verdwijnen ervan uit het Porsche-programma ook zou verwachten dat de firma Fuchs niet meer bestaat. Niets is minder waar. Zonder het misschien te weten zie je dagelijks producten van de Otto Fuchs KG. Bovendien was Porsche niet de enige groot-afnemer van gesmede Fuchs velgen.

Nieuwe Fuchs velgen voor Porsche

Nieuwe Fuchs velgen voor Porsche

Maar laten we bij het begin beginnen. Porsche was op zoek naar een speciale velg voor de nieuwe sportwagen die ze in 1962 aan het ontwikkelen waren. Het moest er fraai uitzien, en licht zijn om het onafgeveerde gewicht laag te houden. Een gegoten velg kwam daarom niet in aanmerking. De ingenieurs herinnerden zich aan de loopwielen die ze gebruikt hadden voor een licht pantser-rupsvoertuig dat de Bundeswehr door de lucht moest kunnen vervoeren. Die loopwielen moesten om die reden ook licht zijn en werden daarom gesmeed uit aluminium. Zo kwamen ze ook voor de velgen van de 901 (na protest van Peugeot uiteraard 911 genoemd, maar dat verhaal is bekend) ook nu weer terecht bij Otto Fuchs. Ze legden hun wensen bij de specialist neer, waarop hij de uitdaging aannam en het beroemde wiel ontwierp. Meer dan twintig jaar lang werd de velg als standaarduitrusting of als optie bij Porsche aangeboden, en tot op heden is het eerste model nog bij Porsche Classic te verkrijgen. We waren eind vorig jaar ook blij verrast toen Porsche de fraaie -slechts 250 maal gebouwde- Sport Classic voorzag van een wat opgefriste versie van de ‘Fuchs velg’. Dat Porsche diezelfde velg nu ook op de accessoirelijst heeft gezet, vormde de aanleiding voor dit artikeltje.

Barockfelge

Barockfelge

En zo kwamen we tot de ontdekking dat dé Fuchs velg helemaal niet dé Fuchs velg is, maar slechts een van de vele bekende en zelfs beroemde velgen die Fuchs produceerde en nog steeds produceert. Want ook Mercedes liet velgen smeden door Fuchs. De zogenaamde ‘Barock’ velgen deden hun intrede in het begin van de jaren ’70 en bleven zo’n 15 jaar in productie. Het was het eerste aluminiumwiel dat in grote aantallen geproduceerd werd. En wie een NSU Ro 80 ziet, ziet (meestal tenminste) ook Fuchs velgen. En wat te denken van de velgen voor de Opel Kadett GTE, VW Porsche 914, AUDI Ur-quattro en de Porsche 928?

Fuchs velg productieproces

Fuchs velg productieproces

Tegenwoordig zien we meer Fuchs velgen dan we wellicht beseffen: Zowel Audi als Mercedes, BMW en Volkswagen rusten hun auto’s uit met de velgen van de legendarische velgensmid. Wat wel verwarrend is, is dat de voor de Sport Classic toegepaste velg niet door Otto Fuchs geproduceerd wordt, niet gesmeed is en daardoor maar liefst 3 kilo meer weegt dan de velgen die Otto Fuchs KG op dit moment voor Porsche in zijn leveringsprogramma heeft.

Fuchs velgen zijn ook geliefd bij Volkswagen bezitters

Fuchs velgen zijn ook geliefd bij Volkswagen bezitters

Bron: Otto Fuchs AG

De boy-racers: Het ontstaan van de ‘sports’-saloon

Renault, dat is de sleutel in dit verhaal en dan met name de Dauphine. Uitgebracht in 1956 als opvolger van de 4CV, was de Dauphine met zijn 32 trappelende paardjes en drie versnellingsbak nou niet bepaald een snelle jongen te noemen. De Dauphine was wel vanaf het begin een commercieel succes voor de Regie, er zijn er meer dan 2 miljoen van gebouwd, in verschillende landen van de wereld.

Amédée Gordini Amédée Gordini (1899-1977), in Frankrijk de ‘tovenaar’ genoemd, wist al heel vroeg dat de kracht van een motor uit de cilinderkop gehaald moet worden!

Amédée Gordini, een Franse Italiaan had in de vijftiger jaren een renstal, deed aan formule 1 en werkte samen met Pozzi (ook een Franse Italiaan) bij Simca. Helaas ging de Gordini renstal roemloos ten onder en moest Amédée iets anders.Dat vond hij bij Renault, hij stelde de Regie voor om een snellere versie van de Dauphine voor hen te ontwikkelen, Renault zag daar wel brood in, de Dauphine had een wat duffig braaf imago, dat wel wat peper kon gebruiken. Aldus ging Amédée aan de slag. Hij peuterde zo’n 40 paarden uit het motortje, er werd een vier versnellingsbak geïnstalleerd en de topsnelheid van de Gordini kwam op zo’n 125/130 kilometer per uur.

