Videotime: Spettacolo Sportivo, Alfa Romeo Challenge & HARC Circuitpark Zandvoort 29-11-2010

Het was even wachten, maar daar is hij dan eindelijk: De video van Spettacolo Sportivo op Circuitpark Zandvoort van 29/11/2010. Want natuurlijk zijn mooie foto’s een aanwinst, maar het kippevel krijg je met bewegend beeld en geluid. Met in de hoofdrollen:

Alfa Romeo Challenge: Een klasse met alleen maar Alfa’s. Veel heel nieuw tot klassiek en alles ertussenin. Deelnemende auto’s zijn Guilia’s en Giulietta’s maar ook de 155, 75, 147, 156 e.a.

HARC: Historische Auto Ren Club voluit. Auto’s die mee moegen doen moeten gebouwd zijn voor 31 december 1971. Uiteenlopend deelnemersveld, met daarin zowel kleine auto’s zoals de Austin Mini en Fiat Abarth 1000 TC, middelgrote auto’s zoals de MGA en MGB, tot grote auto’s als de Ford Mustang en Falcon. Heel erg divers en heel veel gevechten onderling.

Repro: Spettacolo Sportivo Circuitpark Zandvoort 29/08/2010

Zondag 29/08/2010: Spettacolo Sportivo op Circuitpark Zandvoort stond op de planning. Het beloofde een natte sombere dag te worden. Rond half 10 zijn we aangekomen op het circuit. Na aan het begin van hot naar her gestuurd te worden voor de perskaarten en hesjes kwamen we eindelijk aan op de parkeerplaats achter de hoofdtribune (parkeerplaats A). Stappen we uit ( Matthijs, Nancy en ik), valt me gelijk een mooie Giulia op die ook achter de hoofdtribune staat. Even snel “guerilla style”  fotografie en een los filmpje gemaakt zonder statief (daarover volgende week meer) .
Nadat de auto wegreed zijn we met de benenwagen onder het beruchte tunneltje van Zandvoort  doorgegaan.

Eenmaal aangekomen was het -zoals te verwachten viel- bomvol Alfa Romeo’s. Niet zo verwonderlijk ook, aangezien het merk dit jaar 100 jaar bestaat. Officieel is het begonnen als de dependance van Darracq onder de naam SAID. Dit stond voor “Società Anonima Italiana Darracq”. Vrijvertaald betekend die “Naamloze Vennootschap Italiaanse Darracq”. De modellen die daar geproduceerd werden vanaf 1906 waren echter niet echt verkoopsuccessen omdat ze nogal verouderd waren. Uiteindelijk is de boel verkocht door Darracq en zijn de Italianen er zelf mee aan de slag gegaan. In 1910 ontstond dan ook de nieuwe firma met de naam: ALFA “Anonima Lombarda Fabbrica Automobili”.  Romeo was echter nog niet aan de naam toegevoegd. Dit gebeurde pas jaren later, nadat Nicola Romeo in W.O. I Alfa opkocht om er zijn eigen mijnbouw- en oorlogs-voertuigen mee te produceren. Alfa was in die jaren niet meer bestaand, aangezien alles wat geproduceerd werd Romeo werd genoemd. Toen de oorlog in 1918 ten einde was, moest Nicola Romeo zijn beleid omgooien. Maar auto’s met de naam Romeo zouden nietszeggend zijn. Auto’s met naam Alfa waren bekend. Als compromis werd daarom de merknaam Alfa Romeo geboren. In de vele jaren die volgende heeft Alfa Romeo heel wat racesuccessen geboekt, waaronder de successen met een zekere jonge coureur en later autoproducent Enzo Ferrari“.

Je kon wel zien dat er dit jaar flink uitgepakt was. Van vooroorlogse modellen tot de laatste Tubolare Zagato (Een auto op basis van de Alfa Romeo 8C, TZ3 voor de kenners).Alles wat Alfa Romeo was en is stond er. Maar ook zaken als Italiaans eten en drinken waren er te vinden. Vond het eigenlijk wel jammer dat we daar niet van hebben kunnen genieten. Maar des te meer hebben we genoten van al het moois op de baan. Verder zijn we getuige geweest van wat glijpartijen, die ook op de foto staan.

