40 Jaar geleden: Porsche’s eerste Le Mans overwinning

Porsche viert een historisch motorsport jubileum. Veertig jaar gelen -op 14 juni 1970- lukte het Porsche namelijk voor het eerst om de 24 Uur van Le Mans te winnen. Tot nu toe heeft het merk uit Stuttgart de roemruchte lange-afstandsrace 16 maal op zijn naam geschreven.

Maar even terug naar 1970: Na precies 4607,811 kilometer (343 ronden) reed de legendarische Porsche 917 KH met startnummer 23 van Hans Hermann en Richard Attwood als eerste over de finishlijn. Gerard Larrousse en Willy Kauhsen in hun Martini Porsche 917 LH, gevolgd door Rudi Lins en Helmut Marko in hun Porsche 908/02 maakten met de overwinning voor Porsche met respectievelijk plaats twee en drie volmaakt.

De weg naar deze overwinning was echter zwaar. Al sinds 1951 was het bedrijf uit Zuffenhausen in Sarthe aanwezig met lichte, aerodynamische en betrouwbare auto’s waarmee talrijke klasse-overwinningen behaald werden. In 1969 reed de Porsche van Hermann/Larrousse in de meest ‘close’ van alle Le Mans finishes slechts 75 meter, oftewel ongeveer 1 seconde achter Jacky Ickx in zijn Fort GT40, die dus dat jaar won. In 1970 wilde Porsche eindelijk de fel begeerde Le Mans overwinning in zijn zak steken. De in 1969 voor het eerst ingezette Porsche 917 leek daarvoor het ultieme wapen te zijn. Op 21 april 1969 waren 25 Porsche 917′s door de homologatiecommissie in Zuffenhausen goedgekeurd. Alleen al de materiaalkosten voor die auto’s bedroegen meer dan 5000000,- DM.

De door Ferdinand Piëch ontwikkelde 917 werd op de Automobielsalon van Genève gepresenteerd en zorgde bij de concurrentie al snel voor onrust. De nieuwe Porsche, die later als een van de snelste en meest succesvolle racewagens een legende werd, had een gewicht dat heel dicht bij het minimumgewicht van 800 kilo lag. Daarbij leverde de lichte 4,5 liter twaalfcilinder tot 580 pk bij 8400 t/min. Die combinatie maakte in de ‘Langheck’ versie van de 917 op het 5823 meter lange Hunaudières van Le Mans een snelheid van bijna 400 km/u mogelijk.

In de voorbereiding naar de race van 1970 werd veel van de kennis gebruikt die in de afgelopen jaren was opgedaan. Wilde aanvallen in het begin van de lange-afstandsrace leverden nooit winst op, dus werd de ervaren coureur Hans Herrmann als eerste rijder voor Porsche gekozen. De veteraan uit Sindelfingen stond bekend om zijn snelle rijstijl, die niet ten koste ging van de techniek. Samen met de Brit Richard Attwood zou hij met de 4,5 liter ‘Kurzheck’ met nummer 23 starten. De auto was in de rood-witte kleuren van Porsche Salzburg gespoten. De tweede wagen van het team -een 4,9 liter ‘Langheck’- werd door Vic Elford en Kurt Ahrens gereden. Naast deze beide Porsche 917′s startten ook nog een 917 van John Wyer en een 4,5 liter ‘Langheck’ van het Martini team. Overige Porsches waren een hele vloot van 907, 908, 910, 911S en 914/6 modellen. Op 13 juni 1970 om 16.00 uur ‘s middags stonden zo 24 Porsches aan de start van Le Mans. Uiteindelijk zouden daarvan twaalf exemplaren finishen, waarbij er vijf in de punten reden, net als twee Ferrari’s 512 S. En dat in een startersveld van 51 auto’s.

De wedstrijd ging mede door vreselijk slechte weersomstandigheden de geschiedenis in. Vic Elford meldde dat het zelfs op de lange rechte baangedeelten af en toe onmogelijk was om in te halen. Kurt Ahrens had het gevoel in een boot te zitten en Hans Herrmann gaf weken na zijn overwinning toe dat hij tijdens de hoosbuien serieus overwoog om zijn helm aan de wilgen te hangen. En dat onafhankelijk van het behaalde resultaat, want eigenlijk had hij zijn vrouw beloofd te stoppen met racen als hij zou winnen.


Onmogelijk om hier niet te tonen: De start uit de film ‘Le Mans’. Veel fragmenten uit deze film werden tijdens de 24 Uur van Le Mans in 1970 opgenomen.