Dauphine Gordini Introductie van de eerste ‘Gord’ met op de achtergrond een Renault 4CV

Gordini 1093 Een zeldzame 1093, herkenbaar aan de grotere koplampen en alleen verkrijgbaar in het wit met blauwe strepen!

Een bijzonderheid, en zeker vermeldenswaardig, is dat de Gordini’s standaard rondom met schijfremmen waren uitgerust, als eerste auto in zijn klasse ter wereld! Naast de ‘gewone’ Gordini, is er een gelimiteerde serie gebouwd met een 1093cc motor, verder gekieteld door Amédée goed voor een top van meer dan 140 km/uur. Speciaal voor de echte hardcore boy-racers.

Austin op twee wielen Zo deed je dat in de vijftiger jaren

Aan de andere kant van het kanaal werd intussen in 1959 een raar autootje gelanceerd, dat onder de naam Morris Mini Minor en Austin Seven werd verkocht, een auto die we nu kennen als de legendarische Morris Mini, of kortweg Mini. Dit vehikel was snel ontworpen door Alec Issigonis, met de bedoeling om een klein handzaam maar toch ruim autootje te bouwen, naar aanleiding van de Suez-Crisis. Omdat BMC (British Motor Corporation) haast had met dit project, werd Issigonis de vrije hand gegeven en kwam hij tot een -op zijn zachts gezegd- vreemde configuratie: de motor (die gewoon uit de Austin A30 en Morris Minor was overgenomen) lag dwars voorin, stond bovenop de versnellingsbak en dreef de voorwielen aan. Verder werden de versnellingsbak en de motor door dezelfde olie gesmeerd, een unicum!

Austin A30 De A30 was de toerwagen in de vijftiger jaren

Morris Cooper S Zelfs in Duitsland werd de Cooper ‘S’ als Wunderbar ervaren.

Ene John Cooper zag wedstrijdpotentieel in BMC’s nieuweling en hij ging in zijn garage aan de slag om de motor fijn te slijpen, uiteraard niet op de laatste plaats gehinderd door de race ervaringen die er met de Austin A30/ A35 waren opgedaan, een populaire circuit racer uit die tijd. Cooper, een vriend van Issigonis wist hem en de BMC directie te overtuigen van het nut van een boy-racer en in 1961 was het zover: 997 cc’s in plaats van de originele 848, van 34 naar 55 steigerende paarden, een andere bakverhouding en… In navolging van de Dauphine Gordini, schijfremmen, maar dan alleen op de voorwielen!

Cooper 1963 Natuurlijk is ze gelukkig, een strakke Cooper uit 1963 in de meest geliefde kleurstelling, ze heeft vast ook nog een vriendje!

De Cooper en zijn in 1963 uitgebrachte nog giftiger zusje de Cooper “S” werden de standaard en de iconen in de boy-racer klasse. Ook ik moest en zou er eentje hebben, want als 8-jarige telde je niet mee als je geen Corgi-Toys ‘Monte Carlo‘ Cooper in je verzameling had.

Corgi-Toys ‘Monte Carlo‘ Cooper

In Duitsland bleef het vooralsnog rustig, immers waarom zou Volkswagen die zo gigantisch succesvol waren in de Verenigde Staten met de Volkswagen 1200 (kever)
zich zorgen maken? De hele jaarproductie was al uitverkocht !

Kevers Een schip, gecharterd door VW brengt eindeloze rijen Kevers naar de nieuwe wereld.

In Italië heerste een andere cultuur, weliswaar was daar een Mijnheer Carlo Abarth actief, maar waarschijnlijk door de super individualistische Italiaanse volksaard, was het daar de lokale garagist die naast banden, olie en reparaties ook nog eens de huis tuner van het dorp was! Hij kocht dan wat Abarth onderdelen, maar om jouw Fiat 500, 600 of 850 te tunen, had iedere Italiaanse garage zijn eigen receptenboek van onderdelen. Daarnaast waren de Abarth creaties onbereikbaar voor de gewone man en waren ze te hardcore, te veel racer!

600 Abarth Een vroege 600 Abarth in actie tegen een paar AH Sprite’s. Vooral op een droog circuit waren de Abarth’s onverslaanbaar. Ging het regenen, dan was het de beurt voor de Cooper- brigade.

In Duitsland, in het lieflijke Neckarsulm, gingen er wel alarmbellen af, daar stond een fabriekje dat autootjes bouwde die naar de naam NSU luisterden en NSU, gesterkt door het succes van vooral de Britse Coopers kwam met een hardcore NSU, eerst als 1000TT, 55 pk sterk, uitgebracht in 1965 waarbij de Prinz 1000 als basis werd genomen, al gauw opgevolgd door de potentere 1000 TTS en als laatste en meest succesvolle, de 1200 TT, waarvan er veel geleverd werden in een sportieve oranje kleur zoals het exemplaar hieronder.