Gelukkig was er in alle gevallen niet al te veel schade. Gek genoeg is alle schade ontstaan toen het relatief droog was. Want geloof me, de regen nam bijna bijbelse proporties aan. Ik race zelf ook, maar dit was werkelijk waar gekkenwerk. En het is dat veel marshallposten leeg waren zodat we nog enigszins droog konden staan, maar anders….

Er reden die dag verschillende raceklassen rond. Als allereerste en voornaamste de Alfa Romeo Challenge. Een mooie klasse met een divers veld van oude en nieuwe Alfa’s. Daarbij moet gezegd worden dat het opvalt dat de klassiekers erg goed mee kunnen komen met de nieuwere Alfa Romeo’s. Daarnaast reed er die dag de HARC zijn rondjes. Dat is de “Historische Auto Ren Club“. Een heel divers veld van kleine Austin Mini’s en Fiat Abarth 600 tot Ford Mustangs en Ford Fairlane’s. Maar ook alles ertussenin. Een raceklasse met de nodige actie, waar ik graag als persfotograaf nog eens foto’s wil nemen.

Last but not least kon je er ook rijden als amateur. Op een aantal van de foto’s zie je dan ook mensen rijden zonder helm. Aan het begin van de dag was dat nog prima te doen, maar naarmate het weer vorderde werd het steeds lastiger. Veel van de mensen gingen dan ook al huiswaarts nadat de baan was omgetoverd tot een zwembad.

Al met al hebben we een hele leuke dag gehad. Een dag die goed georganiseerd is door de S.C.A.R.B, Stichting Club van Alfa Romeo Bezitters. Onze dank gaat dan ook uit naar deze organisatie voor het mooie verloop van de dag. En persoonlijk naar Theo Meinster, voor het verzorgen van de perskaarten. Daarnaast natuurlijk ook naar de nieuwe leuke contacten, zoals de eigenaar van de MGA met nr 90, de bestuurder van de Pacecar en natuurlijk de mensen met de oranje Giulia.

Hieronder vind je nog een verzameling foto’s van de dag. Alle overige foto’s zijn te vinden op de site van Matthijs, en voor vragen kun je altijd mailen naar Matthijs, Nancy en/of Kevin.

Artikel: Kevin “Kevski Style” Houtzager
Fotografie: Matthijs “matthijsblom” Blom , Kevin “Kevski Style” Houtzager en Nancy “MissNancy” Verheul

Herinnering: Italia a Zandvoort, zondag 27 juni

Op zondag 27 juni vormt Circuit Park Zandvoort het toneel van Italia a Zandvoort. Dit bijzonder interessante thema evenement staat geheel in het teken van Italië. Niet alleen indrukwekkende Italiaanse bolides zijn op het circuitterrein te zien, ook de typisch Italiaanse hapjes en drankjes zullen niet ontbreken. Het evenement wordt afgesloten met een recordpoging met vijfhonderd nieuwe en oude FIAT 500’s en optredens van onder andere Do, Rev & Ros en X-Factor winnaar Jaap.

Na drie jaar afwezigheid is een van de meest populaire thema evenementen weer terug op Circuit Park Zandvoort. Net als bij de voorgaande edities wordt Circuit Park Zandvoort in een geheel Italiaans jasje gestoken en treffen diverse merkenclubs elkaar op de paddocks van de Noord-Hollandse racepiste. Alle Italiaanse topmerken zijn bij dit evenement aanwezig, waaronder FIAT, Alfa Romeo, Maserati, Ferrari, Abarth, Lancia en Lamborghini. Naast deze Italiaanse automerken zijn ook diverse motorfietsen te bezichtigen tijdens dit evenement.

Italia a Zandvoort betekent een gezellig dagje uit voor het hele gezin op zondag 27 juni. Voor jong en oud is voldoende te beleven en te zien tussen 9.00 en 20.00. Naast de diverse gemotoriseerde thema gebieden en enkele vrij rijden sessies op het circuit voor merkenclubs, is er namelijk ook veel aandacht voor mode en gadgets afkomstig uit het Zuid-Europese land, evenals de diverse proeflocaties met hapjes en drankjes die zorg dragen voor een optimale Italiaanse beleving.

