Recessie of niet, de vraag naar (zeer) kostbare auto’s lijkt altijd te blijven bestaan. In elk geval worden door veilinghuis Gooding & Company op vrijdag 12 maart in het -hopelijk zonnige- Florida diverse pronkstukken geveild. Van enkele exemplaren wordt een opbrengst van meer dan 1 miljoen verwacht. We laten ons niet per definitie leiden door de prijs, dus mijn selectie is een puur persoonlijke keuze uit de veilingcatalogus, gepresenteerd op alfabetische volgorde. In dit bericht de laatste vier uit mijn selectie.

Ghia 450 SS Convertible (1967)

De Ghia kwam ik in coupé-vorm al eens tegen op de Techno Classica in 2009, in een fraaie kleur groen. Dit exemplaar is echter nog begeerlijker, want er gaat niets boven open-top-touring. De wereld heeft deze schoonheid te danken aan Hollywood-producer Burt Sugarman, die op de omslag van R0ad & Track een Fiat G230S met Ghia carrosserie zag staan. Vanaf dat moment was hij verkocht. Hij nam contact op met Giorgetto Giugiaro, die bij Ghia in Turijn werkte. Met een flinke dosis overredingskracht kreeg Sugarman Ghia zo ver om een cabrio in gelimiteerde oplage te bouwen. Hij riep zelfs speciaal voor dat doel een nieuw bedrijf in het leven: Ghia of America.

De auto’s wisselden van eigenaar voor het exorbitante bedrag van $ 11.000,-. Daarmee vergeleken waren de duurste Ferrari’s, Maserati’s en Rolls-Royces ineens koopjes. Toch verkocht de door Italianen ontworpen en Amerikanen aangedreven auto goed. Standaard was de auto voorzien van leren sportstoelen, dikke vloerbedekking, stuurbekrachtiging, rembekrachtiging, een sperdifferentieel en gepolijste Borrani spaakvelgen. Al met al werden 52 exemplaren gebouwd, die allemaal via een exclusieve dealer in Beverly Hills verkocht werden. Veel van de eigenaren waren beroemdheden, waaronder Johnny Carson, Wilt Chamberlain en uiteraard Burt Sugarman.

Technische specificaties:
273 CID OHV ‘Commando’ V-8 motor
Enkele Carter carburateur
235 pk bij 5,200 toeren/minuut
3-versnellings TorqueFlite Automatische transmissie
Schijfremmen voor, trommelremmen achter
Starre achteras met half elliptische bladveren

Geschatte opbrengst:
$100,000 – $125,000

Nash Rambler “Palm Beach” Coupe Special (1956)

Vlak na de Tweede Wereldoorlog begon Nash met het ontwikkelen van veel spannender auto’s dan de conservatieve, nogal saaie modellen die ze voor de oorlog hadden gebouwd. Hun klantenkring stapte namelijk over naar merken als Auburn, Ford en Plymouth. Dat veranderde dus toen Charles Nash ontwerper en visionair George W. Mason als opvolger koos. Hij experimenteerde met aerodynamische carrosseriën voor alle modellen, en richtte een eigen ontwerpafdeling binnen het bedrijf op. Edmund Anderson -voormalig hoofd van de General Motors ontwerpafdeling- werd aangenomen, tegelijk met een team van getalenteerde ontwerpers van Ford en GM. Mason’s revolutionaire ‘Airflyte’ bleef het belangrijkste product tot Nash in 1957 werd opgeslokt door de American Motor Company.
Mason was er ook van overtuigd dat er een markt voor kleine auto’s bestond in de Verenigde Staten, dus liet hij de Rambler ontwikkelen, en ging samenwerken met het Britse Austin om de Metropolitan te produceren. Zijn bedrijf, status en internationale projecten brachten hem geregeld naar Europa, waar zijn ideeën over de Amerikaanse auto werden beïnvloed. Al in 1940 legde hij contacten met de legendarische ontwerper Battista ‘Pinin’ Farina, en in 1951 begon hij een samenwerkingsverband met Donald Healey en Pinin Farina, waaruit de Nash-Healey ontstond.

