Foto’s BBQ Traction Avantclub in Winterswijk

In het weekend van 4 en 5 september 2010 togen leden van de Traction Avant Club afdeling Midden naar camping Vreehorst in Winterswijk voor hun jaarlijkse BBQ weekend. Aangezien ik op een paar minuten rijden afstand woon, nodigden Citrofiel en zijn ouders mij uit om een vorkje mee te prikken en een ritje mee te maken in een TA. Daar kon ik natuurlijk geen ‘nee’ tegen zeggen.

Maar voor er gegeten kon worden moest ik eerst een ritje in een Traction Avant meemaken. Een gelegenheid die ik uiteraard niet liet schieten, en die ik gelijk aangreep om Citrofiel en zijn vader de Winterswijkse Steengroeve te laten zien. Dat de wegen er naartoe ook nog eens mooi zijn om met een klassieker te rijden, kwam natuurlijk goed uit.

Eenmaal terug besloot ik om toch maar eens foto’s te gaan maken, voordat het te donker zou worden. Diverse eigenaren konden me erg veel vertellen over hun Traction en andere Citroëns. Vele foto’s en een heleboel Citroën-feitjes rijker konden we uiteindelijk toch nog aan de BBQ beginnen. Ik heb er van genoten, bedankt voor de uitnodiging!

Zondagmiddag matinée: James Bond auto’s

Bond. James Bond. Eigenlijk hadden alle films minstens twee hoofdrolspelers. Naast James Bond speelden meer of minder (Lelijke Eend!?) spectaculaire auto’s namelijk ook een belangrijke rol. Sean Connery, George Lazenby, Roger Moore, Timothy Dalton, Pierce Brosnan en Daniel Craig wisten vrijwel zonder uitzondering de speciale gadgets van ‘Q’ wel te gebruiken. Dat daarbij weleens wat blikschade ontstond werd voor lief genomen.

Bij de naam James Bond worden de merken Aston Martin en Lotus vaak in een adem genoemd. Dat hij in de eerste film in een vrij nederige Sunbeam Alpine reed, weet vrijwel niemand zich te herinneren. Misschien komt dat door het gebrek aan gadgets? Oordeel zelf en laat weten wat jullie favoriete Bond-car aller tijden is!

CitroMobile 2010

Het was weer zover. Het eerste weekend van mei, oftewel CitroMobile. Een van de grootste Citroën-beurzen die er is. En dat op slechts anderhalve kilometer van mijn huis. Elk jaar is het weer mooi om er naartoe te fietsen en de file van Citroëns voor de ingang te zien, die al op de aanliggende snelweg begint.

Ik zal jullie mijn persoonlijke perikelen van die dag besparen, laten we beginnen bij de aankomst om zo’n 11u. Inderdaad, dat is niet vroeg. Ik had geen zin om door de regen te fietsen en mijn vader was met de auto al voor openingstijd vertrokken omdat hij ’s ochtends de TAN-stand mocht bemannen. Goed, nadat ik mijn vader even had bezocht en daar voor €2 een heuse TAN-muismat had aangeschaft ging ik naar het themagedeelte van de beurs. Elk jaar richt een groot deel van de clubs een plek in die zowel te maken heeft met de auto’s van de club als met het beursthema van dat jaar. Dit jaar was het thema, heel actueel, Citroën en milieu.

Vroege appeltjesgroene Visa op de themastand

De clubs hadden daar, verschillend als de auto’s tenslotte zijn, een heel verschillende invulling aan gegeven. Bij binnenkomst viel gelijk de Visa-themastand in het oog, waar een appeltjesgroene Visa van de eerste generatie stond met heerlijke appeltjes er omheen. Appeltjes, natuur, milieu, iedereen ziet het verband wel, toch? Qua sfeervolle en opvallende uitwerking was dit naar mijn bescheiden mening de mooiste themastand van dit jaar. Eenzelfde soort idee was aangehangen door de 2CV-club, hoewel wat bescheidener qua attributen. Enkele tulpen en knuffelbeesten moesten eenzelfde natuurlijk sfeertje uitstralen.

