Vandaag begint officieel de lente. Al zou je het niet zeggen wanneer je naar buiten kijkt. Een paar voordelen heeft het druilerige weer natuurlijk wel: Ten eerste spoelt het zout goed van de wegen en ten tweede hebben we nu tijd om wat punten van onze geliefde klassiekers goed onder handen te nemen. De vroege vogels onder ons hebben dat al gedaan, want ik zag de eerste cabrio’s al weer open rijden. Mooi! Maar voor degenen die -net als ik- nog niet zo ver zijn, is er nog flink wat werk aan de winkel.
Een eerste wasbeurt drukt je soms met de neus op puntjes die nu toch echt onder handen genomen moeten worden, maar die komen later aan bod. Na het wassen en drogen is eerst de binnenkant van de auto aan de beurt. Misschien is het interieur wat muffig geworden en moet het leer weer even in het vet gezet worden. Een sopje over de skai bekleding, even met de stofzuiger door ‘t interieur, een een lapje over het dashboard, eventueel met een kwakje kunststofreiniger en de binnenkant van de auto kan er weer helemaal tegen. Uiteraard moeten ook de ruiten even schoongemaakt worden.
Voor er gepoetst gaat worden, openen we eerst de motorkap. De olie is uiteraard voor de winterslaap al ververst, dus we hoeven we alleen nog maar even voor de vorm de pijlstok uit het carter te trekken. Mooi schoon, die olie. Net Lyle’s Golden Syrup, alleen zal het niet zo smaken. De contactpuntjes mogen we ook even nakijken. Niet te veel geoxideerd? Mooi… Dan hoeven we alleen nog maar even de koelvloeistof te controleren. Uiteraard nog keurig op peil. Als laatste nog even de ruitensproeiervloeistof bijvullen en de motorkap kan weer dicht.
De tank is uiteraard vol, want zo hoort de auto weggezet te worden, dus moeten we alleen voor de bandenspanning even naar het tankstation. En voor een Snickers misschien. Want er is nog veel te doen, en dat kost energie! Het chroom moet namelijk nog gepoetst worden, en die paar roestpuntjes moeten nog bijgewerkt worden. Daarna moet de lak drogen.
Het in de was zetten moet maar even wachten…

