Belofte maakt schuld, maar een uur na de start -waarbij de coureurs voor het eerst zittend in hun auto’s zouden starten- ligt Hermann op de negende positie. Jo Siffert, ook in een 917, heeft pole position, gevolgd door Jacky Ickx in een Ferrari 512 S. Siffert verschakelt zich, waardoor de motor te veel toeren maakt, en Ickx crasht zijn Ferrari vlak voor de chicane. Tegen 18.15 uur komt een bericht door, dat eerst niemand wilde geloven: In de stromende regen hebben maar liefst 4 Ferrari’s 512 S elkaar geraakt en zijn daardoor uitgevallen. Maar ook Porsche komt er niet zonder kleerscheuren af: Alle drie de Gulf teams vallen een na de ander uit.

Nu kon Herrmann, die perfect werd aangevuld door Richard Attwood, zich bewijzen. Onder de moeilijkste weersomstandigheden wist hij steeds verder naar voren te rijden om uiteindelijk de 917 van Porsche Salzburg als eerste over de finish te sturen en zo Porsche de eerste overwinning op Le Mans te bezorgen. Kort voor het einde van de race realiseert hij zich dat dit wel eens zijn laatste ronden als coureur zouden kunnen zijn!

Porsche Le Mans overwinningen vanaf 1971

Er zouden nog 15 Porsche totaaloverwinningen volgen, waarvan de eerste al in 1971. Met een zeer speciale Porsche 917, waarvan het frame uit een lichte magnesiumlegering bestaat, overwinnen Gijs van Lennep en Dr. Helmut Marko op het toen nog vrijwel chicane-loze circuit. Niet alleen behalen ze de overwinning, ze zetten ook een record dat nadien nog niet verbroken is: Ze rijden exact 5335,313 kilometer (397 ronden) in 24 uur en bereiken ondanks pit stops en de lange nacht een gemiddelde snelheid van 222,304 km/u. De snelste ronde in de race wordt uiteindelijk behaald door de Gulf-917 van Jacki Oliver met een gemiddelde snelheid van een onvoorstelbare 244 km/u. De 917 ‘Langheck’ coupe van Elford/Larrousse wordt op Hunaudières geklokt op een topsnelheid van 386 km/u.

In 1976 en 1977 liggen de Porsche 936′s aan kop, om in 1981 met de nieuwe turbomotor en Jacky Ickx en Derek Bell achter het stuur nogmaals de overwinning te behalen. De Belg Ickx, die Le Mans zes maal wint, waarvan vier maal in een Porsche, hoort ook in 1982 bij het winnende team. Drie Porsche 956′s eindigen op de 1e, 2e en 3e plaats. Tot 1994 winnen de verschillende uitvoeringen van de 956/962 zeven maal Le Mans. Er worden er in totaal 148 van gebouwd in Weissach.

Ook Porsches klantenteams hoorden niet zelden tot de overwinnaars. Klaus Ludwig en de gebroeders Whittington wonnen bijvoorbeeld in 1979 met een Porsche 935 van het Keulense Kremer-team. Reinhold Joest wist in 1984, 1985 en 1997 de overwinning op zijn naam te schrijven. In 1998 winnen twee 911 GT1′s de race voor het oog van 250000 toeschouwers. Het was de 16e en tot nu toe laatste overwinning in het totaalklassement van Le Mans.