De XM-club had, heel creatief, een XM bestickerd met beelden van gras en bloemen en op de motorkap een heus zonnepaneel om daar energie te winnen. De Ami-club pakte het heel anders aan. Omdat het natuurlijk milieu volgens hen niet al te blij is met die oude Ami’s hebben ze zich bij de themastand gefocust op het culturele milieu. De Ami heeft een wat barok design, en zo kwamen ze tot de Ami als koets met drie paarden (3CV) ervoor, uit het barokke tijdperk. Erg leuk gedaan.

Ami6 als koets uit het barokke tijdperk op de themastand

De Enige Echte Eenden Club had volgens mij het meeste werk in het themavoorwerp gestoken, mocht deze hier speciaal voor gemaakt zijn. Hier was namelijk een half uitgewerkte milieuvriendelijke interpretatie van een moderne 2CV neergezet met lichtgewicht materialen en veel prachtige ideeën over het recyclen van onderdelen (interieur van afgedankte C1’s) die hier omwille van kosten niet uitgewerkt waren. De ophanging was wel mooi gedaan. De SM-club pakte uit met een motorisch wat aangepaste SM waardoor deze bij 100 km/h een nette 1:19 zou lopen. Geen onzin ditmaal, deze aanpassingen zijn echt gedaan en werken volgens de eigenaar.

De AX-club had ook een bestaande auto, maar deze had niets met het thema te maken. Omdat iedereen volgens hen al op de hoogte was van de milieuvriendelijke eigenschappen van de lichte AX hadden ze voor een ‘anti-aanpak’  gekozen: Ze zetten een AX SUV neer. Veel meer dan wat uiterlijke opsmuk om de auto meer terreinwaardig te laten ogen hield dit niet in, maar het was goed opgepakt. De auto staat/stond overigens te koop. De C15-club had eigenlijk meer een oproep aan de bezoeker, en verpakte deze in het thema. De tentoongestelde tractor op Citroën-basis heeft natuurlijk ook met boerderijen, dus planten, dus natuur, dus milieu te maken, maar de grote vraag was eigenlijk: Wie weet er meer over deze in kleine serie geproduceerde tractor? Mocht iemand hier het alsnog weten, een mail naar de C15-club zal vast goed terecht komen.

De CX-club had een te koop staande CX in stickers van bladeren gehuld en laten zwemmen in oogballen. Wat hiervan de precieze betekenis was ontgaat me, hulp gevraagd! De club van achterwielaangedreven (pre-Traction Avant) Citroëns PATAN had een mooie C4 in taxikleuren staan die sinds de restauratie in 2000 zo’n 15.000 kilometer heeft gereden. Het lang gebruiken van voorwerpen is natuurlijk altijd milieuvriendelijk. Tot slot van de rondgang langs de themastands is Citroën Club Frylân aan de beurt. CCF had net als de EEEC een eigen creatie op basis van een 2CV staan. Deze was namelijk elektrisch aangedreven. Ze hadden zelfs een revolutie in de autowereld gecreeërd! Ik quote: “Zijn alle andere elektrische auto’s beperkt in actieradius door accucapaciteit, is deze wagen volledig acculoos en kan dus een onbeperkte afstand afleggen. Enig nadeel is nog de langs de weg te installeren voedingspalen, maar dit probleem zal binnen nu en vijf jaar zijn opgelost.” Prachtig toch, waar zo’n beurs al niet goed voor is. :wink:

