Amelia Island Auction, Florida – deel 1

Recessie of niet, de vraag naar (zeer) kostbare auto’s lijkt altijd te blijven bestaan. In elk geval worden door veilinghuis Gooding & Company op vrijdag 12 maart in het -hopelijk zonnige- Florida diverse pronkstukken geveild. Van enkele exemplaren wordt een opbrengst van meer dan 1 miljoen verwacht. We laten ons niet per definitie leiden door de prijs, dus mijn selectie is een puur persoonlijke keuze uit de veilingcatalogus, gepresenteerd op alfabetische volgorde. In dit bericht de eerste vijf uit de selectie.

AC Ace Bristol (1963)

Deze AC Ace Bristol uit 1963 is winnaar van het Pebble Beach Concours d’Elegance in 2009, in de klasse Postwar Preservation. De lak, het interieur, de motor, de wielen, de koppeling, ja zelfs de banden(!) zijn nog origineel. Nu ben ik daar best een liefhebber van, maar ik heb toch zo m’n vraagtekens bij het nu van de originele banden… De auto heeft minder dan 50.000 mile afgelegd en was 45 jaar in dezelfde handen. Gereedschap, foto’s en uitgebreide documentatie worden meegeleverd.

Technische gegevens:
1,971 CC 100D2 6-cilinder lijnmotor
Drie Solex carburateurs
128 pk bij 5750 toeren/minuut
Handgeschakelde vierversnellingsbak
Girling schijfremmen voor, trommelremmen achter
Volledig onafhankelijke wielophanging met dwarsliggende bladveren

Geschatte opbrengst:
$275,000 – $325,000

Alfa Romeo 6C 2500 SS Berlinetta Aerodinamica (1939)

Carlo Felice Bianchi Anderloni en Dino Cognolato tekenden voor het prachtige koetswerk van bovenstaande Alfa Romeo op basis van een authentiek vooroorlogs 6C 2500 SS chassis. Het origineel is onvindbaar, en dit is dus een replica. Maar wat voor één!

Technische gegevens:
Revolutionaire aerodynamische carrosserie
2,443 CC 6-in-lijn met dubbele bovenliggende nokkenassen
Drie Weber 36 DO2 carburateurs
125 pk bij 4,800 toeren/minuut
Handgeschakelde vierversnellingsbak
Hydraulisch bediende trommelremmen op alle wielen
Onafhankelijke voorwielophanging met schroefveren en hydraulische schokdempers
Pendelas achter met torsievering in lengterichting

Geschatte opbrengst:
$800,000 – $1,300,000

Bentley R-Type Coupe (1952)

Het eerste R-Type chassis ooit door Bentley geproduceerd werd afgeleverd bij E.D. Abbott, die het van een carrosserie zou voorzien. Het resultaat is hierboven te bewonderen. Persoonlijk vind ik de proporties nogal eigenaardig. De opbouw is hoog, de achterkant erg plat. In totaal bouwde Abbott naar schatting 15 exemplaren op het R-Type chassis. Dit exemplaar werd gepresenteerd op de Earls Court Motor Show en beschreven in het boek ‘Bentley: The Cars From Crewe’.

Technische specificaties:
4,566 CC L-Head 6-in-lijn
Dubbele SU carburateurs
Circa 150 pk bij 4,500 toeren/minuut
Handgeschakelde vierversnellingsbak
Trommelremmen op alle wielen, bekrachtigd
Onafhankelijke voorwielophanging dwarsgeplaatste half-eliptische bladveer en hydraulische schokdempers
Starre achteras met half-eliptische bladveren en hydraulische schokdempers.

Geschatte opbrengst:
$90,000 – $120,000 (geen reserve)

Dodge Watercar Dual Cockpit Barrel Back (1927)

Je ziet het goed. We plaatsen hier een boot. Gewoon omdat ‘t een prachtig ding is, en omdat autofabrikant Dodge ‘m gemaakt heeft. De oprichters van Dodge, Horace en John Dodge, begaven zich in 1924 op het gebied van vaartuigen met hun eerste Watercar. Het jaar daarop waren er vier modellen leverbaar. Helaas kwamen beide broers dat jaar om het leven, waarna de zoon van Horace -Horace E. Dodge junior- de leiding van het bedrijf overnam. Deze huurde direct ontwerper George Crouch in als onderdirecteur. Crouch zorgde voor een frisse wind in de ontwerpafdeling en Horace Junior raakte verknocht aan powerboat racen. Hij gaf ongeveer een miljoen dollar uit om de Dodge boten te promoten, en won in 1932 en 1936 de prestigieuze Gold Cup.

