Amelia Island Auction, Florida – deel 2

Recessie of niet, de vraag naar (zeer) kostbare auto’s lijkt altijd te blijven bestaan. In elk geval worden door veilinghuis Gooding & Company op vrijdag 12 maart in het -hopelijk zonnige- Florida diverse pronkstukken geveild. Van enkele exemplaren wordt een opbrengst van meer dan 1 miljoen verwacht. We laten ons niet per definitie leiden door de prijs, dus mijn selectie is een puur persoonlijke keuze uit de veilingcatalogus, gepresenteerd op alfabetische volgorde. In dit bericht de laatste vier uit mijn selectie.

Ghia 450 SS Convertible (1967)

De Ghia kwam ik in coupé-vorm al eens tegen op de Techno Classica in 2009, in een fraaie kleur groen. Dit exemplaar is echter nog begeerlijker, want er gaat niets boven open-top-touring. De wereld heeft deze schoonheid te danken aan Hollywood-producer Burt Sugarman, die op de omslag van R0ad & Track een Fiat G230S met Ghia carrosserie zag staan. Vanaf dat moment was hij verkocht. Hij nam contact op met Giorgetto Giugiaro, die bij Ghia in Turijn werkte. Met een flinke dosis overredingskracht kreeg Sugarman Ghia zo ver om een cabrio in gelimiteerde oplage te bouwen. Hij riep zelfs speciaal voor dat doel een nieuw bedrijf in het leven: Ghia of America.

De auto’s wisselden van eigenaar voor het exorbitante bedrag van $ 11.000,-. Daarmee vergeleken waren de duurste Ferrari’s, Maserati’s en Rolls-Royces ineens koopjes. Toch verkocht de door Italianen ontworpen en Amerikanen aangedreven auto goed. Standaard was de auto voorzien van leren sportstoelen, dikke vloerbedekking, stuurbekrachtiging, rembekrachtiging, een sperdifferentieel en gepolijste Borrani spaakvelgen. Al met al werden 52 exemplaren gebouwd, die allemaal via een exclusieve dealer in Beverly Hills verkocht werden. Veel van de eigenaren waren beroemdheden, waaronder Johnny Carson, Wilt Chamberlain en uiteraard Burt Sugarman.

Technische specificaties:
273 CID OHV ‘Commando’ V-8 motor
Enkele Carter carburateur
235 pk bij 5,200 toeren/minuut
3-versnellings TorqueFlite Automatische transmissie
Schijfremmen voor, trommelremmen achter
Starre achteras met half elliptische bladveren

Geschatte opbrengst:
$100,000 – $125,000

Nash Rambler “Palm Beach” Coupe Special (1956)

Vlak na de Tweede Wereldoorlog begon Nash met het ontwikkelen van veel spannender auto’s dan de conservatieve, nogal saaie modellen die ze voor de oorlog hadden gebouwd. Hun klantenkring stapte namelijk over naar merken als Auburn, Ford en Plymouth. Dat veranderde dus toen Charles Nash ontwerper en visionair George W. Mason als opvolger koos. Hij experimenteerde met aerodynamische carrosseriën voor alle modellen, en richtte een eigen ontwerpafdeling binnen het bedrijf op. Edmund Anderson -voormalig hoofd van de General Motors ontwerpafdeling- werd aangenomen, tegelijk met een team van getalenteerde ontwerpers van Ford en GM. Mason’s revolutionaire ‘Airflyte’ bleef het belangrijkste product tot Nash in 1957 werd opgeslokt door de American Motor Company.
Mason was er ook van overtuigd dat er een markt voor kleine auto’s bestond in de Verenigde Staten, dus liet hij de Rambler ontwikkelen, en ging samenwerken met het Britse Austin om de Metropolitan te produceren. Zijn bedrijf, status en internationale projecten brachten hem geregeld naar Europa, waar zijn ideeën over de Amerikaanse auto werden beïnvloed. Al in 1940 legde hij contacten met de legendarische ontwerper Battista ‘Pinin’ Farina, en in 1951 begon hij een samenwerkingsverband met Donald Healey en Pinin Farina, waaruit de Nash-Healey ontstond.

