Klassieke bling: ‘Goudstin’ Healey 100/6

Wie denkt dat auto’s ‘pimpen’ uitgevonden is door MTV, rappers of voetballers, zit er behoorlijk naast. Het bewijs levert deze Austin Healey 100/6, waar echt alles goud is wat er blinkt. We hebben dit soort veredeling wel eens gezien op een Ferrari 512BB die door Koenig onder handen is genomen, maar nog nooit op een oudere auto.

Aan deze 100/6 kwam echter geen tuner te pas. Dit exemplaar werd door Austin Healey zelf aangepast, als bijzondere eye-catcher voor de London Motor Show in 1958. Donald Healey noemde het ‘The most sumptuously luxurious sports car ever made’. En dat was op een bepaalde manier weer zo’n typisch Brits understatement.

De specificaties:

  • Alles wat glimt is verguld in 24 karaats goud.
  • Dashboard en deurpanelen zijn bekleed met Chinees ‘kid suede’ (klinkt luguber)
  • De stoelen zijn bekleed met Champagnekleurig bont van diadeem nertsen.
  • Het stuur en de knoppen op het dashboard zijn uitgevoerd in ivoor
  • Schijfremmen rondom, door de fabriek gemonteerd
  • Volledige documentatie

De Britse krant The Daily Express vond de auto zo mooi, dat ze ‘m kochten. ‘The world’s most flirtatious car’ werd intensief ingezet voor een lezersprijsvraag in oktober 1958. De auto wordt nu aangeboden door Worldwide Auctioneers Private Treaty Division en is volledig gerestaureerd. De prijs is op aanvraag…

Bron: www.classiccarsforsale.co.uk

RM veilt Ferrari 250 Testa Rossa op Monterey

Een van de meest geliefde en legendarische Ferrari’s aller tijden zal door RM Auctions worden geveild. De Ferrari 250 Testa Rossa werd van 1957 tot 1958 geproduceerd. In die twee jaar werden er slechts 21 gebouwd, waarvan deze -nummer 0738 TR- er één is.

De auto werd nieuw geleverd aan de Braziliaan Jean-Louis Lacerda Soares, die er diverse seizoenen in Zuid-Amerika mee racete onder de ‘Esquardari Largatixa’ vlag. Niet zonder succes overigens. De afgelopen 14 jaar werd de auto, in de Braziliaanse kleuren geel met groen- ook regelmatig ingezet tijdens prestigieuze historische race evenementen. Ook tijdens deze wedstrijden werden regelmatig podiumplaatsen gehaald.

We kennen deze Ferrari natuurlijk van het Spa Six Hours weekend in 2008. Op 2:06 komt ‘ie al even langs, om op 4:01 duidelijker in beeld te komen (voorafgegaan door z’n replica broertje):

Wat is Brits en heeft een 5,9 liter V8 met turbo?

Nee, het is niet bovenstaand vliegtuig. Het is wel een andere Bristol Brigand, eentje op vier wielen. De Brigand was de eerste auto van Bristol die een naam kreeg. Het is een doorontwikkeling van de 603, die op zijn beurt de opvolger was van de 406 uit de jaren ’50. Met de 603 werd in 1976 afscheid genomen van de meer traditionele vormgeving en overgestapt op een meer gestroomlijnde vorm.

De 603 had meer hoofd- been en schouderruimte dan alle eerdere Bristols. In verband met de energiecrisis werd de auto aangeboden met een 5,2 liter V8 als ‘zuiniger’ alternatief voor de 5,9 liter variant. Toen de S2 werd geïntroduceerd was de crisis weer over zijn hoogtepunt heen en werd de 5,2 liter motor uit het programma geschrapt. Gelijkertijd werden de koplampen in een nieuwe grill gevat. Met de S3 versie werd in 1982 voor het eerst een naam uit Bristol’s roemruchte luchtvaartgeschiedenis voor een auto gebruikt. Het standaard model werd Britannia genoemd. De met een Rotomaster turbo uitgeruste versie luisterde naar de naam Brigand. Deze was eenvoudig van zijn kleinere broer te onderscheiden door de bult op de motorkap, waaronder de turbo schuilging.

Nu zou je verwachten dat 5,9 liter + V8 + turbo = lichtsnelheid. Dat lukt nét niet. De motor levert behoorlijke prestaties en stuwt de auto in 5,9 seconden naar 96 km/u, maar de topsnelheid is naar huidige maatstaven relatief laag: 150 mph, oftewel ruim 241 km/u. We hebben het echter wel over een auto uit begin jaren ’80, en in dat licht bezien is dit een beest. Het model bleef tot 1994 in productie (!) zonder al te grote uiterlijke wijzigingen en werd toen vervangen door de Blenheim (eigenlijk een 603 S4).