Porsche’s overwinningen op Le Mans

1970
Hans Herrmann/Richard Attwood
Porsche 917 KH

1971
Helmut Marko/Gijs van Lennep
Porsche 917 KH

1976
Jacky Ickx/Gijs van Lennep
Porsche 936

1977
Jacky Ickx/Jürgen Barth/Hurley Haywood
Porsche 936

1979
Klaus Ludwig/Bill Whittington/Don Whittington
Porsche 935 K3 Kremer

1981
Jacky Ickx/Derek Bell
Porsche 936 81

1982
Jacky Ickx/Derek Bell
Porsche 956

1983
Al Holbert/Hurley Haywood/Vern Schuppan
Porsche 956

1984
Klaus Ludwig/Henri Pescarolo
Porsche 956 Joest

1985
Klaus Ludwig/Paolo Barilla/John Winter
Porsche 956 B Joest

1986
Derek Bell/Al Holbert/Hans-Joachim Stuck
Porsche 962 C

1987
Derek Bell/Al Holbert/Hans-Joachim Stuck
Porsche 962 C

1994
Yannick Dalmas/Mauro Baldi/Hurley Haywood
Dauer-Porsche 962 LM

1996
Manuel Reuter/Davy Jones/Alexander Wurz
TWR Joest-Porsche WSC95

1997
Michele Alboretto/Stefan Johannson/Tom Kristensen
TWR Joest-Porsche WSC95

1998
Allan McNish/Laurent Aiello/Stéphane Ortelli
Porsche 911 GT1 98

Project M1-11: Het ontstaan van de Lotus Elise

De Lotus Elise. Al vanaf het allereerste begin ben ik er verliefd op en verslond alles wat ik maar kon vinden. Naast boeken, tijdschriften en brochures bood Discovery Channel ook informatie: Een blik achter de schermen, in de keuken van Lotus, toont wat er allemaal kwam kijken bij Project M1-11. De auto die later de naam ‘Elise’ zou gaan dragen, de naam van de kleindochter van de toenmalige Bugatti- en Lotusbaas Romano Artioli. Een naam die onlosmakelijk verbonden zou worden aan ‘rijplezier’. De Lotus Elise is in mijn ogen een absolute klassieker, ondanks zijn jonge leeftijd, en verdient dus zeker een plekje op Klassiekerrally.nl.

Wanneer je een paar uur vrij weet te maken, kan je hieronder de documentaire bekijken. Ondertussen probeer ik te sparen voor mijn eigen gooi-en-smijt-ijzertje, een Serie 1 die momenteel in Lochem regelmatig onderhoud krijgt tot de dag komt dat ik ‘m daar weg ga halen…

Foto: Rudolf Stricker

Peugeot 404 Safari op Youtube: Te mooi om waar te zijn?

Ergens diep in de bossen van Midden Zweden is een ex- Safari 404 opgedoken. Nu zal dit voor de gemiddelde klassiekerrally fanaat misschien niet zo’n herejee zijn maar voor mijzelf is het van groot historisch belang. Zo groot zelfs,dat ik er enigszins prettig opgewonden van ben geraakt. Zoiets dat je een meisje na lange tijd pas durft mee uit te vragen en ze Ja heeft gezegd…

Waarom?
Nou als kind van de zestiger jaren waren er eigenlijk maar een paar wagens die tot de verbeelding spraken, de ene was ongetwijfeld de Mini Cooper en de andere de 404. En de 404 nou juist door het feit dat er zo in April berichten Europa binnen druppelden wie de Safari Rally had gewonnen. Het winnen van de 404’s was van onvoorstelbaar belang tegenover je vriendjes wiens Vaders in grote getale Kevers, Taunussen of Cortina’s hadden, wij dus niet, wij hadden zo’n Franse Roestbak.  En aangezien de Kever brigade verregaand in de meerderheid was, was enig tegengas hard nodig.

'Nick’ Nowicki, Paddy Cliff en kroost. Dit doet 3 dagen Safari dus voor een showroom nieuwe 404!

'Nick’ Nowicki, Paddy Cliff en kroost. Dit doet 3 dagen Safari dus voor een showroom nieuwe 404!

Dat vond ik in bij Nick Nowiecki en Bert Shankland. Nowiecki, die eigenlijk van voren Zbignew heette ( Spiesjek), was van Poolse origine en Bert Shankland was een geëmigreerde Schot. Shankland werkte voor de Peugeot Importeur en dealer in Tanzania Marshall Motors en reed dus reclame makend voor zijn eigen product, hij wist in 65 en 66 te winnen, wat ervoor zorgde dat de 404 het statussymbool werd  voor de Afrikaan!

Nick Nowicki won in ’63 en ’68, deze twee Safari’s waren de zwaarste ooit geweest, ieder slechts 7 auto’s aan de finish brengend, dit omdat de Moesson regens zich 6 weken te vroeg hadden aangediend. De finishers kregen dan ook de bijnaam “The unsinkable seven“

Bert Shankland ging, na nog een paar Safari’s met de 504 te hebben gedaan weer terug naar Midlothian in Schotland en er is nooit meer iets van hem vernomen. De eerste Safari 404 is in bezit van de Engelse penningmeester van de Peugeot club, terwijl TDN-5 , een van de Shankland 404’s staat te leunen in het Peugeot museum in Sochaux.

Een DAF 55 in 1971 in actie met de Fransman Claude Laurent achter het stuur.

Een DAF 55 in 1971 in actie met de Fransman Claude Laurent achter het stuur.

De hamvraag is echter deze: De 404 in het filmpje, zou het een echte Safari deelnemer geweest zijn? Het is best mogelijk,  want na de successen van de 404 werd de 404 populair onder de Safari deelnemers. Ik heb zelf twee problemen met deze wagen:
- Hij is linksgestuurd
- Hij heeft een schuifdak.

