Lente: Haal de klassiekers uit hun winterslaap!

Vandaag begint officieel de lente. Al zou je het niet zeggen wanneer je naar buiten kijkt. Een paar voordelen heeft het druilerige weer natuurlijk wel: Ten eerste spoelt het zout goed van de wegen en ten tweede hebben we nu tijd om wat punten van onze geliefde klassiekers goed onder handen te nemen. De vroege vogels onder ons hebben dat al gedaan, want ik zag de eerste cabrio’s al weer open rijden. Mooi! Maar voor degenen die -net als ik- nog niet zo ver zijn, is er nog flink wat werk aan de winkel.

Een eerste wasbeurt drukt je soms met de neus op puntjes die nu toch echt onder handen genomen moeten worden, maar die komen later aan bod. Na het wassen en drogen is eerst de binnenkant van de auto aan de beurt. Misschien is het interieur wat muffig geworden en moet het leer weer even in het vet gezet worden. Een sopje over de skai bekleding, even met de stofzuiger door ‘t interieur, een een lapje over het dashboard, eventueel met een kwakje kunststofreiniger en de binnenkant van de auto kan er weer helemaal tegen. Uiteraard moeten ook de ruiten even schoongemaakt worden.

Voor er gepoetst gaat worden, openen we eerst de motorkap. De olie is uiteraard voor de winterslaap al ververst, dus we hoeven we alleen nog maar even voor de vorm de pijlstok uit het carter te trekken. Mooi schoon, die olie. Net Lyle’s Golden Syrup, alleen zal het niet zo smaken. De contactpuntjes mogen we ook even nakijken. Niet te veel geoxideerd? Mooi… Dan hoeven we alleen nog maar even de koelvloeistof te controleren. Uiteraard nog keurig op peil. Als laatste nog even de ruitensproeiervloeistof bijvullen en de motorkap kan weer dicht.

De tank is uiteraard vol, want zo hoort de auto weggezet te worden, dus moeten we alleen voor de bandenspanning even naar het tankstation. En voor een Snickers misschien. Want er is nog veel te doen, en dat kost energie! Het chroom moet namelijk nog gepoetst worden, en die paar roestpuntjes moeten nog bijgewerkt worden. Daarna moet de lak drogen.

Het in de was zetten moet maar even wachten…

Categories: Column | 24 Comments

Porsche museum biedt kijk op 60 jaar Zuffenhausen

Van 20 maart 2010 tot 9 mei 2010 is er een speciale tentoonstelling in het Porsche museum, waarin stilgestaan wordt bij het feit dat Porsche al 60 jaar auto’s produceert in Stuttgart-Zuffenhausen. Al meer dan 70 jaar lang is Zuffenhausen het kloppend hart van de sportwagenfabrikant. Sinds 1950 rolden al meer dan een miljoen Porsches van de spreekwoordelijke band.

Al in juni 1938 verhuisde het ontwikkelingsbureau van de Kronenstraße 24 in het centrum van Stuttgart naar een nieuw gebouwencomplex in Zuffenhausen. Vanaf het begin werd er geschiedenis geschreven. In 1938 ontstonden de eerste versies van wat later de Kever zou worden, terwijl in 1939 Typ 64 aan de wieg stond van alles Porsche sportwagens. Oorspronkelijk werd deze gestroomlijnde auto gebouwd voor een lange-afstands race tussen Berlijn en Rome.

Nadat de eerste Porsches 356 in het Oostenrijkse Gmünd gebouwd waren, keerdePorsche in 1949 weer terug naar Stuttgart. Omdat de Porsche fabrieken in Zuffenhausen nog steeds in handen waren van de Amerikaanse bevrijders, huurde Porsche bij het nabijgelegen carrosseriebedrijf Reutter & Co. GmbH een hal, waar begin 1950 de productievoorbereidingen van start gingen. Op 6 april 1950 werd de eerste 356 afgebouwd. Aan het eind van dat jaar waren er al 369 geproduceerd.

Naast de grote productieaantallen boekte Porsche ook op het gebied van uitbreidingen vooruitgang. In 1952 werd het door architect Rolf Gutbrod ontworpen ‘Werk 2′ uit de grond gestampt, waar in 1956 de tienduizendste (!) 356 werd gebouwd. De hallen werden dan ook continu uitgebreid en aangepast. In 1960 volgde ‘Werk 3′, waar onder andere de verkoop en klantenservice ondergebracht waren.