Wanneer u nog £ 8000,- tot £ 10000,- te besteden heeft, is dit exemplaar wellicht interessant. Het wordt op woensdag 9 juni in Buxton geveild door H&H.

Foto vliegtuig: Terry
Foto auto: Bristol

Zeldzame kans voor Bond-fans: DB5 te koop

Het komt niet vaak voor dat een originele Bond-auto te koop wordt aangeboden. Vorig jaar werd de Lotus Esprit Turbo uit ‘For Your Eyes Only’ door Coys geveild, dit jaar is de Aston Martin DB5 uit Goldfinger en Thunderball bereikbaar voor de gefortuneerde liefhebber. Van de twee oorspronkelijke DB5 filmauto’s is dit de enig bekende ‘overlevende’. Liefhebbers hebben tot 27 oktober 2010 de tijd om te gaan sparen, dan wordt dit icoon namelijk geveild in Londen.

Als we eerst wat droge gegevens noemen, kunnen we vervolgens verder gaan met de geschiedenis om daarna het grote aantal foto’s te gaan bewonderen. Daar komt ‘ie dus: Chassisnummer: DB5/1486/R, motornummer: 400/1469/V, oorspronkelijk Brits kenteken: FMP 7B. De auto is gelakt in de kleur Silver Birch en heeft een Dark Grey interieur. De motor heeft een cilinderinhoud van 3995 cc en 282 pk (210 kW) bij 5500 t/min. Het maximum koppel is 390 Nm bij 3850 t/min. De topsnelheid ligt bij 233 km/h en van 0 naar 60 mph (97 km/u) duurt slechts 7,1 seconden. Uiteraard zijn dat de cijfers voor een standaard DB5, zonder alle extra ‘toeters en bellen’. Waarschijnlijk moet je bij dit exemplaar de o-60 mph tijd enigszins bijstellen… Op de kilometer- sorry, mijlenteller staan slechts 30.000 mijlen, waarvan de meeste tijdens de toernees in de jaren ’70 gereden zullen zijn. De auto is ooit een keer overgespoten maar het originele donkergrijze interieur bevindt zich in originele staat, met een voor een auto van deze leeftijd passende hoeveelheid patina.

In de film ‘Goldfinger’ reed Sean Connery in deze auto, die toen nog niet met de typische Bond-gadgets was uitgerust. Die kwamen pas in de film Thunderball. De auto was echter al wel uitgerust met een van de eerste ooit in een DB5 gemonteerde Vantage motoren, echter met drie SU’s in plaats van Webers. De gadgets omvatten machinegeweren, een kogelwerend schild, roterende nummerplaten, een ‘tracking device’ (dat is toch onmogelijk te vertalen?), een verwijderbaar dakpaneel, een ‘spijkerstrooier’ en een rookgenerator. Al die levensreddende hulpjes werden bediend met knopjes in de armsteun.

Voor Goldfinger en Thunderball werden twee DB5′s gebruikt. Een van deze auto’s is in 1997 gestolen. Vermoed wordt dat dat exemplaar vernietigd is. Het overgebleven exemplaar is FMP 7B. Het idee voor de met gadgets afgeladen DB5 komt van special effects expert John Stears, die ook de effecten voor Star Wars en Chitty Chitty Bang Bang deed. Die laatste film is overigens gebaseerd op een boek dat geschreven is door… Inderdaad: Ian Fleming!

FMP 7B komt volop in beeld in Goldfinger en schittert in de shots waarin snel wordt gereden, maar is stilstaand ook ruimschoots te bewonderen wanneer Bond op de Furka pas in Zwitserland Mr. Goldfinger bespioneert. Omdat FMP 7B in Thunderball nog meer in beeld zou komen, werden alle gadgets -die ook tegenwoordig nog op de auto gemonteerd zijn- verder uitgewerkt en aangesloten. De auto is sinds Thunderball niet meer gewijzigd en vrijwel alle gadgets zijn nog intact.

In 1969 werd FMP 7B gekocht door de Amerikaan Jerry Lee voor een bedrag dat na enig onderhandelen werd vastgelegd op $ 12.000,-. Mr. Lee kwam met Aston Martin overeen dat de DB5 enige tijd voor promotiedoeleinden in de VS gebruikt mocht worden. Tot de auto in 1977 niet meer tentoongesteld werd trok deze recordaantallen bezoekers bij verschillende tentoonstellingen. Na 1977 werd de auto slechts twee maal tentoongesteld: Eenmaal op de New York Motorshow in 1981 en in 1993 op de Meadow Brook Concours d’Elegance. De overige tijd bevond de auto zich in het huis van Mr. Lee, waar alleen hij (en zijn familie en vrienden waarschijnlijk) er van kon genieten.