Aangezien Mason een overeenkomst voor langere tijd had met Pinin Farina, werden zijn diensten halverwege de jaren 50 ook nog gevraagd. De meest opvallende van de ontwerpvoorstellen was de ‘Palm Beach’, gebaseerd op de Rambler. Het concept was bedoeld als vervanger voor de Nash-Healey en niet slechts bestemd om droomauto te blijven. Ondanks dat de kans op productie niet groot werd geacht, werd de auto wel dusdanig geconstrueerd, dat een snelle marktintroductie mogelijk zou zijn. Het is duidelijk zichtbaar dat Pinin Farina’s ontwerpen in de jaren ’50 geïnspireerd waren door de luchtvaartindustrie. De auto heeft grofweg het formaat van een Alfa Romeo Giulietta, maar het is Pinin Farina toch gelukt om de lijnvoering gracieus en gestrekt te maken, waardoor de auto groter lijkt dan hij is. Vergeleken met de Nash-Healey was het ook nog eens een erg lichte auto.

Technische gegevens:
Chassis nr. D-12575, motor nr. E-13206
Volledig werkend productie prototype
196 CID L-Head 6 cilinder lijnmotor
Enkele Weber carburateur
82 pk bij 3,800 toeren/minuut
Handgeschakelde 3-versnellingsbak
Hydraulisch bediende trommelremmen op alle wielen
Onafhankelijke voorwielophanging
Starre achteras met bladveren

Geschatte opbrengst:
$700,000 – $900,000

Peugeot 402 Darl’mat Roadster (1938)


Emile Darl’mat -geboren in 1892- deelde zijn eerste levensjaren met die van de auto. Na een stage van vier jaar bij de beroemde luchtvaartpionier Clement Adler, en een kort verblijf in de VS, waar hij als chauffeur werkte, keerde de jonge Darl’mat terug naar Parijs om een kleine garage op te richten, waar hij auto’s verkocht en repareerde. Hij verkreeg het dealerschap voor Panhard en Peugeot en nam in de jaren ’30 weer afscheid van het Panhard dealerschap.

In zijn streven naar begerenswaardige automobielen, zocht -en vond- hij samenwerking met de meest bekende namen in de Franse luxe automobielindustrie: Marcel Pourtout en Georges Paulin. De eerste vrucht van de samenwerking tussen Darl’mat en Pourtout werd getoond op de Salon de l’Automobile in 1927, en Darl’mat en Paulin werkten samen aan een aërodynamische carrosserie op het Peugeot 301 chassis dat debuteerde op de World’s Fair in Chicago. Misschien wel de meest succesvolle van alle vroege voorstellen van Darl’mat was de Eclipse, met de door Paulin ontworpen dakconstructie die we nu Coupé Cabrio of iets dergelijks zouden noemen. De Eclipse was een concept die veel aandacht heeft gevestigd op de toen nieuwe Peugeot 302-serie.

De drijfveer van Darl’mat was het verlangen om het merk Peugeot naar een hoger plan te brengen. In zijn jonge jaren was hij gefascineerd door de zeer geavanceerde Peugeot Grand Prix auto’s, die de circuits van Europa domineerden. Tegen het midden van de jaren ’30 werd Emile Darl’mat dusdanig gerespecteerd en bewonderd dat de fabriek hem de toegang en de middelen gaf die nodig zijn om zijn eigen Peugeot sportwagen te ontwikkelen. Een waarmee hij de reputatie van het merk in de autosport weer een flinke impuls kon geven. Met de hulp van Peugeot’s directeur van de ontwikkelingsafdeling, Alfred Geauque, en zijn partners Georges Paulin en Marcel Pourtout, maakte Darl’mat een van de meest raadselachtige en kunstzinnig gestileerde sportwagens aller tijden: de Special Sport.

