Van veiligheidsconcept tot roestvrijstalen legende

Delorean DMC 12
Delorean DMC 12

Tekst en fotografie: Wim te Riet

Ja, ik weet dat er een serie films gemaakt is met deze auto in een belangrijke rol. Maar die films -hoe leuk ook- zijn niet half zo spannend als het waargebeurde verhaal van de op 19 maart 2005 overleden John Z. Delorean. Daarom zal ik proberen niet te refereren aan de ‘Back to the Future’ reeks, hoe belangrijk die ook geweest is voor de bekendheid van dit roestvrijstalen stuk automobielgeschiedenis. Maar ik wil dit artikel niet schrijven zonder de ‘flux capacitor’ van Doc Brown te vermelden… Zo, dan kunnen we nu verder.

John Zacharias Delorean is op 6 januari 1926 geboren in Detroit. Hij volgt met groot succes diverse technische opleidingen (en kreeg scheikundeles van de moeder van Charles Lindbergh!). Hij heeft een droomcarriëre. Via Packard en Pontiac (waar hij de GTO bedenkt) komt hij terecht bij Chevrolet. Maar een promotie naar ‘vice president’ van de auto- en vrachtwagen productie van geheel General Motors lijkt hem maar niets. Geheel onverwacht neemt hij ontslag om voorzitter te worden van de National Alliance of Businessmen. Delorean richt in 1975 de DeLorean Motor Company (DMC) op. Halverwege de jaren zeventig toonde het bedrijf de door Giorgetto Giugiaro ontworpen DeLorean Safety Vehicle (DSV). Dit zou uiteindelijk de DMC-12 worden, waarmee we bij de hoofdrolspeler van dit artikel aangekomen zijn.

De huidige eigenaar heeft de auto al zo’n tien jaar in zijn bezit. Gekocht via een kennis in Texas. Hij was niet specifiek naar een DeLorean op zoek, maar vond ’t wel een bijzondere auto. De laatste vijf jaar is er praktisch niet mee gereden. Dat vindt zelfs deze DeLorean niet leuk, hetgeen hij duidelijk laat blijken door met de remmen te piepen en met de rubbers te knarsen. Maar de V6 stuwt zijn uitlaatgassen onder zacht gesnor uit de beide vrij dunne uitlaatpijpen. Een brul heb ik ‘m niet ontlokt. Gezien de afkomst van de motor (Peugeot, Renault, Volvo) zou dat waarschijnlijk niet eens gelukt zijn.

Bij de eerste kennismaking met de auto valt me op hoe laag deze is. En dat terwijl hij behoorlijk hoog op de ‘poten’ lijkt te staan. Ik vraag me af hoe ik me er in zou moeten wurmen. Met een lengte van 1 meter 90 is de kans dat je klem komt te zitten niet ondenkbaar. Rechter been naar binnen, bibs op het leer laten zakken, andere been erbij. Maar hoe krijg ik m’n rechterbeen nu onder het stuur door? Na een beetje heen en weer schuiven lukt het me. ’t Zit eigenlijk best goed. Tijd voor het volgende spannende moment: het sluiten van de deur. Deze scharniert in het dak, rechts van mijn hoofd. Ik grijp de leren lus (ook handig wanneer je niet zo groot bent als ik) en trek de deur naar beneden. Na een tijdje geleden in een Countach gezeten te hebben weet ik hoe claustrofobisch een autointerieur aan kan voelen. Maar in de Countach loop je niet het risico dat het dak hard op je schedel terecht komt. In de DeLorean wel. In een reflex krimp ik ineen. De deur valt in het slot en ik haal opgelucht adem. Het past!

Ik grijp de selectiepook van de automatische 3-versnellingsbak, knijp de ontgrendeling in en trek ‘m in ‘D’. Het toerental daalt onmiddellijk, maar blijft constant. Ik laat de rem los en voor ’t eerst in mijn leven rijd ik in een DeLorean. Ik moet de auto keren en draai rechtsom. De pientere pook in ‘R’ en achteruit kijken. Twee dingen vallen me nu op. Het zicht rondom is goed en de stuurbekrachtiging is on-amerikaans: niet te licht. Wat natuurlijk ook door het vrij kleine stuur kan komen. Een ergonomisch minpuntje: de hendel van de richtingaanwijzer (afkomstig uit de schappen van de britse automobielindustrie?) staat erg ver van ’t stuur af. De draaicirkel is overigens beschaafd: 5,33 meter.