De festiviteiten duren tot 20.00, waarbij het laatste uur van het evenement geheel in het teken staan van muzikale optredens van onder andere Do en het succesvolle X-Factor duo Rev & Ros. Het feest wordt alleen maar groter met ook een optreden van de meest recente X-Factor winnaar, Jaap. Voorafgaand aan de optredens is het 4,3 kilometer lange circuit het toneel voor een recordpoging, waarbij gepoogd wordt om met vijfhonderd oude en vijfhonderd nieuwe FIAT 500’s tegelijkertijd op het circuit te rijden. De start van de recordpoging staat gepland om 17.00 uur en inschrijving voor mensen met een FIAT 500 staat nog steeds open via de website van Italia a Zandvoort.

Meer informatie over Italia a Zandvoort is te vinden op www.italiaazandvoort2010.nl en de website van Circuit Park Zandvoort (www.circuit-zandvoort.nl).

Foto FIAT’s: Erik van der Schaaff / Racefotos.nl

Amelia Island Auction, Florida – deel 1

Recessie of niet, de vraag naar (zeer) kostbare auto’s lijkt altijd te blijven bestaan. In elk geval worden door veilinghuis Gooding & Company op vrijdag 12 maart in het -hopelijk zonnige- Florida diverse pronkstukken geveild. Van enkele exemplaren wordt een opbrengst van meer dan 1 miljoen verwacht. We laten ons niet per definitie leiden door de prijs, dus mijn selectie is een puur persoonlijke keuze uit de veilingcatalogus, gepresenteerd op alfabetische volgorde. In dit bericht de eerste vijf uit de selectie.

AC Ace Bristol (1963)

Deze AC Ace Bristol uit 1963 is winnaar van het Pebble Beach Concours d’Elegance in 2009, in de klasse Postwar Preservation. De lak, het interieur, de motor, de wielen, de koppeling, ja zelfs de banden(!) zijn nog origineel. Nu ben ik daar best een liefhebber van, maar ik heb toch zo m’n vraagtekens bij het nu van de originele banden… De auto heeft minder dan 50.000 mile afgelegd en was 45 jaar in dezelfde handen. Gereedschap, foto’s en uitgebreide documentatie worden meegeleverd.

Technische gegevens:
1,971 CC 100D2 6-cilinder lijnmotor
Drie Solex carburateurs
128 pk bij 5750 toeren/minuut
Handgeschakelde vierversnellingsbak
Girling schijfremmen voor, trommelremmen achter
Volledig onafhankelijke wielophanging met dwarsliggende bladveren

Geschatte opbrengst:
$275,000 – $325,000

Alfa Romeo 6C 2500 SS Berlinetta Aerodinamica (1939)

Carlo Felice Bianchi Anderloni en Dino Cognolato tekenden voor het prachtige koetswerk van bovenstaande Alfa Romeo op basis van een authentiek vooroorlogs 6C 2500 SS chassis. Het origineel is onvindbaar, en dit is dus een replica. Maar wat voor één!

Technische gegevens:
Revolutionaire aerodynamische carrosserie
2,443 CC 6-in-lijn met dubbele bovenliggende nokkenassen
Drie Weber 36 DO2 carburateurs
125 pk bij 4,800 toeren/minuut
Handgeschakelde vierversnellingsbak
Hydraulisch bediende trommelremmen op alle wielen
Onafhankelijke voorwielophanging met schroefveren en hydraulische schokdempers
Pendelas achter met torsievering in lengterichting

Geschatte opbrengst:
$800,000 – $1,300,000

Bentley R-Type Coupe (1952)

Het eerste R-Type chassis ooit door Bentley geproduceerd werd afgeleverd bij E.D. Abbott, die het van een carrosserie zou voorzien. Het resultaat is hierboven te bewonderen. Persoonlijk vind ik de proporties nogal eigenaardig. De opbouw is hoog, de achterkant erg plat. In totaal bouwde Abbott naar schatting 15 exemplaren op het R-Type chassis. Dit exemplaar werd gepresenteerd op de Earls Court Motor Show en beschreven in het boek ‘Bentley: The Cars From Crewe’.

Technische specificaties:
4,566 CC L-Head 6-in-lijn
Dubbele SU carburateurs
Circa 150 pk bij 4,500 toeren/minuut
Handgeschakelde vierversnellingsbak
Trommelremmen op alle wielen, bekrachtigd
Onafhankelijke voorwielophanging dwarsgeplaatste half-eliptische bladveer en hydraulische schokdempers
Starre achteras met half-eliptische bladveren en hydraulische schokdempers.