Voor de rest waren de 404’s zwaar standaard, voor Afrika zat er een iets zwaardere wielophanging onder en rolkooien, tripmasters en brandblussers kende men niet bij de Safari. Alleen maar veel extra lampen en je wagen goed waterdicht maken om door rivieren te kunnen waden.

Dat de Safari niet meer wordt gereden heeft te maken met de huidige politieke situatie in Oost Afrika, de middenklasse, die merendeels uit immigranten bestond van werkelijk allerlei pluimage (zo is de grootste der grote Safari winnaar Jorgen Singh een Sikh) bestaat niet meer, evenals de welvaart die men daar heeft gekend.

Speciaal voor jou, Citrofiel!

Speciaal voor jou, Citrofiel!

Het oude ‘huismerk‘ van Turbo Joop!

Het oude ‘huismerk‘ van Turbo Joop!

Trouwens, eind zestiger/begin zeventiger jaren is het uit met de romantiek, de fabrieksteams onder leiding van Nissan (dan nog Datsun geheten) ontdekken de Safari, na een aantal jaren als semi-fabrieks teams geopereerd te hebben en wordt de Safari een ordinaire wereldkampioenschap rally; de goedwillende amateurs ten spijt.

Ik zou eraan toe willen voegen, kijk en geniet van mannen van staal en auto’s van eeeeuuuuuhhh…

Nieuwe kentekenplaten: La nouvelle France!

Helaas, het is voorbij, in 2009 is in Frankrijk een nieuwe nummerplaat code ingevoerd die de oude moet vervangen.  Hoe zat het dan in Frankrijk; nou helemaal precies weet ik het niet maar wat ik wel weet is dat de Fransen afgestapt zijn van hun departementale cijfer combinaties.  De Fransen hadden sinds 1951 een systeem waarbij de laatste twee cijfers, die na de letters op de nummerplaten zaten het departement weergaven waar de auto vandaan kwam.


Nostalgie: Een PL 17 uit departement 31 = Haute Garonne. Rood op de kaart!

Die cijfers gingen gelijk op met de alfabetische volgorde van de begin letters van die departementen.  Zo was het Departement Aisne 02, Morbihan 56, Var 83, Seine Maritime 76 en Parijs 75 en ga zo maar door.  Waren de Fransen eerder al overgestapt op witte platen voor en achter op de voiture (dit was voordien wit voor en geel achter) of, voor klassiekers ook nog de mogelijkheid om zwarte platen te hebben met witte of zilveren letters, de tijd gaat door.  Ook zijn er praktische voordelen om het systeem uit 1951 te vernieuwen, er staan in Frankrijk zo’n 140 miljoen voertuigen geregistreerd, dit omdat de Franse volksaard het niet zo nauw neemt met het afmelden van voertuigen nadat ze of voor de sloop of voor de export zijn afgeleverd.  Ik ben zelfs zo oud dat ik me nog weet te herinneren dat de wit-gele nummerplaten werden ingevoerd in Frankrijk, het zal rond 1964 geweest zijn., Iedere auto met die nieuwe platen zag er gelijk een stuk jonger uit.

Oud Frans omstreeks 1969, zwart met zilver departement 94 = Val de Marne, in de Parijse agglomeratie nu vervangen door 75


Frankrijk tot 2007                     Frankrijk na 2007 – heden

Verder is de Franse nummerplaat nu opgedeeld in 26 regio’s, inclusief de overzeese gebiedsdelen als Martinique in plaats van de eerder 96 departementen.


De nieuwe nummerplaat voor de hele Parijse regio, fantasieloos logo trouwens, ik had voor de eiffeltoren gekozen!

Om op gepaste wijze de oude platen vaarwel te zeggen, wat foto’s van wat klassiekers jullie mogen de merken raden:

Boek: American Racing – Road Racing in the 50s and 60s

Ditmaal een boekbespreking van mij, een fotoboekbespreking beter gezegd. Eigenlijk ook niet van een splinternieuw boek (uit 1996). Is dat dan wel de moeite waard? Ja, het is de moeite waard, omdat het een boek is dat helemaal niet zo bekend schijnt te zijn. Waarschijnlijk omdat dit soort ‘specialistische’ boeken nooit te vinden zijn in normale Nederlandse boekhandels, meestal hebben die niet meer in de aanbieding als ‘de 100 mooiste sportauto’s uit de 20ste eeuw’ of zoiets dergelijks. Aangezien ik er daarvan al een stuk of wat heb en dat soort boeken mij op een gegeven moment vervelen was het vinden van ‘American Racing – Road Racing in the 50s and 60s’ een ver-a-de-ming.