Franse zooi

Voor de rest stonden in het binnengedeelte van de beurs natuurlijk vele marktlui. Leuk om even langs te lopen, veel tezoeken heb ik er verder niet. Behalve dan om een miniatuur te kopen. Elke CitroMobile loop ik met een miniatuurauto weg, dat is traditie geworden. Onderdelen waren er ook volop, hoewel ik van veel kanten hoor dat dit slechts voor enkele modellen geldt. Onderdelen van minder aanwezige modellen zijn er natuurlijk ook minder. De kwaliteit van de onderdelen verschilt natuurlijk sterk, evenals de prijzen. Waar sommigen deals maken waarmee ze flink besparen op de reguliere aankoopwegen, gaan anderen helaas het schip in. Goed opletten is het devies, maar dat weten alle kenners hier natuurlijk wel. Een prachtige verschijning is keer op keer een Fransman met zijn hond (die in zijn eentje de hele beurs door struint), die schijnbaar alle zooi van zijn zolder hier neergooit. (foto hierboven) Het is ouderwets op zijn Frans grabbelen in de verroeste onderdelen en zien wat je tegenkomt. Sommigen vinden het heerlijk, anderen hebben liever overzicht. Kitcarbouwers zijn altijd goed vertegenwoordigd, van een ander kaliber was de DS23 Injection die bijna geheel was opgebouwd uit nieuwe onderdelen!

Het qua tijd meest omvangrijke onderdeel van het CitroMobile-bezoek bestaat voor mij uit het lopen over het parkeerterrein. Gelukkig blijven veel bezoekers komen met hun geliefde klassieker dan wel youngtimer, want dat is vaak erg de moeite waard. Dit jaar was het wel wat minder dan voorgaande jaren, wat waarschijnlijk te wijten is aan het weer. Ik hoef jullie natuurlijk niets te vertellen over de hoeveelheid regen van dit weekend, jullie hebben het zelf gezien (en gevoeld?). Vele nationaliteiten waren vertegenwoordigd, tot Litouwen, en Servië aan toe. De Franse Tractionclub was bijvoorbeeld vertegenwoordigd met een delegatie van drie Tractions, bijzonder genoeg alle zescilinders.

Waag het niet over poetsen te beginnen! Zo is het toch veel mooier?

De variatie aan modellen en de staat waarin ze verkeerden was bijzonder groot. Een sfeervolle Traction Avant ‘dans son jus’ stond tegenover een uitmuntend gerestaureerde zescilinder (!) Traction Avant Cabriolet. Gerestaureerde DS’en naast exemplaren die met tape bij elkaar gehouden worden. Originele en ‘gepimpte’ DS’en en 2CV’s waren er ook genoeg. Erg bijzonder blijft de D-Crosser, een flink aangepaste DS-carrosserie op een technische basis van een Toyota Land Cruiser. Een beunhaas-ombouw naar een DS pickup mag ook niet vergeten worden. Dat de achterkant van het passagierscompartiment er apart uitziet is heel zwak uitgedrukt. Ook deze auto stond overigens te koop.

Andere creaties vind ik leuker om te zien. Vaste gast is de ‘bHYzonder’, een kampeerauto gebaseerd op type-H mechaniek. Het exterieur van deze auto heeft echter niets meer met dit model te maken. Of we deze auto de komende jaren ook nog mogen verwelkomen is helaas maar de vraag, want deze leuke camper stond voor een goed bod te koop… De Duitse aanhanger gebaseerd op de carrosserie van een 2CV is geen eenling. Dit specifieke, mooi uitgewerkte exemplaar had ik niet eerder gezien.

Midden op het parkeerterrein stonden zomaar twee DS coupé’s ‘Le Dandy’ achter elkaar. Leuk genoeg waren ze niet hetzelfde, want waar de ene een langgerekte aflopende achterkant had, was de andere getooid met een korter ogende, rechter afgesneden achterste. Achteraan de parkeerplaats stond een op het oog best mooie DS Cabriolet voor het bedrag van €62.500 te koop. Er moet haast wel iets mee aan de hand zijn, want zulke modellen gaan niet zelden voor minstens het dubbele van de hand.