De carrosseriën werden vervaardigd uit dunne aluminium platen, met de hand gevormd op een houten mal. Doordat de carrosseriën zo licht waren, waren de relatief bescheiden motoren toch in staat de auto’s van behoorlijke prestaties te voorzien, zowel op de weg als op het circuit. In 1937 eindigden drie speciaal geprepareerde Roadsters tijdens de 24 uur van Le Mans op de 7e, 8e en 10e plaats. Het jaar daarna eindigde de nieuw ontworpen 402 op een 5e plaats in het algemeen klassement, en als eerste in zijn klasse.

Ondanks de toen hoge prijs van ongeveer $ 8600,- werden alle 100 auto’s verkocht en zorgden voor een uitstekende reputatie vanwege hun goede en opwindende rij-eigenschappen. Helaas kwam door de Tweede Wereldoorlog een einde aan de productie van de Darl’mat auto’s.

Technische specificaties:
Ontwerp door Georges Paulin, carrosserie door Pourtout
Chassis nr. 400247
Een van ongeveer 30 overlevende exemplaren
1,991 cc OHV 4 cilinder lijnmotor
Twee Zenith carburateurs
70 pk bij 4,250 toeren/minuut
Cotal Pre-Selector versnellingsbak met vier versnellingen
Trommelremmen op alle wielen
Onafhankelijke voorwielophanging met dwarsgeplaatste semi elliptische bladveer en hydraulische schokdempers
Starre achteras met half elliptische bladveren en hydraulische schokdempers

Geschatte opbrengst:
$650,000 – $850,000

Voisin C20 V-12 Mylord Demi-Berline (1931)

“Elke lijn, waarvan de functie niet kan worden gerechtvaardigd, kan niet als mooi worden beschouwd.” – Gabriel Voisin

Op de Auto Salon van Parijs in 1930, presenteerde Gabriel Voisin zijn nieuwste ontwerpen op een wijze die vergelijkbaar is met die van de internationaal gerenommeerde architect Le Corbusier (een pseudoniem van Charles-Edouard Jeanneret). De introductie werd niet aangekondigd door een eenvoudig pamflet of een brochure, maar door een boekwerk van meer dan 100 pagina’s. De eerste pagina’s daarvan werden gevuld met een uiteenzetting over de slechte smaak en oude ideeën van de Amerikaanse automobielindustrie en -marketing. Het tweede deel werd gebruikt om Voisin’s idealen te vergelijken met die van zijn leeftijdgenoten. Uiteindelijk werden 60 pagina’s gewijd aan het in kaart brengen van alle details van Voisin’s nieuwste auto’s.

De naam ‘Mylord’ was bedacht voor de twee-deurs, vier-persoons sedan die opgebouwd was op het Simoun chassis. Het was ontworpen om vier personen en hun bagage zo comfortabel mogelijk, zo snel mogelijk en in absolute veiligheid te vervoeren – als een prive-vliegtuig voor de weg. Het ontwerp werd gereduceerd tot de meest fundamentele elementen – in feite een verzameling van blokjes – en benadrukt Voisin’s liefde voor modulair ontwerp. Voor een optimale gewichtsverdeling is de radiator achter de vooras geplaatst en eindigt passagiersruimte eindigde abrupt op de achteras. De daklijn is voornamelijk horizontaal, de ramen laag en de Rudge wielen bedekt met gepolijste aluminium schijven om zo de ‘ouderwetse’ spaken aan het oog te onttrekken. Het chassis en de carrosserie, verstoken van alle versiering, waren geheel zwart geschilderd. Er waren geen treeplanken, geen vloeiende spatborden, alleen de absoluut noodzakelijke onderdelen.

Hoewel vooral het ontwerp in het oog springt, is de bouwwijze van de Mylord carrosserie niet minder geavanceerd. In zijn vroegere jaren was Voisin een van de weinige Franse voorstanders van de Weymann carrosserie techniek die haar wortels in de luchtvaartindustrie heeft. Zijn modulaire auto borduurt voort op dat idee, met een koetswerk van aluminium in plaats van stof.