Direct na de presentatie van de 911 nam Porsche in 1964 ook de carrosseriefabriek Reutter met z’n circa 1000 werknemers over. Naast de 911 worden tegenwoordig in Zuffenhausen ook de Boxsters en alle Porsche motoren geproduceerd. Binnen het complex zijn de afdelingen carrosseriebouw, spuiterij, montage, beklederij, motorenbouw en de testbanken ondergebracht. Om een flexibele productie op een beperkt oppervlak te kunnen realiseren, heeft Porsche diverse speciale oplossingen ontwikkeld, waaronder de carrosseriebouw en montage op meerdere verdiepingen. Ook bijzonder is dat de raceversies op de zelfde productielijn worden gebouwd als de straatversies.

In 2011 zal een nieuwe milieuvriendelijke lakstraat in gebruik genomen worden, die momenteel direct naast ‘Werk 1′ en ‘Werk 5′ gebouwd wordt.

Het 60-jarige jubileum wordt gevierd met een tentoonstelling waarin naast vele foto’s de eerste in Zuffenhausen gebouwde 356 Coupé te zien zal zijn.

Meer informatie: www.porsche.de/museum


Categories: Museum, Nieuws | Tags: | 18 Comments

De ‘Umweltplakette’ in Duitsland. Hoe zit dat nou?

Vanaf 1 januari 2008 zijn in veel grote steden in Duitsland zogenaamde milieuzones ingesteld. Alle meer- of minder vervuilende automobielen worden geweerd, tenzij de eigenaar ervan een correcte sticker heeft gekocht en achter z’n voorruit heeft geplakt. Een in mijn ogen absurd systeem, dat me enigszins doet denken aan de middeleeuwse aflaten. Maar de inkomsten van die aflaten zorgden er wel voor dat  gebouwen als de Dom van Utrecht gebouwd konden worden, dus helemaal negatief hoeft het niet te zijn, of wel? Het zou ook zomaar onderwerp kunnen zijn van een ‘Ongelooflijk Mike’-Tel Sell reclame: Een sticker die een auto prompt minder milieubelastend maakt. Volslagen onzin natuurlijk, en dat is dan ook direct wat me er zo aan stoort. Toch ontkomen we er niet aan wanneer we de betreffende steden (zie link onderaan dit artikel) in willen rijden.

Algemeen
Er zijn drie kleuren stickers: Groen, geel en rood. Rood is voorbehouden aan de grootste zondaars: dieselauto’s die gebouwd zijn tussen 31 december 1996 en 1 januari 2001. Van auto’s met een gele sticker heeft het stadsleven al wat minder te duchten. Die hoort achter de ruit van een diesel die is toegelaten tussen 31 december 2000 en 01 januari 2006. Wanneer je een benzineauto hebt die is toegelaten na 31 december 1992 of een diesel die is toegelaten na 31 december 2005, dan moet de groene sticker achter je ruit geplakt zijn wanneer je de ‘Umweltzone’ in wilt rijden. Waar met welke sticker gereden mag worden, wordt aangegeven op de borden die langs de invalswegen staan.

Een milieuzone binnenrijden met een klassieker
Tot zover betroffen de regels alleen moderne auto’s. Wanneer je als niet-Duitser een klassieker rijdt geldt het volgende: Is de auto gebouwd vóór 1 januari 1978 en voorzien van de Nederlandse blauwe klassiekerkentekenplaat, dan mag je zonder Umweltplakette de stad in. Op het moment van schrijven (maart 2010) is er volgens die regel dus een aantal youngtimers en klassiekers (ik ga uit van de benzinemodellen) dat de Umweltzone niet in mag rijden, namelijk van bouwjaar 1978 tot bouwjaar 1992.

Binnen een Umweltzone parkeren met een klassieker
Voor het binnen een Umweltzone parkeren van uw (toegelaten) klassieker geldt dat een kopie van het Nederlandse kentekenbewijs of een FIVA Identity Card duidelijk zichtbaar achter de voorruit geplaatst dient te worden. Het schijnt overigens zo te zijn dat bij met name vooroorlogse auto’s die regel wat soepeler gehanteerd wordt. Blijkbaar zijn die voor de bonnen-schrijvende ambtenaren voldoende herkenbaar als zijnde ‘gebouwd vóór 1978′.

Welke steden hebben een Umweltzone?
Niet alle steden hebben een Umweltzone. Welke steden wel, dat is via deze link te zien. Op de autosnelwegen (Autobahn) is de Umweltzone meestal niet van kracht. Op de ‘provinciale wegen’ (Bundesstraße) doorgaans weer wel. Hou dit goed in de gaten.