Voordat ik elke auto die ik op de foto heb gezet ga beschrijven brei ik maar een einde aan dit verhaal, want dat zou de leesbaarheid niet bevorderen. De foto’s die ik hier plaats zijn maar een impressie en ook nog eens alleen van de zaterdag. Zondag was de constante plensbui reden om niet over het parkeerterrein te gaan struinen, en aangezien ik binnen al gezien had ben ik die tweede dag helemaal niet geweest. Gezien de foto’s van enkele bijzondere modellen die er zondag wel waren erg jammer. (SM Cabiolet, SM Opéra en enkele mooie Tissiers bijv.) Voor meer foto’s van zowel de zaterdag als de zondag verwijs ik jullie graag door naar HIER. Dit is een overzicht van gemaakte foto’s van Citroën-Forum.nl. De foto’s van patje74 (zaterdag), Rio97 (zondag) en CitroenAZU (zondag, kijk ook eens verder op zijn site. Veel mooie Citroën-foto’s, o.a. wrakken) zijn groot in aantal en gevarieerd. Waarschijnlijk zijn ze ook beter in kwaliteit dan mijn foto’s. Het weer maakte dat ik weinig geduld had om echt geslaagde foto’s te maken, en waar ik dat wel probeerde was de lichtval vaak verkeerd. Helaas.

Vooruit dan, als toegift is onderaan de gallery wat Citrofielen-humor bij elkaar gezet.

WWW: Mercedes Benz 450 SEL 6.9

Elke autoliefhebber hoort de film C’était un rendezvous‘ te kennen. En Klassiekerrally.nl biedt de échte die-hard liefhebber nu de kans om in de huid van regisseur Claude Lelouch te kruipen. Hij gebruikte voor de filmopnamen namelijk een Mercedes Benz 450 SEL 6.9, waar hij een camera aan bevestigde. En wij hebben zo’n Autobahn-mastodont voor jullie gevonden. Wellicht is aan deze Werkelijk Waanzinnige Webvondst enig sleutelwerk nodig, en misschien vindt je de Amerikaanse specificaties niet zo fraai, maar daar is waarschijnlijk vrij eenvoudig iets aan te doen.

Voor € 7.500,- ben je de eigenaar van een 6.9 in zwarte lak (origineel was de auto Blattgrün, mooooi…), voorzien van nieuwe veerbollen, een lederen interieur, een harde carrosserie en nieuwe remmen (hoewel ik niet denk dat de schijven vervangen zijn).

De 6.9 was een van de eerste auto’s die tegen meerprijs konden worden voorzien van ABS. Een ander technisch hoogstandje was het door Citroën ontwikkelde systeem dat de rijhoogte constant hield. In alle versies -behalve de Amerikaanse- kon je met een druk op de knop de rijhoogte met nog eens 5 cm vergroten. Zou tegenwoordig handig zijn met al die drempels…

Meer weten over de 6.9? Neem dan een kijkje op Mobile.de.

Automobiles d’Exception á Rétromobile, deel 2

Niet alleen de wereldberoemde uit het Lago Maggiore opgedoken Bugatti wordt op 23 januari in Parijs geveild, maar ook nog heel veel andere fraaie automobilia en automobielen. We lichten er de komende dagen een aantal uit, al is het alleen maar voor de fraaie foto’s… De komende dagen presenteren we meer auto’s van deze veiling die tijdens de Rétromobile plaatsvindt.

Citroën DS 21 ‘Majesty’ Saloon, carrosserie door Chapron (1966)
Kavelnummer: 207

Chassisnummer 4.460.004

In 1955 verbaasde Citroën vriend en vijand met de prachtig gelijnde ‘DS’, net als 21 jaar daarvoor met de revolutionaire Traction Avant. De snoek-achtige aerodynamische carrosserie wordt gedragen door een volledig onafhankelijke, zelf-nivellerende hydro-pneumatische wielophanging. De remmen zijn bekrachtigd, net als de koppeling en besturing. Geen enkele Europese auto evenaarde het rijcomfort, en dat zou jarenlang zo blijven. Dat de hydro-pneumatische vering een perfect systeem is, wordt bewezen door de huidige topmodellen van Citroën, die het nog steeds gebruiken.
De originele 1911 cc langeslag motor van de DS werd in 1966 vervangen door een 1985 cc exemplaar met kortere slag. Deze werd ook leverbaar met 2175 cc en 2347 cc cilinderinhoud. Andere verbeteringen betroffen meedraaiende koplampen, brandstofinjectie en een vijfbak.