Helaas werd Voisin net na de introductie van de auto geconfronteerd met ernstige financiële beperkingen en zijn onvergelijkbare V12-project kwam abrupt ten einde.

Technische specificaties:
Ontwerp door Gabriel Voisin en Noël-Noël
Chassis nr. 47505
De enige overlevende 12 cilinder Voisin op een ‘Underslung’ chassis
4,885 cc V12 motor met schuifkleppen
Twee Cozette Carburetors
Circa 115 pk bij 3,500 toeren/minut
Handgeschakelde vierversnellingsbak
Mechanische trommelremmen rondom
Starre assen met half elliptische bladveren
Underslung chassis (loopt onder de assen door waardoor de auto veel minder hoog hoeft te worden)

Verwachte opbrengst:
Op aanvraag(!)

Bron: Gooding & Company

Automobiles d’Exception á Rétromobile, deel 4

Na deel 1, deel 2 en deel 3 volgt uiteraard deel 4. Tijd voor de Italianen, tijd voor coachbuilders, tijd voor Abarth en Alfa Romeo… Als ik er aan toe kom zijn er ook nog een paar leuke Ferrari’s het vermelden waard. Maar eerst de Abarth.

Abarth 750 Zagato Berlinetta (1959)
Carrosserie door Zagato

Chassisnr. 651900, motornr. 776842
Kavelnummer: 281
Verwachte opbrengst: € 65.000,- – 85.000,-

Carlo Abarth maakte de overstap van de productie van in- en uitlaatsystemen voor voornamelijk Fiat naar sportwagenprototypes en kleine series sportwagens. Veel daarvan werden in samenwerking met Carrozzeria Zagato gebouwd. Een van Abarth’s meest succesvolle series was gebaseerd op de Fiat 600. De eerste van deze fraaie, van een Zagato carrosserie voorziene coupé’s was de 750, die in 1956 verscheen. Ondanks dat de 750 min of meer in serie gebouwd werd, had de klant zoveel keuze, ook wat betreft motorisatie, dat het vrijwel onmogelijk is twee identieke exemplaren te vinden.
Het 600 chassis werd ongewijzigd toegepast, waarbij echter wel de veerkarakteristiek werd aangepast, en de voorste remmen werden verbeterd. Ondanks de op papier nog steeds niet indrukwekkende basis, kon het chassis het grotere motorvermogen prima aan. De vermogenstoename werd bereikt door het vergroten van boring en slag van de 633 cc motor, zodat deze een inhoud kreeg van 747 cc. Bovendien werd zo ongeveer elk ander onderdeel aangepast of vervangen. Daardoor steeg het vermogen van 23 pk bij 4000 t/min. naar 44 pk bij 6000 t/min. Autotijdschrift ‘Autocar’ testte de Abarth Zagato 750 GT in 1958 en reed de kwart-mijl in 20 seconden. Daarbij werd een topsnelheid van ongeveer 153 km/u bereikt, helemaal niet gek voor een auto met zo’n kleine motor.

Tijdens de volgende ontwikkelingsfase werd de 750 voorzien van een door Abarth ontwikkelde cilinderkop met dubbele bovenliggende nokkenas, waardoor het vermogen naar 47 steeg. De daarmee uitgerustte modellen werden ‘Bialbero’ (twin-cam) genoemd. Abarth’s kleine coupé’s werden al snel winnaars in hun klasse tijdens internationale GT races. Tijdens de Amerikaanse SCCA races traden de 1 liter Abarths aan tegen auto’s met tot 3,8 liter motorinhoud… en waren nog steeds in staat om te winnen!