RM Auto Restauration maakte de auto na de lange periode van stilstand weer rijklaar. Daarbij hebben ze de motor een flinke beurt gegeven (waarbij de cilinderkop ook gedemonteerd is), is een nieuwe koppeling geplaatst en is het remsysteem en de uitlaat vernieuwd. Deze werkzaamheden zijn in mei 2010 afgerond.

Ook de bediening van de gadgets is daarbij onder handen genomen, zodat deze betrouwbaar gedemonstreerd kunnen worden. De roterende nummerplaten draaien dus weer, en de machinegeweren en het kogelwerende scherm verschijnen met een druk op de knop. Zelfs de rookgenerator werkt, net als het ‘tracking device’ en de elektrische ontgrendeling van het verwijderbare dakpaneel.

De opbrengst van de DB5 komt ten goede aan ‘The Jerry Lee Foundation’. Een stichting die zich inzet voor de oplossing van sociale problemen gerelateerd aan armoede, waarbij de nadruk ligt op criminaliteitspreventie.

Photo Credit: © Shooterz


RM Auctions veilt Maserati Tipo 61 ‘Birdcage’

Als er al zoiets bestaat als automobiele pornografie, dan valt onderstaande reeks foto’s van deze Maserati Birdcage daar wat mij betreft onder. X-rated. Not Safe For Work. Pure wellust, vormgegeven in een dun niemendalletje van aluminium, dat de onderliggende contouren perfect omsluit. Dankzij modelautofabrikant CMC weten we ook hoe deze schone er onder het flinterdunne omhulsel uit ziet. Hardcore spul waarbij de schoonheid van elke Ferrari racewagen verbleekt. En nu is er een te koop.

Een goed gevulde portemonnee is wel een vereiste, want naar verwachting gaat de Birdcage tussen de 2,4 en 2,6 miljoen euro opleveren. Daar krijg je dan ook wel wat voor: 250 PK uit een 2,890 cc vierpitter met bovenliggende nokkenassen, twee Weber 45 DCOE carburateurs, een handgeschakelde (uiteraard) vijfbak, onafhankelijke voorwielophanging, een starre De Dion achteras en schijfremmen op alle vier de wielen. De wielbasis is 2200 mm.

Ondanks het succes dat Maserati met hun 250F Grand Prix auto had, bevond het bedrijf uit Modena zich toch in financiële moeilijkheden. Met de introductie en het daaropvolgende verkoopsucces van de 3500 GT kwam het bedrijf er echter weer helemaal bovenop. Daardoor ontstond een hernieuwde interesse in de racerij. Er werd een racewagen ontwikkeld die niet bedoeld was voor inzet door het fabrieksteam, maar door privé coureurs. Het resultaat van die ontwikkeling was de Tipo 60/61. Verantwoordelijk daarvoor was Giulio Alfieri, die de ontwerpen voor de oogverblindende schoonheid in 1958 maakte. De bijnaam ‘Birdcage’ komt voort uit het unieke en innovatieve buizenframe, bestaande uit een grote hoeveelheid 10 mm en 15 mm dunne buizen. Eenmaal samengevoegd en vastgelast zorgden de meer dan 200(!) buisjes voor een stijf frame, dat slechts 36 kilo woog. De vaklieden van Maserati drapeerden daarover de prachtige wiel-omsluitende carrosserie.

Tussen alle buizen werd de 1,990 cc Tipo 60 motor met dubbele nokkenassen -ver achter de vooras- geplaatst. De onafhankelijke wielophanging zorgde voor perfect bochtengedrag, terwijl de De Dion achteras met dwarsgeplaatste bladveer en telescopische schokdempers er voor zorgde dat de auto makkelijk onder controle te houden was. In wat de laatste race voor een Maserati fabrieksteam zou worden, werd een Tipo 60 ingezet tijdens de Rouen Les Essarts in juli 1959. De race werd zonder problemen gewonnen. Uiteraard stond de telefoon in Modena roodgloeiend!

Tot aan de upgrade naar Tipo 61 in 1961, werden zes Tipo 60′s verkocht. De Tipo 61 kreeg een grotere cilinderinhoud van 2890 cc en produceerde 250 pk. Meer dan voldoende voor een 600 kg zware auto. Al met al werden 17 Tipo 61′s gebouwd, inclusief een Tipo 60 die werd opgewaardeerd. De meest opvallende overwinningen waren die van het Camoradi team tijdens de 1000 km races op de Nürburgring in 1960 en 1961, waarbij de concurrerende fabrieksteams het nakijken hadden.