Naast de oorspronkelijke DS werden ook andere modellen aangeboden: De ID (een eenvoudigere, goedkopere versie), de waanzinnig ruime Safari stationwagen en de tweedeurs Décapotable (cabriolet). Die laatste met een carrosserie door Henri Chapron. Chapron’s eerste cabriolets werden onafhankelijk van Citroën geproduceerd, maar de fabriek gaf het project uiteindelijk goedkeuring. In totaal zijn tussen 1960 en 1971 1365 ‘usine’ (fabrieks) cabriolets gebouwd met DS 19 of DS 21 motor, terwijl Chapron zelf nog 389 exemplaren bouwde, waarvan de laatste in 1973.

Henri Chapron’s interpretaties van de DS en ID verschilden nogal van de standaard productie versies. Chapron voegde in 1965 vleugels toe aan de achterspatborden en introduceerde onder de naam ‘Majesty’ zijn eigen versie van de DS op de Versailles Salon de l’Auto in oktober 1964. De Majesty had een hogere en meer rechthoekige daklijn dan de standaard DS, waardoor achterin meer hoofdruimte ontstond. Ook werkte het interieur ruimtelijker. Het doel was een exclusievere variant te bieden aan diegenen die de DS Prestige niet exclusief genoeg vonden, hoewel de Prestige ook door Chapron voor Citroën gebouwd werd. De Majesty werd tot 1969 gebouwd in een oplage van slechts 27 stuks, wat bijdroeg aan de exclusiviteit.

Deze Majesty is uitgevoerd met de begeerde semi-automatische versnellingsbak. Net als de meeste creaties van Chapron zijn er aan de buitenzijde extra chroomstrips en gepolijste aluminium dorpelplaten en dito wieldoppen aangebracht. De auto werd in november 1965 door Schlotterbeck Automobile in Basel bij Chapron besteld, en wordt onder andere vergezeld door de orderformulieren en rekeningen (25.768,- Zwitserse franken). De auto is zes jaar geleden door Häfliger und Kunz in Däniken (Zwitserland) gerestaureerd en de motor en versnellingbak zijn in 2008 gereviseerd. Sindsdien heeft de auto slechts 2000 kilometer gereden.

Verwachte opbrengst: €60,000 – 100,000

Citroën SM limousine décapotable (2008)
Het derde exemplaar, gebouwd onder licentie van Chapron
Kavelnummer: 217
Chassisnummer 00SB3210

Nadat Georges Pompidou in 1970 tot president van Frankrijk gekozen was, bestelde hij twee auto’s voor staatsgebruik. Deze auto’s moesten gebaseerd worden op de SM die dat jaar door Citroën gepresenteerd werd. Een van de auto’s zou gebruikt worden voor het staatshoofd met zijn gastheer en de tweede voor de begeleidende partners.

Na het bestuderen van verschillende varianten werd gekozen voor een vol-cabriolet. Deze beslissing werd gemaakt onder leiding van ontwerper Robert Opron en ingenieur Doré. Chapron -die al sinds 1955 auto’s voor de regering ombouwde- kreeg in 1971 de order voor twee exemplaren. Citroën leverde beide basisauto’s, samen met de projectplannen. Ook begeleidden ze het complete productieproces in de werkplaats van de coachbuilder aan 114 Rue Aristide-Briand in Levallois-Perret. Er werd afgesproken dat de auto’s op tijd geleverd zouden worden voor het bezoek van de Britse koningin in mei 1972.