Aangezien Mason een overeenkomst voor langere tijd had met Pinin Farina, werden zijn diensten halverwege de jaren 50 ook nog gevraagd. De meest opvallende van de ontwerpvoorstellen was de ‘Palm Beach’, gebaseerd op de Rambler. Het concept was bedoeld als vervanger voor de Nash-Healey en niet slechts bestemd om droomauto te blijven. Ondanks dat de kans op productie niet groot werd geacht, werd de auto wel dusdanig geconstrueerd, dat een snelle marktintroductie mogelijk zou zijn. Het is duidelijk zichtbaar dat Pinin Farina’s ontwerpen in de jaren ’50 geïnspireerd waren door de luchtvaartindustrie. De auto heeft grofweg het formaat van een Alfa Romeo Giulietta, maar het is Pinin Farina toch gelukt om de lijnvoering gracieus en gestrekt te maken, waardoor de auto groter lijkt dan hij is. Vergeleken met de Nash-Healey was het ook nog eens een erg lichte auto.

Technische gegevens:
Chassis nr. D-12575, motor nr. E-13206
Volledig werkend productie prototype
196 CID L-Head 6 cilinder lijnmotor
Enkele Weber carburateur
82 pk bij 3,800 toeren/minuut
Handgeschakelde 3-versnellingsbak
Hydraulisch bediende trommelremmen op alle wielen
Onafhankelijke voorwielophanging
Starre achteras met bladveren

Geschatte opbrengst:
$700,000 – $900,000

Peugeot 402 Darl’mat Roadster (1938)


Emile Darl’mat -geboren in 1892- deelde zijn eerste levensjaren met die van de auto. Na een stage van vier jaar bij de beroemde luchtvaartpionier Clement Adler, en een kort verblijf in de VS, waar hij als chauffeur werkte, keerde de jonge Darl’mat terug naar Parijs om een kleine garage op te richten, waar hij auto’s verkocht en repareerde. Hij verkreeg het dealerschap voor Panhard en Peugeot en nam in de jaren ’30 weer afscheid van het Panhard dealerschap.

In zijn streven naar begerenswaardige automobielen, zocht -en vond- hij samenwerking met de meest bekende namen in de Franse luxe automobielindustrie: Marcel Pourtout en Georges Paulin. De eerste vrucht van de samenwerking tussen Darl’mat en Pourtout werd getoond op de Salon de l’Automobile in 1927, en Darl’mat en Paulin werkten samen aan een aërodynamische carrosserie op het Peugeot 301 chassis dat debuteerde op de World’s Fair in Chicago. Misschien wel de meest succesvolle van alle vroege voorstellen van Darl’mat was de Eclipse, met de door Paulin ontworpen dakconstructie die we nu Coupé Cabrio of iets dergelijks zouden noemen. De Eclipse was een concept die veel aandacht heeft gevestigd op de toen nieuwe Peugeot 302-serie.

De drijfveer van Darl’mat was het verlangen om het merk Peugeot naar een hoger plan te brengen. In zijn jonge jaren was hij gefascineerd door de zeer geavanceerde Peugeot Grand Prix auto’s, die de circuits van Europa domineerden. Tegen het midden van de jaren ’30 werd Emile Darl’mat dusdanig gerespecteerd en bewonderd dat de fabriek hem de toegang en de middelen gaf die nodig zijn om zijn eigen Peugeot sportwagen te ontwikkelen. Een waarmee hij de reputatie van het merk in de autosport weer een flinke impuls kon geven. Met de hulp van Peugeot’s directeur van de ontwikkelingsafdeling, Alfred Geauque, en zijn partners Georges Paulin en Marcel Pourtout, maakte Darl’mat een van de meest raadselachtige en kunstzinnig gestileerde sportwagens aller tijden: de Special Sport.

De carrosseriën werden vervaardigd uit dunne aluminium platen, met de hand gevormd op een houten mal. Doordat de carrosseriën zo licht waren, waren de relatief bescheiden motoren toch in staat de auto’s van behoorlijke prestaties te voorzien, zowel op de weg als op het circuit. In 1937 eindigden drie speciaal geprepareerde Roadsters tijdens de 24 uur van Le Mans op de 7e, 8e en 10e plaats. Het jaar daarna eindigde de nieuw ontworpen 402 op een 5e plaats in het algemeen klassement, en als eerste in zijn klasse.

Ondanks de toen hoge prijs van ongeveer $ 8600,- werden alle 100 auto’s verkocht en zorgden voor een uitstekende reputatie vanwege hun goede en opwindende rij-eigenschappen. Helaas kwam door de Tweede Wereldoorlog een einde aan de productie van de Darl’mat auto’s.