Geschatte opbrengst:
$90,000 – $120,000 (geen reserve)

Dodge Watercar Dual Cockpit Barrel Back (1927)

Je ziet het goed. We plaatsen hier een boot. Gewoon omdat ‘t een prachtig ding is, en omdat autofabrikant Dodge ‘m gemaakt heeft. De oprichters van Dodge, Horace en John Dodge, begaven zich in 1924 op het gebied van vaartuigen met hun eerste Watercar. Het jaar daarop waren er vier modellen leverbaar. Helaas kwamen beide broers dat jaar om het leven, waarna de zoon van Horace -Horace E. Dodge junior- de leiding van het bedrijf overnam. Deze huurde direct ontwerper George Crouch in als onderdirecteur. Crouch zorgde voor een frisse wind in de ontwerpafdeling en Horace Junior raakte verknocht aan powerboat racen. Hij gaf ongeveer een miljoen dollar uit om de Dodge boten te promoten, en won in 1932 en 1936 de prestigieuze Gold Cup.

Technische specificaties:
260 CID Universal Sea Lion 6-cilinder lijnmotor (Binnenboordmotor die een enkele schroef aandrijft)
Ongeveer 125 pk bij 3,000 toeren/minuut
Enkele ‘Updraft’ carburateur

Trailer van Duitse makelijk bij prijs inbegrepen
Heeft na de restauratie alleen in zoet water gevaren

Geschatte opbrengst:
$100,000 – $125,000 (geen reserve)

Edwards America Convertible (1954)

Deze kende je nog niet? Ik ook niet. Althans, ik heb me er nooit in verdiept. Het verhaal achter de auto (een van slechts twee gebouwde convertibles) is best interessant, en kent geen happy end. Industrieel Sterling Edwards wordt in 1948 tijdens de Olympische Winterspelen in St. Moritz verliefd op een Cisitalia. Vanaf dat moment was hij geobsedeerd door de rij-eigenschappen en schoonheid van Europese sportwagens. Er zelf gewoon een kopen was blijkbaar te eenvoudig. Edwards was van mening dat een geschikte kandidaat best in Californië gebouwd zou kunnen worden. Geheel op maat. Hij nam daarop Norman Timbs in dienst voor het ontwerp, en racewagenbouwers Lujie Lesovsky, Phil Remington en Emil Diedt voor het technische deel. In Culver City werd het eerste prototype gebouwd. Het zou tijdens vele wegraces in Californië ingezet worden, en op Pebble Beach zelfs de prijs ‘Best of Show’ winnen.

Dat succes smaakte naar meer, en Edwards ging aan de slag om een beperkt aantal ‘productie auto’s’ te bouwen. Zij waren de voorloper van Edwards peroonlijke luxe auto: een stijlvolle tweedeurs auto, gemotoriseerd door het beste dat de Amerikaanse automobielindustrie te bieden had. In eerste instantie was de auto gebaseerd op een versterkt Henry J chassis en aangedreven door een keur aan grote Amerikaanse V8 motoren. De styling van de met glasvezel versterkte polyester koets was Italiaans getint met z’n ‘eierdoos grill’, de strakke lijnvoering en de wulps vormgegeven achterspatborden. Het interieur was uitgevoerd in leder de auto stond op luxe Kelsey-Hayes spaakvelgen. De auto was duidelijk bestemd voor het hogere marktsegment. Maar de productiefaciliteit kon nauwelijks aan de hoge kwaliteitseisen voldoen en de kosten stegen tot ongezonde waarden. Bij de presentatie was het plan om de auto voor toen al forse $ 6800,- aan te bieden, maar toen de auto werkelijk op de markt kwam moest er al $ 8000,- voor neergeteld worden. En zelfs dat bedrag dekte de kosten niet…

Technische specificaties:
324 CID OHV Oldsmobile V-8 motor
Enkele ’4-Barrel’ carburateur
185 pk bij 3,800 toeren/minuut
Automatische Hydra-Matic 3-versnellingsbak
Hydraulisch bediende trommelremmen rondom
Onafhankelijke voorwielophanging
Starre achteras met bladveren

Verwachte opbrengst:
$140,000 – $180,000

Bron: Gooding & Company

Automobiles d’Exception á Rétromobile, deel 4

Na deel 1, deel 2 en deel 3 volgt uiteraard deel 4. Tijd voor de Italianen, tijd voor coachbuilders, tijd voor Abarth en Alfa Romeo… Als ik er aan toe kom zijn er ook nog een paar leuke Ferrari’s het vermelden waard. Maar eerst de Abarth.