Bovenstaande Abarth 750 Zagato Berlinetta werd in 1959 nieuw geleverd aan de Amerikaanse Abarth importeur, de heer Parkinson, die ook bekendheid genoot in de racewereld. In 1989 werd chassisnummer ’651900′ samen met twee andere auto’s (chassisnummer ’457337′ en ’528545′) verkocht aan Massimo Colombo en Luciano Bertolero in Italië. Alle drie de auto’s moesten worden gerestaureerd. De huidige eigenaar kocht ’651900′ in juli 2007. De auto heeft een ivoorwitte lak en een rood interieur. Andere noemenswaardige extra’s zijn de correcte mistlampen, reservewiel en krik en de zeer zeldzame Borrani ‘Bimetallic’ wielen (12″ x 3,5″). De Abarth mag deelnemen aan de Mille Miglia.


Alfa Romeo 6C 2500 SS Coupé (1950)
Coachwork by Ghia
Chassisnummer 64251, motornummer 924866
Kavelnummer 267
Uniek exemplaar met buizenchassis door Gilco
Estimate: €250,000 – 280,000

Alfa Romeo startte in verband met de door bombardementen verwoestte fabrieken pas weer met automobielproductie in 1946. De vooroorlogse 6c 2500 vormde daarbij de basis voor allerlei varianten die de basis vormden voor het herstel van de firma uit Milaan. De 2500 werd in 1939 gepresenteerd als laatste Alfa met apart chassis, en was een doorontwikkeling van de 2300. Met het in eigen bedrijf getekende, maar sterk door Touring beïnvloede ontwerp werd de gestroomlijnde Freccia d’Oro (Gouden Pijl) sport saloon naast coupé en cabriolet versies gebouwd, die werden voorzien van carrosseriën door Pinin Farina, Touring en Ghia. Daarnaast werd ook nog een zes à zevenzits Berlina met langere wielbasis gebouwd.

De motor was uiteraard de laatste versie van Alfa’s uit de racerij stammende zes-in-lijn, met dubbele bovenliggende nokkenassen. De cilinderinhoud van 2443 cc werd verkregen door de boring van de 2300 te vergroten. De laatste -in 1934 geïntroduceerde- versie was ontworpen door Vittorio Jano, en later verder ontwikkeld door Bruno Treviso, om in 1939 de 2500 te worden. Het vermogen bedroeg ongeveer 90 pk met enkele carburateur (Sport), tot circa 150 pk met drie carburateurs (Super Sport, SS) versie.

Alfa Romeo’s traditie om echte rijdersauto’s te bouwen bleef stevig overeind met de 2500, hoewel het chassis niet meer helemaal bij de tijd was. Desondanks had de auto wel volledig onafhankelijke wielophanging, remmen die ruimschoots op hun taak berekend waren, een vrij directe stuurinrichting en een buitengewoon soepel te bedienen -aan de stuurkolom bevestigde- schakelpook.
Door die pook kon Alfa claimen dat het model een volwaardige vijfzitter was, waarbij drie personen voorin, en twee (drie als je echt inschikte) achterin plaats konden nemen. Hoeveel racebloed de 6c 2500 ook had, het vertegenwoordigde eerder het verleden dan de toekomst van Alfa Romeo. Toch stelde de motor tot de auto in 1950 vervangen werd door het modernere 1900 model, niet teleur.

De productie liep door tot 1953, met in totaal minder dan 2200 gebouwde exemplaren, waaronder 458 in Super Sport uitvoering. Deze bekende Alfa wordt gekenmerkt door exclusiviteit en een prachtige staat. Het is één van vier ‘Supergioiello’ (Juweel) coupé’s die Ghia in 1950 bouwde. Wat hem nog exclusiever maakte is het feit dat drie van de vier exemplaren op een standaard Alfa chassis gebouwd werden, terwijl deze is voorzien van een geavanceerder, naoorlogs buizenchassis dat door Gilco Milano is vervaardigd. Diegenen die niet bekend zijn met dat bedrijf, kennen misschien wel de eigenaar er van: Gilberto Colombo. Colombo zou bekend worden door zijn bijdrage aan Ferrari en Maserati chassis in de jaren ’50.