Citroën’s ontwerpbureau ging uit van een verlenging van de wielbasis van de SM met 52 cm tot 3,74 m. Ook werd de overhang aan de achterzijde met 19 cm vergroot. Daarmee kwam de totale lengte op 5,60 m. De voorzijde van de auto werd ongewijzigd overgenomen, waarbij echter wel de ronding van de voorruit gewijzigd werd om -wanneer het hydraulisch bedienbare dak open was- achterin voldoende breedte over te houden (1,20 m). De zijdelingse platformbalken werden verlaagd om een makkelijkere instap te verzorgen, en om de voorstoelen verder uit elkaar te kunnen plaatsen, zodat daartussen nog een stoel voor een tolk geplaatst kon worden. De achterste plaatstaaldelen werden 10 cm verbreed. Door alle wijzigingen groeide het gewicht van de voertuigen tot 1780 kg.

Het interieur werd afgewerkt met hoogwaardig handgestikt leer, gemaakt door de lederafdeling bij Chapron. De lak was een metallic antraciet grijs, genaamd ‘Black Tudor’. De werkzaamheden namen drie maanden in beslag en beide auto’s werden afwisselend in de werkplaats van Chapron en die van de Javel fabriek, waar de mechanische onderdelen geïnstalleerd werden, onder handen genomen.

De eerste cabriolet limousine werd eind april 1972 afgeleverd en kreeg al snel goedkeuring van de Franse ‘rijksdienst voor wegverkeer’, die het van registratienummer 2PR75 voorzag. De tweede volgde midden mei van hetzelfde jaar en kreeg registratienummer 3PR75. Beide voertuigen zijn niet meer in gebruik, maar nog steeds in bezit van de Franse regering.

De eigenaar van de auto die bij Bonhams wordt aangeboden besloot in 2006 -vanwege zijn passie voor het model en voor coachbuilder Chapron- een exacte replica te laten maken van de originelen uit 1972. Er werd een contract opgesteld tussen de erfgenamen van Chapron en de huidige eigenaar van de gereedschappen die gebruikt waren om de eerste twee exemplaren te bouwen, waarna de bouw van het voertuig in opdracht gegeven werd aan Garage du Lac in Neuchatel, Zwitserland. De kwaliteit van hun werk staat op eenzaam niveau. Na het doornemen van het project en berekening van de kosten, werd na goedkeuring van de klant een SM aangeschaft in Normandië. Deze auto werd eind 2006 naar Zwitserland gebracht. De ombouwwerkzaamheden werden begin 2007 gestart, terwijl de motor van de auto en alle mechanische componenten van de auto compleet werden gereviseerd.

De ombouwwerkzaamheden geschiedden op exact dezelfde wijze als 35 jaar daarvoor bij Chapron. Terwijl Garage du Lac de mechanische componenten en de carrosserie voor zijn rekening nam, werd het interieur verzorgd door Baron Sellier in Lyons. Zij gebruikten daarvoor hoogwaardig leder en bekleedden het dak met alpaca.

Inclusief de aanschaf van de SM, het contract met de erfgenamen van Chapron en de eigenaar van de gereedschappen, Garage du Lac en Baron Sellier kostte de auto uiteindelijk meer dan € 480.000,-. De auto werd in 2008 aan de nieuwe eigenaar afgeleverd en werd op diverse Citroën-gerelateerde evenementen -waaronder de ICCCR in Rome- gepresenteerd.

De auto bevindt zich in absolute concoursstaat. Met toestemming van de Chapron-erfgenamen is een speciaal carrosserienummer aangebracht dat aansluit op dat van de coachbuilder: 7659. De auto rijdt perfect en wordt via een handgeschakelde 5-bak aangedreven door de 2.7 liter Maserati V6. De topsnelheid bedraagt 180 km per uur.

Verwachte opbrengst: €150,000 – 250,000

Bron: www.bonhams.com