Disclaimer: Er is getracht een zo duidelijk mogelijke uiteenzetting te geven van de regels. Eventuele wijzigingen in die regels worden wellicht niet (tijdig) in dit artikel vermeld. Om die reden zijn dan ook geen rechten te ontlenen aan de inhoud van dit artikel en verwijzen wij u te allen tijde naar websites als die van de TüV-Nord. Voor auto’s op Duits kenteken gelden overigens iets andere regels, die in dit artikel buiten beschouwing zijn gelaten.


Categories: Regelgeving | Tags: , | 8 Comments

Ginetta timmert flink aan de weg: Farbio ingelijfd

Het kleine maar springlevende oude Britse sportwagenmerk Ginetta komt hier op Klassiekerrally.nl wel eens vaker voorbij. Komt omdat we er toch wel een zwak voor hebben. Dat ze echt springlevend zijn blijkt ook nu weer doordat ze Farbio Sports Cars overgenomen hebben. De overeenkomst werd gesloten door Ginetta baas Lawrence Tomlinson, die Ginetta in 2005 kocht en nieuw leven inblies.

Ginetta heeft haar eigen merkenraces en de G50 die auto’s van het kaliber Aston Martin heeft verslagen. Daarmee is het bedrijfje uit Leeds een redelijk belangrijke speler in de motorsportwereld geworden. Het merk Farbio is in 2005 opgericht door voormalig coureur Chris Marsh (zoon van Jem Marsh, mede oprichter van het in 2008 ter ziele gegane Marcos). In de vorm van de GTS en de krachtigere versies GTS350 en GTS400 heeft het merk uit Bath een aantal zeer potente sportwagens voor straatgebruik in productie. Door de in eigen huis gemaakte superlichte koolstofvezel carrosserie zijn de auto’s met hun 1048 kilo lichter dan de gemiddelde Ford Fiesta.

Ginetta heeft door de aankoop ineens een drietal zeer interessante sportwagens voor gebruik op de openbare weg. Vandaag werd op Silverstone de tot Ginetta F400 omgedoopte GTS400 door Tomlinson en Marsh gepresenteerd. De GTS400 werd door de Sunday Times al bestempeld als ‘one of the best cars this country has ever produced’.

Lawrence Tomlinson en Chris Marsh hadden al een wederzijdse bewondering en verwachten dat de beide bedrijven elkaar enorm zullen versterken. Ginetta gaat profiteren van het wereldwijde dealernetwerk van Farbio, maar ook van de kennis die Farbio heeft op het gebied van het verwerken van koolstofvezel. De producten die Farbio maakt (de straatauto’s dus) zullen weer enorm profiteren van de successen die Ginetta op het circuit boekt. De naam Farbio wordt overigens vervangen door ‘Ginetta’.

Overigens zullen de straatversies van de G40 en G50 volgens Pistonheads gewoon doorontwikkeld worden. Maar dat zijn raceauto’s die ook op de openbare weg mogen rijden, terwijl de GTS, GTS350 en GTS400 straatauto’s zijn die ook op het circuit hun mannetje kunnen staan.

Bron: Farbio Sports Cars, via Pistonheads.com


Categories: Nieuwerwets, Nieuws | Tags: , | 6 Comments

Volvo viert 75e verjaardag van de PV36 in Essen

Volvo grijpt de 75e verjaardag van de gestroomlijnde PV36 (bijnaam: Carioca) aan om deze in Essen even in de schijnwerpers te zetten. Interessant daarbij is de manier waarop. Niet één, maar drie exemplaren zullen op de stand te zien zijn. Een ervan heeft het grootste deel van zijn leven in een veen doorgebracht. Een ongerestaureerd exemplaar dus. Of zoals Volvo het zelf zegt: ‘een roestig wrak’. De tweede is een gedeeltelijk geassembleerd restauratieproject, en de derde is misschien wel de mooiste van alle nog bestaande ‘Cariocas’.

Wanneer je nog nooit van het model gehoort hebt: Dat is geen schande. Van de ongeveer 500 gebouwde exemplaren zijn minder dan 25 overlevende exemplaren bekend. Dat maakt de aanwezigheid van drie exemplaren op de Techno Classica nóg specialer.

Je vindt de Volvo’s op stand nummer 3.0-158 in hal 3.

Meer informatie: www.volvocars.com/heritage, www.siha.de

[mappress]

Categories: Beurzen, Evenementen, Klassiekers, Nieuws | Tags: , | 3 Comments