De opdrachtgever van de Alfa was SIRCA, Milaan’s grootste autodealer destijds. Zij wilden dat de auto van een door Gilco gebouwd chassis (64251) werd voorzien, dat geschikt gemaakt was voor plaatsing van de 6c aandrijflijn en alle Alfa Romeo 6c 2500 SS mechanische onderdelen. Lange tijd werd gefluisterd dat deze auto als cadeau voor Juan Manuel Fangio werd gebouwd, maar dit lijkt te berusten op geruchten.

Eind jaren ’50 belandde de auto in Engeland, waar hij begin jaren ’90 in ongerestaureerde staat ontdekt werd. De uitgebreide restauratie duurde van 1995 tot 1998, en nam zo’n 5800 uur in beslag. De hele restauratie is uiteraard gedocumenteerd. De blauwe lak van de auto vormt een mooie combinatie met het grijs leren interieur en de auto werd tijdens concoursen hoog gewaardeerd met onder andere een hoofdprijs in zijn klasse, en een tweede prijs algemeen op Villa d’Este in 2001. De auto maakt sinds 2006 deel uit van een privé collectie van Britse en Italiaanse sportwagens, waar hij zorgvuldig gestald is, en niet of nauwelijks gebruikt (begrijpelijk, maar jammer).

De Ghia Alfa is daarom nog steeds bijzonder geschikt om deel te nemen aan concoursen, maar zou theoretisch ook deel mogen nemen aan de Mille Miglia. Het model reed de rally namelijk in 1949.

Vakantiegeld over? Gooding & Co biedt uitkomst!

In het weekend van 15 en 16 augustus biedt Gooding & Co de gelegenheid uw overtollige vakantiegeld volledig verantwoord over de balk te smijten. Een enorme hoeveelheid klassiekers in alle soorten en maten wordt op die dagen geveild. We schreven al eerder over de Bugatti van Ettore, maar ook een Chevrolet Corvette ZR-1 Coupe uit 1990 tot een Rolls Royce 40/50 HP Silver Ghost Roi-des-Belges Tourer uit 1911 worden aangeboden. Kijk hier naar de kleine selectie die wij -geheel naar onze eigen smaak- hebben gemaakt.

Bentley 3 litre Tourer met Harrington carrosserie (1927)

Bentley 3 litre Tourer met Harrington carrosserie (1927)

Wat: Bentley 3-Litre Tourer uit 1927. Carrosserie door Harrington.
Benodigde hoeveelheid vakantiegeld: $ 250.000,- tot $ 275.000,-. No reserve.
Waarom: Al eens naast zo’n gevaarte gestaan? Hierin wil ik naar Spa!

Bugatti 57C Atalante met Bugatti carrosserie (1937)

Bugatti 57C Atalante met Bugatti carrosserie (1937)

Wat: Bugatti 57C Atalante uit 1937. Carrosserie door Bugatti.
Benodigde hoeveelheid vakantiegeld: $ 700.000,- tot 1.100.000,-.
Waarom: Omdat ik het exemplaar van Ettore niet mooi vind, en deze wel.

Kaiser-Darrin 161 Roadster uit 1954

Kaiser-Darrin 161 Roadster uit 1954

Wat: Kaiser-Darrin 161 Roadster uit 1954
Benodigde hoeveelheid vakantiegeld: $ 120.000,- tot $ 160.000,-. No reserve.
Waarom: Schuifdeuren! Toch twijfels… Een BMW Z1 is goedkoper…

Talbot-Lago T14 LS (1956)

Talbot-Lago T14 LS (1956)

Wat: Talbot-Lago T14 LS uit 1956
Benodigde hoeveelheid vakantiegeld: $ 150.000,- tot $ 200.000,-. No reserve.
Waarom: Sommige dingen moet je niet uitleggen.