Toevalligerwijs vond ik dit boek met diepgang toch weer (ja, er zitten nog wat boekbesprekingen in pijplijn) in Duitsland. Ik kon m’n ogen niet geloven toen ik dit prachtige dikke glossy boek tegenkwam in de stationsboekhandel van Düsseldorf Hbf. Samengesteld door fotojournalist Tom Burnside en journaliste Denise McCluggage krijgen we een zeldzame insiderblik in de Amerikaanse race-wereld tijdens de vijftiger en zestiger jaren. Niet alleen in de VS, maar ook in Cuba, Nassau en Puerto Rico. In het boek gaat het overigens niet over ovals, autocross of andere fast-food-racerij, nee, de auteurs schrijven uitsluitend over wat in de VS bekend staat als ‘road racing’, in principe de circuit-racerij die is voort is gekomen uit het racen op afgesloten vliegvelden, straten of combinaties daarvan.

Zoals gezegd, de twee auteurs waren erbij, hebben zelf meegeraced en kennen dus ook de hoofdrolspelers van de periode. Caroll Shelby, Stirling Moss, Wolfgang von Trips, Briggs Cunningham, Phil Hill, Walt Hansgen, Dan Gurney en zelfs onze eigen Ben Pon. Ze zijn allemaal vastgelegd op de gevoelige plaat door Tom Burnside. Begeleidende teksten komen van Denise McCluccage, begenadigd amateur-racester en journaliste. De teksten werken kort en informatief met alleen een inleidende tekst bij elk hoofdstuk en voor de rest kleine stukjes naast de foto’s. Voor de liefhebbers; de teksten zijn ook alle in 3 talen te lezen; Engels, Frans en Duits. In dit boek kun je dus ook nog je kiezen in welke taal je er doorheen zweeft. Zweverig wordt je namelijk van dit boek, de zwart-wit foto’s verplaatsen je naar een andere tijd, een tijd waar de autosport nog ongecompliceerd en vriendelijk was. Klap het boek dicht en je moet meteen even bijkomen van de tijdreis die je zojuist hebt gemaakt. De foto’s zijn echt alle van zulke hoge kwaliteit, de charme, de olie en snelheid zijn zo duidelijk aanwezig en spatten van de pagina’s.

Mede mogelijk gemaakt natuurlijk door een rij van prachtige klassieke sportwagens en ‘sports racers’ uit de periode. Auto’s die je in dit boek kunt vinden zijn vele Porsche 550’s, vele varianten uit Ferrari’s 250-serie, Chevrolet Corvette’s, Osca’s, MG’s, Maserati’s, Cooper’s, Jaguar’s, Austin-Healey’s en zelfs komt er ook nog en prachtige Elva Mk IV te voorschijn. Daarnaast zijn er dan nog de sfeerbeelden uit de paddock, feestjes en pitsstraten, de close-ups van de eerder genoemde helden van weleer maken dit boek helemaal af. In mijn ogen is dit boek toch wel een klein meesterwerkje. Jammer genoeg kan ik hier geen beeldmateriaal tonen, maar ga eens naar de website van de fotograaf van het boek; www.tomburnside.com waar je een goed idee krijgt wat voor foto’s ook in het boek staan. Enigste advies; kopen dit boek, de flaptekst liegt namelijk nu eens niet:

“American Racing captures the feel and look of racing as never before. The extraordinary photographs in this book perfectly portray the spirit and energy of an era, and will stand as the defining images of the American racing scène in a time that has all but faded from memory.”

Waar is het boek nog te krijgen? Tja, zoals gezegd vindt je het niet zo snel in een boekhandel. Dus dan blijft over het internet of autobeurzen. Op ebay is er op dit moment geen overweldigend aanbod, welgeteld 1 boek is er verkrijgbaar in Europa, zoek je verder op het web blijft het boek zeldzaam, gelukkig is het boek wel overal vriendelijk geprijsd, met een prijs van rond de 40 euro.

Info
American Racing – Road Racing in the 50s and 60s.
Auteurs: Tom Burnside en Denise McCluggage
Taal: Engels, Duits, Frans.
Jaar van uitgave: 1996
Uitgever: Könemann Verlagsgesellschaft mbH,
Bonner Strasse 126, D-50968 Köln
ISBN: 3-89508-246-5