NSU 1200 TT

Meanwhile in Engeland wordt Ford’s nieuwe middenklasser voorgesteld onder de naam Escort, we schrijven 1968. Ford -altijd een succesvolle marketeer- ziet het succes van de andere boy-racers en komt al in 1968 uit met een Escort 1300 GT. Met een Weber valstroom carburateur en 75 pk een serieus snelle jongen die -vreemd genoeg- ook als 4-deurs leverbaar is.

Ford Escort

Ford had inmiddels de smaak goed te pakken en de Escort werd achtereenvolgens geleverd als GT, Twin-Cam voor de racerij, voorzien van een Lotus motor, als RS 1600, en de Escort Mexico, De Escorts waren succesvol in de rally en race wereld, het Ford fabrieksteam behaalde menige overwinning met de hete Escorts. Vooral de Mexico en de latere iets tammere Escort Sport golden als hartedieven voor de boy-racers.

Ford Escort Mexico Een echte boy-racer, de Escort Mexico met vinyl dak uit die periode

Ford Escort Twin Cam Een work’s Escort Twin Cam uitgeklopte spatschermen met Minilite velgen, 4 grote Cibié lampen, zo deed je dat in die tijd. De motorkap is zwart gespoten om hinderlijke schittering tegen te gaan.

En bij BMC, gesterkt door het enorme Cooper succes wordt er een loot aan de stam toegevoegd, de Morris 1300 GT, afgeleid van de van de zojuist gefacelifte 1100/1300 series (in Nederland beter bekend als ‘Glider’, hoewel alleen de Austin onder die naam verkocht werd), met een iets tammer gemaakte Cooper S motor, dubbele SU carburateurs en leuke wieldoppen, alleen verkrijgbaar in vrolijke kleuren zoals dit rode exemplaar.

Austin 1300 GTEen als Austin ge-badgte Morris 1300 GT

Bij Renault had men intussen ook niet stilgezeten, gesterkt door het Dauphine Gordini succes, werd de samenwerking voortgezet met de opvolger van de Dauphine, de R8. De R8 Gordini is de eerste auto geweest van de zogenaamde merkencups, waarbij jonge coureurs in dezelfde wagens over circuits mochten ‘raggen’, op zoek naar nieuw talent.

Gordini's Laagvliegende Gordini’s in de zestiger jaren

Amédée Gordini had, met de komst van de 1300 8-Gordini zijn lusten verder mogen botvieren van de Regie Renault, een topsnelheid van 175 km/u, rondom schijfremmen met rembekrachtiging, dubbele blérende Weber carburateurs, en heel bijzonder, een vijf versnellingsbak. Overigens logisch als je weet dat de R8 Gordini de technische basis is geweest voor ………..de Alpine A 110 !

Renault Alpine A110 Works Een vroege A110 in Works uitrusting, met Gotti velgen en Cibié lampen

Naast de Gordini, die best wel kostbaar was, zag Renault ook kans om de R8S, uitgerust met een 1100 cc en 55 pk en een dubbele Weber carburateur aan de man te brengen, dit was meer een boy-racer dan de dure Gordini !

Renault 8s Boy racers in volledige uitrusting, bezig om de Renault 8S aan de man te brengen

Simca uit Poissy, bij Parijs vond het ondertussen hoog tijd om hetzelfde trucje uit te halen, een simpele productie carrosserie, wat toeters en bellen, een leuk kleurtje en een snel motortje, zo van de productie band af en daar stond’ie dan de Simca 1000 Rally 1, in Nederland voor een bedrag te koop van 5995,– hele Guldens! De Rally 1 was verkrijgbaar in de kleuren Oranje en Wit, de latere hetere Rally 2 in een onbestemd ‘mosterd’ kleurtje.

Simca Rally1 Een heuse Rally 1 voor nog geen 6 mille nieuw uit de doos

Simca Rally2 De Rally 1 had trouwens 60 pk terwijl de Rally 2 er een gezellige 82 onder de motorkap had

Maar het tij keerde, en begin zeventiger jaren was iedereen de Gordini’s de Rally’s en de TT’s wel een beetje zat, de wereld was aan het terugkomen van achterwielaandrijvers met de motor achterin, de Mini, de Deux Chevaux en de Renault 4 hadden inmiddels bewezen dat voorwielaandrijving de toekomst had. BMC bestond niet meer en was opgegaan in British Leyland, een bedrijf dat van voren niet wist dat het van achteren leefde, de Mini werd jaren verwaarloosd en als ‘auslaufmodel’ beschouwd in het concern.

British Leyland logo

Renault liet achterwielaandrijving rücksichlos los, gesterkt door dat ene nummer, de Renault 4 en daarom was de R8’s opvolger ook een voorwielaandrijver, de Renault 5.

Het duurde tot 1976, maar toen knutselden wat ingenieurs bij Volkswagen in hun vrije tijd een Golfje 1600 in elkaar met Bosch K-jet tronic brandstofinspuiting en een vijf versnellingsbak, de GTI generatie was geboren! Maar voor een bloemlezing over het fenomeen GTI, verwijs ik jullie graag door naar de documentaire “The New Romantics” van ene Jeremy Clarkson.