Autobianchi Bianchina Cabriolet uit 1969

Autobianchi Bianchina Cabriolet uit 1969

Wat: Autobianchi Bianchina Cabriolet uit 1969
Benodigde hoeveelheid vakantiegeld: $ 30.000,- tot $ 40.000,-. No reserve.
Waarom: Geweldig leuke auto. Wel een absoluut belachelijk bedrag. Die deur past niet eens netjes!

Ghia Streamline X 'Gilda' uit 1955

Ghia Streamline X 'Gilda' uit 1955

Wat: Ghia Streamline X ‘Gilda’ uit 1955
Benodigde hoeveelheid vakantiegeld: $ 1.000.000,- tot $ 1.300.000,-.
Waarom: Ik keek altijd ontzettend graag naar The Jetsons.

Lamborghini 400 GT 2+2 uit 1966

Lamborghini 400 GT 2+2 uit 1966

Wat: Lamborghini 400 GT 2+2 uit 1966
Benodigde hoeveelheid vakantiegeld: $ 300.000,- tot $ 350.000,-.
Waarom: Er staat geen 350 GT te koop. Bovendien blijkt dit het 400 GT prototype te zijn, wat eigenlijk de bruikbaarheid wat inperkt: te zeldzaam.

Ik ben wel benieuwd naar jullie favorieten. Zoek wat uit en deel het met ons!

[mappress]

Dreams from Torino

Als u net als ik 5 minuten lang de afbeelding hierboven hebt bewonderd, dan is dit artikel/fototopic er eentje voor u! Deze auto stond namelijk op een tentoonstelling in het World Design Capital in Torino (Italië uiteraard ;)   ).
De show over Italiaans concept design is helaas al voorbij (ik ben best laat: de show dateert van december 2008), maar we kunnen nog steeds genieten van de foto’s van de 50 conceptcars door oa Pininfarina, Ghia, Fioravanti, Alfa Romeo, Italdesign en Bertone.

Bij het binnengaan werd men verwelkomd door een Fiat 525 SS, een van Italië’s eerste gestylede auto’s.

1930 Fiat 525 SS

1930 Fiat 525 SS

Fiat was sterk vertegenwoordigd door onderstaande modellen, de meest bolle en ingewikkelde designs van de verzameling.

1952 Fiat 8V Vignale Demon Rouge

1952 Fiat 8V Vignale Demon Rouge

1959 Abarth Record Car

1959 Abarth Record Car

1954 Fiat 8V Vetroressina

1954 Fiat 8V Vetroressina

1954 Fiat Turbina Prototyp

1954 Fiat Turbina Prototyp

Tot zover de voluptueuze vormen, we gaan enkele decennia vooruit en dan wordt het allemaal wat strakker, ook werden de wetten wat scherper. Ten nadele van autodesign hoor ik je denken? Kijk hier maar eens… ;)

1963 Chevrolet Corvair Testudo

1963 Chevrolet Corvair Testudo

Alfa Romeo Montreal Concept

Alfa Romeo Montreal Concept

1955 Ghia Gilda Streamline X Coupé

1955 Ghia Gilda Streamline X Coupé

Dan het echt hoekige tijdperk, ingeluid door een zeer controversiële Ferrari door Pininfarina, de Modulo.

1970 Ferrari 512 S Modulo Pininfarina Concept

1970 Ferrari 512 S Modulo Pininfarina Concept

1968 Bizzarrini Manta

1968 Bizzarrini Manta

1970 Lancia Stratos Zero

1970 Lancia Stratos Zero

1967 Lamborghini Marzal

1967 Lamborghini Marzal

1972 Maserati Boomerang Concept

1972 Maserati Boomerang Concept

Voor de moderne supercar- concepts toon ik je de weg naar de gallery op Supercars.net. Die hebben een modern design, past niet echt op een klassiekersite. :)   Ook vind ik ze te mannelijk, een goed design moet voor mij vrouwelijke deinende vormen hebben. De moderne, mannelijke agressieve vormen, ik weet niet wat ik ervan moet denken…