De Amerikaanse coureurs waren van begin af aan gek op de Birdcages. De hier aangeboden auto -met chassisnummer 2470- was daarin geen uitzondering. De op drie-na-laatste Birdcage ooit gebouwd werd in 1960 nieuw gekocht door Jack Hinkle, een rijke Texaanse bankier, oliemagnaat en voorzitter van de SCCA (Sports Car Club of America).  Hinkle was niet zomaar een rijke amateur-racer. Hij was serieus snel, net als de professionele coureurs. Hij schijnt ook wat excentriek geweest te zijn: Zijn grasmaaier had hij aangepast zodat die 50 mph (ruim 80 km/u) snel was. Helaas verloor hij de controle en maakte het rozenperkje van zijn vrouw met de grond gelijk…

Van de zeven races waarin hij in ’2470′ streed om de eerste plaats, won hij er drie: La Junta, Colorado en twee races in Oklahoma, in Ponta City en Norman. Ook eindigde hij twee maal op de tweede plaats, een maal op de derde plaats en slechts eenmaal ‘DNF’ (Did Not Finish). Het jaar daarop nam hij aan nog eens negen races deel, waarin hij er drie won (Nebraska, Oklahoma en Kansas), tweede werd tijdens drie andere races, derde in twee races en weer een ‘DNF’. Hij eindigde dus altijd op het podium, met uitzondering van de twee keer dat hij de finish niet haalde.

Uiteindelijk verkocht Hinkle de Birdcage aan zijn vriend Tracy Bird, die later een van de oprichters van de Can Am zou worden. Een brand in Bird’s garage beschadigde de voorzijde van de Birdcage. Om deze goed te kunnen repareren kocht Bird de ex-Roger Penske Birdcage (chassisnummer 2471) van de toenmalige eigenaar Enus Wilson. De achterzijde van 2471 raakte beschadigd in een ongeluk, maar de voorzijde was ongeschonden. Bird repareerde 2470 dus met de correcte originele onderdelen van 2471, waarna het wrak daarvan op de sloop belandde. Daardoor is 2470 de op een na laatste overlevende Birdcage, omdat 2472 -de ex-Camoradi fabrieksauto die nu in het Panini museum staat- de enige auto met een hoger chassisnummer is.

Bird’s Maserati stak de Atlantische oceaan over toen F1 teameigenaar en bon vivant Lord Alexander Hesketh ‘m kocht. In zijn bezit werd de auto gereden door Charles Lucas (alias ‘Charlie Luke’), die voordien een 250F racete. Het was een tijd waarin de regels voor klassiekerraces nog niet zo strikt waren: Je reed wat je meebracht. Op 20 mei 1974 startte Lucas op pole position tijdens de Silverstone Open Aston Martin Historic Race. Hij zakte terug naar de derde positie, die hij de rest van de race -tot hij in de laatste ronde moest stoppen- vast wist te houden.

De anekdotes van Lord Hesketh en Charles Lucas zijn ook het vermelden waard:

Charles Lucas: “It was a great car to drive. I don’t think there were any old sports racing cars around that were quicker at the time – it even beat Robs Lamplough in his CanAm McLaren at Castle Combe. The best win was probably at the Historic support race for the Austrian GP at the Osterreichring in ’75. We had such a good lead, Alexander hung out a pit sign that said ‘Cocktails’, so we came in to the pits for a quick one!”

Tegenwoordig natuurlijk ondenkbaar! Lord Hesketh over dezelfde race:

“I’d been advised by a friend who had a Tipo 61 to buy one as well so I did. It went to the Osterreichring in 1975. It was then a proper race track. We were disappointed in the GP – rather teed off, actually – and the only other race of the day was the vintage race but the trouble with that one is that it wasn’t really a race, it was meant to be a sort of 70 mph parade. Charles put in a lap at 130 mph. I mean at Zeltweg you’d expect to have a Type 61 unrestricted. This was going to get us into trouble, so we put out a pitboard that said “cocktails” in order to bring him in and slow him down. So he came in we gave him one, we let the whole of the field go by. Then he went out, overtook them all again and won the race. I think that is the only time we took it to a GP and raced it the same weekend.”

Latere eigenaren van de Birdcage waren onder andere Dieter Holterbosch van Oyster Bay, New York, die de auto liet restaureren. Hij verkocht de auto in 1998 aan Tony Smith in Groot Brittannië. De huidige eigenaar kocht de auto in 2004 van Smith en zette de Birdcage in tijdens verscheidene Ferrari Historic Challenge Series races. De laatste race was de Oldtimer Grand Prix in 2009, op de Nürburgring. Die race werd gewonnen.

Deze Birdcage is een van de best bewaard gebleven exemplaren en wordt geleverd met een gemonteerde raceklare reservemotor. De originele motor wordt meegeleverd.

Bron: RM Auctions