Abarth 750 Zagato Berlinetta (1959)
Carrosserie door Zagato

Chassisnr. 651900, motornr. 776842
Kavelnummer: 281
Verwachte opbrengst: € 65.000,- – 85.000,-

Carlo Abarth maakte de overstap van de productie van in- en uitlaatsystemen voor voornamelijk Fiat naar sportwagenprototypes en kleine series sportwagens. Veel daarvan werden in samenwerking met Carrozzeria Zagato gebouwd. Een van Abarth’s meest succesvolle series was gebaseerd op de Fiat 600. De eerste van deze fraaie, van een Zagato carrosserie voorziene coupé’s was de 750, die in 1956 verscheen. Ondanks dat de 750 min of meer in serie gebouwd werd, had de klant zoveel keuze, ook wat betreft motorisatie, dat het vrijwel onmogelijk is twee identieke exemplaren te vinden.
Het 600 chassis werd ongewijzigd toegepast, waarbij echter wel de veerkarakteristiek werd aangepast, en de voorste remmen werden verbeterd. Ondanks de op papier nog steeds niet indrukwekkende basis, kon het chassis het grotere motorvermogen prima aan. De vermogenstoename werd bereikt door het vergroten van boring en slag van de 633 cc motor, zodat deze een inhoud kreeg van 747 cc. Bovendien werd zo ongeveer elk ander onderdeel aangepast of vervangen. Daardoor steeg het vermogen van 23 pk bij 4000 t/min. naar 44 pk bij 6000 t/min. Autotijdschrift ‘Autocar’ testte de Abarth Zagato 750 GT in 1958 en reed de kwart-mijl in 20 seconden. Daarbij werd een topsnelheid van ongeveer 153 km/u bereikt, helemaal niet gek voor een auto met zo’n kleine motor.

Tijdens de volgende ontwikkelingsfase werd de 750 voorzien van een door Abarth ontwikkelde cilinderkop met dubbele bovenliggende nokkenas, waardoor het vermogen naar 47 steeg. De daarmee uitgerustte modellen werden ‘Bialbero’ (twin-cam) genoemd. Abarth’s kleine coupé’s werden al snel winnaars in hun klasse tijdens internationale GT races. Tijdens de Amerikaanse SCCA races traden de 1 liter Abarths aan tegen auto’s met tot 3,8 liter motorinhoud… en waren nog steeds in staat om te winnen!

Bovenstaande Abarth 750 Zagato Berlinetta werd in 1959 nieuw geleverd aan de Amerikaanse Abarth importeur, de heer Parkinson, die ook bekendheid genoot in de racewereld. In 1989 werd chassisnummer ’651900′ samen met twee andere auto’s (chassisnummer ’457337′ en ’528545′) verkocht aan Massimo Colombo en Luciano Bertolero in Italië. Alle drie de auto’s moesten worden gerestaureerd. De huidige eigenaar kocht ’651900′ in juli 2007. De auto heeft een ivoorwitte lak en een rood interieur. Andere noemenswaardige extra’s zijn de correcte mistlampen, reservewiel en krik en de zeer zeldzame Borrani ‘Bimetallic’ wielen (12″ x 3,5″). De Abarth mag deelnemen aan de Mille Miglia.


Alfa Romeo 6C 2500 SS Coupé (1950)
Coachwork by Ghia
Chassisnummer 64251, motornummer 924866
Kavelnummer 267
Uniek exemplaar met buizenchassis door Gilco
Estimate: €250,000 – 280,000

Alfa Romeo startte in verband met de door bombardementen verwoestte fabrieken pas weer met automobielproductie in 1946. De vooroorlogse 6c 2500 vormde daarbij de basis voor allerlei varianten die de basis vormden voor het herstel van de firma uit Milaan. De 2500 werd in 1939 gepresenteerd als laatste Alfa met apart chassis, en was een doorontwikkeling van de 2300. Met het in eigen bedrijf getekende, maar sterk door Touring beïnvloede ontwerp werd de gestroomlijnde Freccia d’Oro (Gouden Pijl) sport saloon naast coupé en cabriolet versies gebouwd, die werden voorzien van carrosseriën door Pinin Farina, Touring en Ghia. Daarnaast werd ook nog een zes à zevenzits Berlina met langere wielbasis gebouwd.