Technische specificaties:
Ontwerp door Georges Paulin, carrosserie door Pourtout
Chassis nr. 400247
Een van ongeveer 30 overlevende exemplaren
1,991 cc OHV 4 cilinder lijnmotor
Twee Zenith carburateurs
70 pk bij 4,250 toeren/minuut
Cotal Pre-Selector versnellingsbak met vier versnellingen
Trommelremmen op alle wielen
Onafhankelijke voorwielophanging met dwarsgeplaatste semi elliptische bladveer en hydraulische schokdempers
Starre achteras met half elliptische bladveren en hydraulische schokdempers

Geschatte opbrengst:
$650,000 – $850,000

Voisin C20 V-12 Mylord Demi-Berline (1931)

“Elke lijn, waarvan de functie niet kan worden gerechtvaardigd, kan niet als mooi worden beschouwd.” – Gabriel Voisin

Op de Auto Salon van Parijs in 1930, presenteerde Gabriel Voisin zijn nieuwste ontwerpen op een wijze die vergelijkbaar is met die van de internationaal gerenommeerde architect Le Corbusier (een pseudoniem van Charles-Edouard Jeanneret). De introductie werd niet aangekondigd door een eenvoudig pamflet of een brochure, maar door een boekwerk van meer dan 100 pagina’s. De eerste pagina’s daarvan werden gevuld met een uiteenzetting over de slechte smaak en oude ideeën van de Amerikaanse automobielindustrie en -marketing. Het tweede deel werd gebruikt om Voisin’s idealen te vergelijken met die van zijn leeftijdgenoten. Uiteindelijk werden 60 pagina’s gewijd aan het in kaart brengen van alle details van Voisin’s nieuwste auto’s.

De naam ‘Mylord’ was bedacht voor de twee-deurs, vier-persoons sedan die opgebouwd was op het Simoun chassis. Het was ontworpen om vier personen en hun bagage zo comfortabel mogelijk, zo snel mogelijk en in absolute veiligheid te vervoeren – als een prive-vliegtuig voor de weg. Het ontwerp werd gereduceerd tot de meest fundamentele elementen – in feite een verzameling van blokjes – en benadrukt Voisin’s liefde voor modulair ontwerp. Voor een optimale gewichtsverdeling is de radiator achter de vooras geplaatst en eindigt passagiersruimte eindigde abrupt op de achteras. De daklijn is voornamelijk horizontaal, de ramen laag en de Rudge wielen bedekt met gepolijste aluminium schijven om zo de ‘ouderwetse’ spaken aan het oog te onttrekken. Het chassis en de carrosserie, verstoken van alle versiering, waren geheel zwart geschilderd. Er waren geen treeplanken, geen vloeiende spatborden, alleen de absoluut noodzakelijke onderdelen.

Hoewel vooral het ontwerp in het oog springt, is de bouwwijze van de Mylord carrosserie niet minder geavanceerd. In zijn vroegere jaren was Voisin een van de weinige Franse voorstanders van de Weymann carrosserie techniek die haar wortels in de luchtvaartindustrie heeft. Zijn modulaire auto borduurt voort op dat idee, met een koetswerk van aluminium in plaats van stof.

Helaas werd Voisin net na de introductie van de auto geconfronteerd met ernstige financiële beperkingen en zijn onvergelijkbare V12-project kwam abrupt ten einde.

Technische specificaties:
Ontwerp door Gabriel Voisin en Noël-Noël
Chassis nr. 47505
De enige overlevende 12 cilinder Voisin op een ‘Underslung’ chassis
4,885 cc V12 motor met schuifkleppen
Twee Cozette Carburetors
Circa 115 pk bij 3,500 toeren/minut
Handgeschakelde vierversnellingsbak
Mechanische trommelremmen rondom
Starre assen met half elliptische bladveren
Underslung chassis (loopt onder de assen door waardoor de auto veel minder hoog hoeft te worden)

Verwachte opbrengst:
Op aanvraag(!)

Bron: Gooding & Company

Amelia Island Auction, Florida – deel 2
Getagd op:                

14 gedachten over “Amelia Island Auction, Florida – deel 2

  • 28 februari 2010 om 14:46
    Permalink

    @de sjonnies .. ok .. da,s dan weer regelrecht pervers .. perv ..