Technische specificaties:
260 CID Universal Sea Lion 6-cilinder lijnmotor (Binnenboordmotor die een enkele schroef aandrijft)
Ongeveer 125 pk bij 3,000 toeren/minuut
Enkele ‘Updraft’ carburateur

Trailer van Duitse makelijk bij prijs inbegrepen
Heeft na de restauratie alleen in zoet water gevaren

Geschatte opbrengst:
$100,000 – $125,000 (geen reserve)

Edwards America Convertible (1954)

Deze kende je nog niet? Ik ook niet. Althans, ik heb me er nooit in verdiept. Het verhaal achter de auto (een van slechts twee gebouwde convertibles) is best interessant, en kent geen happy end. Industrieel Sterling Edwards wordt in 1948 tijdens de Olympische Winterspelen in St. Moritz verliefd op een Cisitalia. Vanaf dat moment was hij geobsedeerd door de rij-eigenschappen en schoonheid van Europese sportwagens. Er zelf gewoon een kopen was blijkbaar te eenvoudig. Edwards was van mening dat een geschikte kandidaat best in Californië gebouwd zou kunnen worden. Geheel op maat. Hij nam daarop Norman Timbs in dienst voor het ontwerp, en racewagenbouwers Lujie Lesovsky, Phil Remington en Emil Diedt voor het technische deel. In Culver City werd het eerste prototype gebouwd. Het zou tijdens vele wegraces in Californië ingezet worden, en op Pebble Beach zelfs de prijs ‘Best of Show’ winnen.

Dat succes smaakte naar meer, en Edwards ging aan de slag om een beperkt aantal ‘productie auto’s’ te bouwen. Zij waren de voorloper van Edwards peroonlijke luxe auto: een stijlvolle tweedeurs auto, gemotoriseerd door het beste dat de Amerikaanse automobielindustrie te bieden had. In eerste instantie was de auto gebaseerd op een versterkt Henry J chassis en aangedreven door een keur aan grote Amerikaanse V8 motoren. De styling van de met glasvezel versterkte polyester koets was Italiaans getint met z’n ‘eierdoos grill’, de strakke lijnvoering en de wulps vormgegeven achterspatborden. Het interieur was uitgevoerd in leder de auto stond op luxe Kelsey-Hayes spaakvelgen. De auto was duidelijk bestemd voor het hogere marktsegment. Maar de productiefaciliteit kon nauwelijks aan de hoge kwaliteitseisen voldoen en de kosten stegen tot ongezonde waarden. Bij de presentatie was het plan om de auto voor toen al forse $ 6800,- aan te bieden, maar toen de auto werkelijk op de markt kwam moest er al $ 8000,- voor neergeteld worden. En zelfs dat bedrag dekte de kosten niet…

Technische specificaties:
324 CID OHV Oldsmobile V-8 motor
Enkele ’4-Barrel’ carburateur
185 pk bij 3,800 toeren/minuut
Automatische Hydra-Matic 3-versnellingsbak
Hydraulisch bediende trommelremmen rondom
Onafhankelijke voorwielophanging
Starre achteras met bladveren

Verwachte opbrengst:
$140,000 – $180,000

Bron: Gooding & Company

Geruchten: TVR presenteert nieuw model tijdens FoS

Van het roemruchte Britse merk TVR was lange tijd niets nieuws te melden. Vandaag wist Pistonheads.com echter te melden dat tijdens het Festival of Speed op Goodwood een nieuw model gepresenteerd gaat worden. De TVR-eigen motoren zouden plaats maken voor Amerikaanse motoren, vermoedelijk ofwel van Ford of van Chevrolet. De motoren moeten zo’n 500 pk produceren. Een prijs wordt ook al genoemd: de modellen moeten tot £ 70.000,- gaan kosten.

Met het gebruik van bestaande -in grote serie gebouwde- motoren worden gigantische ontwikkelingskosten uitgespaard, en zal de verkoop in meerdere werelddelen een minder groot probleem worden. Die keuze lijkt dan ook een zeer verstandige. Verder zal de nieuwe TVR alle belangrijke waarden in zich dragen: Een tweezitter met de motor voorin, achterwielaandrijving, een extreem uiterlijk en dito prestaties. Geen van de geruchten is tot nu toe officieel bevestigd door TVR zelf.