De motor was uiteraard de laatste versie van Alfa’s uit de racerij stammende zes-in-lijn, met dubbele bovenliggende nokkenassen. De cilinderinhoud van 2443 cc werd verkregen door de boring van de 2300 te vergroten. De laatste -in 1934 geïntroduceerde- versie was ontworpen door Vittorio Jano, en later verder ontwikkeld door Bruno Treviso, om in 1939 de 2500 te worden. Het vermogen bedroeg ongeveer 90 pk met enkele carburateur (Sport), tot circa 150 pk met drie carburateurs (Super Sport, SS) versie.

Alfa Romeo’s traditie om echte rijdersauto’s te bouwen bleef stevig overeind met de 2500, hoewel het chassis niet meer helemaal bij de tijd was. Desondanks had de auto wel volledig onafhankelijke wielophanging, remmen die ruimschoots op hun taak berekend waren, een vrij directe stuurinrichting en een buitengewoon soepel te bedienen -aan de stuurkolom bevestigde- schakelpook.
Door die pook kon Alfa claimen dat het model een volwaardige vijfzitter was, waarbij drie personen voorin, en twee (drie als je echt inschikte) achterin plaats konden nemen. Hoeveel racebloed de 6c 2500 ook had, het vertegenwoordigde eerder het verleden dan de toekomst van Alfa Romeo. Toch stelde de motor tot de auto in 1950 vervangen werd door het modernere 1900 model, niet teleur.

De productie liep door tot 1953, met in totaal minder dan 2200 gebouwde exemplaren, waaronder 458 in Super Sport uitvoering. Deze bekende Alfa wordt gekenmerkt door exclusiviteit en een prachtige staat. Het is één van vier ‘Supergioiello’ (Juweel) coupé’s die Ghia in 1950 bouwde. Wat hem nog exclusiever maakte is het feit dat drie van de vier exemplaren op een standaard Alfa chassis gebouwd werden, terwijl deze is voorzien van een geavanceerder, naoorlogs buizenchassis dat door Gilco Milano is vervaardigd. Diegenen die niet bekend zijn met dat bedrijf, kennen misschien wel de eigenaar er van: Gilberto Colombo. Colombo zou bekend worden door zijn bijdrage aan Ferrari en Maserati chassis in de jaren ’50.

De opdrachtgever van de Alfa was SIRCA, Milaan’s grootste autodealer destijds. Zij wilden dat de auto van een door Gilco gebouwd chassis (64251) werd voorzien, dat geschikt gemaakt was voor plaatsing van de 6c aandrijflijn en alle Alfa Romeo 6c 2500 SS mechanische onderdelen. Lange tijd werd gefluisterd dat deze auto als cadeau voor Juan Manuel Fangio werd gebouwd, maar dit lijkt te berusten op geruchten.

Eind jaren ’50 belandde de auto in Engeland, waar hij begin jaren ’90 in ongerestaureerde staat ontdekt werd. De uitgebreide restauratie duurde van 1995 tot 1998, en nam zo’n 5800 uur in beslag. De hele restauratie is uiteraard gedocumenteerd. De blauwe lak van de auto vormt een mooie combinatie met het grijs leren interieur en de auto werd tijdens concoursen hoog gewaardeerd met onder andere een hoofdprijs in zijn klasse, en een tweede prijs algemeen op Villa d’Este in 2001. De auto maakt sinds 2006 deel uit van een privé collectie van Britse en Italiaanse sportwagens, waar hij zorgvuldig gestald is, en niet of nauwelijks gebruikt (begrijpelijk, maar jammer).

De Ghia Alfa is daarom nog steeds bijzonder geschikt om deel te nemen aan concoursen, maar zou theoretisch ook deel mogen nemen aan de Mille Miglia. Het model reed de rally namelijk in 1949.