Ik moet de dijk op. Met lichte druk op het gaspedaal beweegt de DeLorean zich moeiteloos naar boven. ’t Is met zijn 130 SAE-paardjes geen muscle-car, maar een echte stumper is ’t ook niet. Of ’t nu aan mijn stuurkunsten ligt of aan het gebrek aan hoogte: tegenliggers schrikken en wijken plots uit. Om mijn ego te sparen besluit ik dat de tegenliggers de DeLorean over z’n roestvrijstalen hoofd hebben gezien. Wel iets om rekening mee te houden.

Over het smalle dijkweggetje rijden we naar de fotolocatie. Tegenliggers pesten. Al is ’t niet moedwillig. Ik laveer de auto langs wat kuilen en parkeer ‘m op een mooi plekje langs de IJssel. De motorkap gaat open. Deze ligt onder de zwarte klep met koelsleuven. De motor met zijn 2849 cc inhoud stamt dan wel af van de Renault V6, maar er zijn toch enkele zaken gemodificeerd, waaronder de waterpomp. ’t Is wel prettig dat de motor genoegen neemt met benzine met een octaangetal van 91. Daar kan je overigens slechts 51,6 liter van meenemen. Bij deze DeLorean uit 1981 kan dat door een klepje in het kofferdeksel te openen. Maar roestvrijstaal is een taai materiaal en lastig in vorm te persen. In verband met veel uitval tijdens de productie is dat klepje later verdwenen. Met als gevolg dat je bij latere modellen het kofferdeksel moet openen om de tank te kunnen vullen. Bij de laatste modellen is het kofferdeksel nog verder vereenvoudigd door de beide rillen weg te laten.

In de wetenschap dat RVS een lastig te verwerken materiaal is, is het verbazingwekkend welke vormen het plaatwerk heeft. Giugiaro heeft wel een vrij hoekige vorm getekend, maar nergens zijn er echt rechte lijnen te bespeuren. Het plaatwerk is overigens bevestigd op een met glasvezel versterkte kunststof basis, dat op zijn beurt weer bevestigd is op een ‘backbone’-chassis dat niet geheel toevallig veel lijkt op dat van Lotus.

Delorean DMC 12 reservewiel
Delorean DMC 12 reservewiel

Hoewel de DeLorean het prima zou doen als dagelijkse auto is ‘ie niet geschikt als boodschappenauto. De kofferruimte is namelijk niet groot. Een kratje bier in ’t vooronder verstouwen zou serieuze problemen opleveren. Om de bagageruimte niet onnodig klein te maken is het reservewiel een ‘thuisbrengertje’. Een nogal lelijke lichtmetalen schijf met een band met ’t opschrift ‘Temporary use only’. Alsof je er lang mee zou willen rondrijden…

Over lang rondrijden gesproken: erg lang heeft de DeLorean Motor Company niet mogen bestaan. Politieke steekspellen en een drugsschandaal (waarvan DeLorean volledig vrijgesproken werd) draaien het goedverkopende bedrijf voortijdig de nek om. Tussen 1981 en begin 1983 zijn slechts (of toch nog?) 8.583 DeLoreans gebouwd.
Op 19 maart 2005 overlijdt John Zacharias Delorean op 80-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beroerte.

Technische gegevens:
Motor:
Inhoud: 2849 cc V6 met een blokhoek van 90° enkele bovenliggende nokkenassen crossflow cilinderkoppen
Boring x slag: 91 x 73 mm
Vermogen: 130 SAE PK bij 5500 tpm
Koppel: 280 Nm bij 2750 tpm
Compressieverhouding: 8.8:1

Remmen:
bekrachtigd, schijfremmen rondom

Wielophanging:
voor: unequal length upper and lower control arms, coil springs with telescopic shock absorbers and stabilizer bar
achter: diagonal trailing radius arms with upper and lower links, coil springs with telescopic shock absorbers

Afmetingen:
lengte (totaal): 4.267 mm
breedte (totaal): 1.988 mm
hoogte (deuren gesloten): 1.140 mm
hoogte (deuren geopend): 1.960 mm
wielbasis: 2.408 mm
gewicht: 1.244 kg (met volle tank)

Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor- en gepubliceerd in Klassiek & Techniek.


Eén gedachte over “Delorean DMC 12

Reacties zijn gesloten.