  • 28 februari 2010 om 12:39
    Permalink

    Ik zou met die Darl’Mat in de stromende regen willen rijden, op de Route Nationale, met zo’n dodelijke rij bomen langs de kant, zo’n maf vliegeniersmutsje op en zo’n bril …….rillen van de kou, tot op het bot verkleumd, maar iedere keer als je dan over die neus kijkt, dan wordt je vanzelf weer warm toch?

  • 27 februari 2010 om 21:05
    Permalink

    ik begijp nu ook ineens de slogan “passie voor klassiekers” .. sicko ..

  • 27 februari 2010 om 18:41
    Permalink

    @Klassiekerrally .. hell yeah ..
    maar die vorm vraagt er gewoon om .. om al je zintuigen er op te laten botvieren ..
    te horen .. te ruiken .. te betasten .. van uit elke hoek aan te staren .. kortom “proeven” ..

    thanks for your support freakin weirdo ..

  • 27 februari 2010 om 16:38
    Permalink

    @ lincoln: Ik begrijp je volkomen! Moet ik me nu zorgen gaan maken? 😛

  • 27 februari 2010 om 16:36
    Permalink

    @ Dinks: :mrgreen:
    De Voisin heeft inderdaad een heerlijk duistere uitstraling. Geweldig ding.

  • 27 februari 2010 om 14:32
    Permalink

    Die Voisin is de ultieme gangsterbak, check die messenset op de radiator!

  • 26 februari 2010 om 14:50
    Permalink

    ik heb een hele vreemde fantasie bij die Peugeot ..
    wil je em horen ??
    komt ie dan ..

    ik zou dat ding in verweerde staat willen aantreffen ..
    en dan in een superschone en goed verlichte hal willen poetsen ..
    en nog eens poetsen .. en alle onderdelen aanpakken ..
    en schoonmaken .. en nog eens poetsen ..
    tot in het extreme ..

    ik weet van mezelf dat ik dan helemaal in trance kan raken ..
    en gewoon 50 uur achter elkaar kan doorwerken ..
    zonder eten of slapen ..

  • 26 februari 2010 om 11:36
    Permalink

    Jaeger maakte trouwens wel altijd de mooiste allermooiste instrumenten, da’s waarom ik altijd verliefd ben geweest op snelle Renaults en ander Franse meuk, die Jaeger tellers met hun horloge-achtige wijzernaalden zitten ookin die Voisin, ik bedoel, zo’n dashboard, daar wil je heel toch heel de dag tegenaan kijken…..

  • 26 februari 2010 om 11:31
    Permalink

    Leuke stukjes geschiedenis bij deze auto’s.
    Ben zelf helemaal weg an de Darl’Mat, vooral die versnellingsbak en dat in de dertiger jaren.
    Oh ja, een Facel Vega mag ook hoor, dat was de auto van de rijken met smaak (Simone Signoret, Freddy Heineken Charles de Gaulle ) Ja, onze Charles reed eerst Facel Vega van staatswege……

  • 26 februari 2010 om 08:54
    Permalink

    de vier louvres ..
    de koplampen ..
    de spatbord vasthouders ..
    en het hood-ornament van de Voisin zijn simpelweg betoverend ..

    de Peugeot aka storm-ram lijkt wel massief gegoten ..
    in een sausje van sweet baby-blue met gele pitten ..

    (dit zijn trouwens auto,s waar ik 3 dagen geleden nog nooit van vernomen had) ..

  • 25 februari 2010 om 23:16
    Permalink

    Ghia 450 SS Convertible (1967)

    Tsja, het is leuk, maar het ontwerp is niet echt opvallend of buitengewoon.

    Nash Rambler “Palm Beach” Coupe Special (1956)

    Echt een jaren ’50 concept car look, maar toch realistisch. En een combinatie van Amerikaans en Italiaans. Apart, verder niet ‘mijn ding’.

    Peugeot 402 Darl’mat Roadster (1938)

    Je zal maar een apostrof in je naam hebben. Altijd uitleggen… Maar goed, de auto. Ik zei het al eerder: Het lijkt nu niet heel erg bijzonder (hoewel…), maar in het echt is die uitstraling van deze auto echt buitengewoon.

    Voisin C20 V-12 Mylord Demi-Berline (1931)

    Indrukwekkend. Er is geen ander woord voor. Een fan van het strakke modulaire design ben ik niet, maar deze duistere auto heeft wel wat…

Reacties zijn gesloten.