Laten we hopen dat het Smolenski lukt om het merk in de markt te laten terugkeren en -belangrijker nog- weer een vaste plek te laten veroveren in sportwagen land. Helaas is dat Marcos niet gelukt met hun formidabele TSO, die ikzelf als een perfecte vervanger voor het verdwenen TVR zag.

Bron: Pistonheads.com
Website: www.tvr.co.uk

Legend Boucles de Spa 2010

Gelukkig bestaat het nog steeds: Klassieke autosportevenementen die voor het publiek gratis toegankelijk zijn. Afgelopen weekend vond er in België weer een plaats. En niet de minste, namelijk Legend Boucles de Spa. Net als vorig jaar was ik ook dit jaar helaas weer niet in staat om het evenement te bezoeken. Gelukkig stuurde Klassiekerrally.nl-lezer Joop me enkele foto’s, die we natuurlijk graag met de andere lezers delen.

Er waren maar liefst 341 inschrijvingen afkomstig uit tien landen, waaronder naast de Belgen ook rijders uit Nederland (17), Frankrijk (16), Duitsland (5), Luxemburg (4), Engeland (3), Zweden (2), Zwitserland (2), Finland en één Italiaan. Bij de merken waren DKW en Austin Healey met één auto vertegenwoordigd, terwijl er maar liefst 60 Fords Escort van start gingen.

Onder de deelnemers bevonden zich ook enkele beroemde namen, waaronder ook winnaars van de originele Boucles de Spa. Stig Blomqvist bijvoorbeeld, won de rally in 1976, 1980 en 1994. Andere bekende rallyrijders dit jaar waren Bjorn Waldegard en Erwin Doctor. Ook Spa Six Hours deelnemers Hank en Nicole Melse (Porsche 911) en Allard Kalff (Ford Escort) waren van de partij.

Met dank aan Joop voor de foto’s. Meer foto’s zijn van harte welkom!

Jay Leno’s speeltjes: Een 300 SL geeft je vleugels!

Jay Leno’s 300 SL heeft de eerste fase van de restauratie achter de rug. De ‘barnfind’ Mercedes had geen motor toen hij uit de container gerold werd, maar de techniek is nu helemaal op orde. Ik hoop stiekem dat Jay het daar bij laat. Anders verdwijnt alles wat nu zo bijzonder oogt, en wordt de 300 SL gewoon een van de vele (te) perfect gerestaureerde exemplaren.

And NO, I’m not gonna do a burnout! Geniet er van.

WWW: Triumph TR7 Cabriolet

Ik was pas vijf jaar oud toen de TR7 gepresenteerd werd, eind 1974, en ik heb een slecht geheugen, maar de schok die de TR7 teweeg bracht kan ik me nog goed heugen. De klassieke vormen van de Triumph TR6 werden vervangen door een wigvorm. En het dak kon niet open! Als klein autogek jochie twijfelde ik of ik ‘m nou supergaaf vond (toen heette dat waarschijnlijk nog ‘te gek’ of zo), of vooral heel erg raar.

En zelfs nu, zo’n 36 jaar later, twijfel ik nog steeds een beetje. Is het wel een echte klassieker met al dat plastic in het interieur? De TR7 was namelijk een van de eerste auto’s met een uit een stuk gegoten plastic dashboard. En dan de buitenkant. De wigvorm vind ik zelden echt mooi, en dan heeft de TR7 ook nog zo’n rare korte wielbasis. Al met al ziet hij er vanuit bepaalde hoeken gewoon niet uit. Maar dat is heel persoonlijk natuurlijk. Feit is wel dat een echt mooie TR7 een zeldzame verschijning is, die z’n plekje in klassiekerland toch wel verdient. Vandaar dat we deze keer toch voor deze laatste echte Triumph gekozen hebben, en niet voor de Panther Lima (ook een buitenbeentje) of de prachtige Fiat 850 Sport Spider (die heeft z’n klassiekerstatus al lang verdiend).

De cabrio’s vind ik zelf een heel stuk makkelijker op het netvlies liggen dan de gesloten versie. Het hieronder getoonde exemplaar is voorzien van de twee liter vierpitter. Mijn voorkeur zou uitgaan naar de TR8, die de Rover V8 in het vooronder had liggen. Dan vind ik het zelfs een serieus interessante auto. De prijs voor de WWW van deze week vind ik vrij fors, maar gezien de staat van de auto wellicht toch verdedigbaar. Als koper zou ik wel direct Shaun het Schaap van de stoelen af halen…

Oordeel zelf, en laat in de reacties maar weten hoe jullie over de TR7/TR8 denken.